Kosmopolitische schrijver/schilder

Hij was ,,doodmoe'', toen ik hem vorige maand voor deze krant interviewde in de Amsterdamse Galerie Espace, waar zijn roman Ultramarijn werd gepresenteerd en zijn tekeningen en foto's geëxposeerd. Hij weet zijn vermoeidheid aan jetlag. Een paar uur eerder was hij aangekomen vanuit Ann Arbor, waar hij aan de Universiteit van Michigan als `writer in residence' doceerde. Over de dood spraken wij niet, hij maakte geen zieke indruk, had kennelijk ook geen `waarschuwing' gehad, want stak onbekommerd de ene sigaret na de andere op.

Op 16 november is Van Woerden in Ann Arbor op 57-jarige leeftijd in zijn slaap aan een hartstilstand overleden. Toen hij niet op college verscheen, waarschuwden studenten de campus-politie. Het mag typerend genoemd worden voor de kosmopolitische landverhuizer die deze schrijver-schilder was, dat hij zijn laatste adem uitblies in het buitenland, ver van zijn geboorteplaats Leiden.

Samen met zijn ouders en broer emigreerde Henk van Woerden op negenjarige leeftijd naar Kaapstad. Hij was aan één oog blind en dankte aan deze handicap naar eigen zeggen een bijzondere manier van kijken. Na zijn middelbare school bezocht hij de kunstacademie van Kaapstad en ontwikkelde zich tot een begenadigd schilder en fotograaf. Ten gevolge van de moord op premier Verwoerd werd de situatie voor ANC-aanhangers als Van Woerden onleefbaar. In 1968 vestigde hij zich in Nederland, waar hij ,,gillend gek'' werd van de protestantse stijfheid en de jaren vijftig-sfeer. Hij ging op kunstreis naar Italië en verbleef vervolgens twee jaar op Kreta in het huis van de Zuid-Afrikaanse schrijver Jan Rabie.

Als schrijver debuteerde Henk van Woerden in 1993 met de autobiografische roman Moenie kyk nie die hem de Geertjan Lubberhuizenprijs opleverde. Daarna volgden Tikoes (1996) en Een mond vol glas (1998). Samen vormen deze romans een uniek drieluik over Zuid-Afrika. Vooral Een mond vol glas over de moordenaar van premier Verwoerd (die hij in zijn gevangenis opzocht) maakte zowel nationaal als internationaal indruk. De roman werd bekroond met de Sunday Times Alan Paton Award. Ook zijn VPRO-documentaire over het leven van de dichteres Ingrid Jonker uit 2001 viel in de prijzen. Minder goed ontvangen werd Van Woerdens reisroman Notities van een luchtfietser een jaar later. Maar met Ultramarijn, zijn eerste roman die niet in Zuid-Afrika maar in zijn geliefde Middellandse Zeegebied speelt, toonde hij opnieuw zijn meesterschap.

In deze kleurrijke mythische vertelling kwam zijn dubbeltalent, dat van de schrijver die schildert met taal, in optima forma tot uiting. Ook op journalistiek gebied beschikte Van Woerden over grote kwaliteiten, zoals blijkt uit de vele bijdragen die hij onder andere voor deze krant schreef. Zo maakte hij in 1998 een schitterend interview met de Griekse bouzoukispeler Jordánis Tsomídis die (gedeeltelijk) model stond voor de hoofdpersoon van Ultramarijn.

Henk van Woerden heeft genoten van de lovende kritieken op Ultramarijn, een roman waarin tussen de regels door zijn politieke testament te lezen valt. Als ervaringsdeskundige op het gebied van migratie had hij compassie met landverhuizers en was hij verontwaardigd over de onmogelijke eisen die in Nederland aan nieuwkomers worden gesteld. ,,Een immigrant is losgescheurd van alles, moet als het ware zijn hele persoonlijkheid vertalen'',zei hij in zijn laatste interview. ,,De roep om totale rücksichtslose assimilatie, de eis om je volledig los te knippen van je achtergrond, houdt geen enkele rekening met wat je eigenlijk van iemand vraagt.''

Van Woerden was in Ann Arbor begonnen aan een nieuwe roman, in het Engels. Half december zou deze aimabele globetrotter zijn gastdocentschap in Michigan beëindigen en terugkeren naar Amsterdam. Of hij hier zou kunnen aarden, betwijfelde hij, zei hij mij tot afscheid. Misschien moest hij het in de Angelsaksische wereld proberen. Het lot – dat in zijn laatste roman een allesoverheersende rol speelt – heeft anders beschikt. Van Woerden wordt volgende week in Nederland begraven.