Komt een boef bij de notaris

`Dreigen werkt' is de slotconclusie van de criminoloog Frank Bovenkerk in het boek Bedreigingen in Nederland. Hij voegt aan die conclusie geruststellend het woordje `soms' toe. Maar de opsomming die hij geeft van bedreigingen aan het adres van politici, lokale bestuurders, politiefunctionarissen, notarissen, advocaten en journalisten die wel degelijk hebben toegegeven, is verontrustend genoeg om die sombere conclusie te rechtvaardigen.

Strafrechtelijke onderzoeken die door justitie gestaakt zijn na bedreigingen, journalisten die afzien van publicatie, lokale bestuurders die besluitvorming uitstellen, notarissen die na bedreigingen niet eens aangifte durven te doen: in het publieke domein kan een spervuur van bedreigingen een beproefde strategie zijn om besluitvorming naar eigen hand te zetten.

Bovenkerk geeft een indrukwekkend beeld van de impact van bedreigingen, niet alleen voor landelijke politici, maar ook voor publieke functionarissen op lokaal niveau. Politici, landelijk en lokaal, hanteren het adagium dat zij nooit toegeven aan de eisen van bedreigers. Maar of dat in de praktijk ook zo werkt? Bovenkerk tast daarover in het duister omdat het onderwerp in die kringen taboe is. GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema is een van de weinigen die openlijk toegeeft dat ze in 2002 bepaalde zaken niet meer aan de orde durfde te stellen in de Tweede Kamer omdat ze inmiddels wel genoeg doodsbedreigingen uit de hoek van Fortuyn-aanhangers had ontvangen.

Op lokaal niveau hebben politici de handdoek in de ring gegooid, zoals in onder meer de gemeenten Vlist, Utrecht, Haelen, Goirle en Landsmeer. Tussen 6 mei en 28 mei 2002 zijn politieke partijen en politici een kleine duizend keer bedreigd of beledigd, zo blijkt uit een inventarisatie van het ministerie van Binnenlandse Zaken: kogelbrieven, telefonische bedreigingen, dreigementen per post en een stortvloed van hatemails. Daarna leek de rust weer teruggekeerd maar in de twee daaropvolgende jaren zijn zeker 25 landelijke politici en nog minstens 30 lokale bestuurders met de dood bedreigd.

De recente hausse aan bedreigingen aan het adres van `de bewakers van de rechtstaat' is een puur Nederlandse ziekte, stelt Frans Bovenkerk vast. Consultatie van deskundigen in Frankrijk, België en Duitsland wees uit dat daar dat fenomeen niet of nauwelijks voorkomt. Wie die hausse wil verklaren door te verwijzen naar de opmars van internet of de verloedering op de televisie, wordt daarmee de argumenten uit handen geslagen. Want in ons omringende landen hebben ze toch ook internet en televisie.

Ook de nationale opwinding over al dan niet vermeende aanslagen op politici is van recente tijd. Een putje in het raam van de werkkamer van minister Verdonk leverde eerder deze maand nog het beeld op van opeenvolgende ministers die publiekelijk hun afschuw uitspraken over die aanslag op de minister, zonder over concrete aanwijzingen te beschikken dat er daadwerkelijk op het raam geschoten was. Bovenkerk citeert oud-minister Wiegel die in de jaren zeventig als oppositieleider en later als minister van Binnenlandse Zaken ook met bedreigingen te maken heeft gehad. Ook Wiegel kreeg persoonsbeveiliging. Alleen werd daar niet over gesproken. Om gekken niet op ideeën te brengen.

Meest in het oog springende hoofdstuk in het boek gaat over het notariaat, een beroepsgroep waar, als het gaat om bedreigingen of het faciliteren van de georganiseerde criminaliteit, weinig over bekend is. In september verscheen een rapport van de zogeheten commissie-Hammerstein met een pleidooi voor aanscherping van de tuchtrechtelijke controle op notarissen omdat zij sinds het loslaten van de vaste tarieven steeds kwetsbaarder zijn geworden voor beïnvloeding en manipulatie van buitenaf.

Concrete voorbeelden werden daarbij niet genoemd, Bovenkerk doet dat wel. Over de notaris die te horen kreeg dat `de Joegoslavische maffia' op hem zou worden afgestuurd. Of een notaris die in een erfeniskwestie te horen kreeg dat er `een Albanese huurmoordenaar' zou langskomen.

Het is onmogelijk om vast te stellen in hoeverre notarissen dergelijke dreigementen over zichzelf afroepen omdat ze faciliterend werk aan de onderwereld leveren. Sommigen zijn alleen maar naïef, anderen knijpen een oogje toe, weer anderen denken creatief mee, aldus Bovenkerk. Zeker is wel dat de beroepsgroep volstrekt niet is voorbereid op bedreigingen, het fenomeen komt ook in de opleiding in het geheel niet aan de orde.

De georganiseerde criminaliteit neemt een belangrijk deel van bedreigingen in de omschreven beroepsgroepen voor haar rekening. Maar de vraag of sommige van die beroepsgroepen die bedreigingen over zich afroepen omdat ze, net als het notariaat, te dicht bij dat criminele milieu in de buurt komen, zou onderwerp kunnen zijn voor vervolgstudie. Bovenkerk omschrijft hoe advocaten, notarissen en politiefunctionarissen als handlanger fungeren voor het criminele circuit en daarmee bedreigingen over zich afroepen als niet aan gevraagde prestaties wordt voldaan. Het is mogelijk dat sommige journalisten zich aan dezelfde praktijken schuldig maken. Ook dan kunnen bedreigingen het gevolg zijn van niet geleverde prestaties in de vorm van gewenste publicaties, bijvoorbeeld. In recherchekring circuleren dossiers waarin het vermoeden naar voren komt dat sommige journalisten het verlengstuk zijn geworden voor zogeheten onderwereldpropaganda. Als zij vervolgens geconfronteerd worden met bedreigingen, zijn ze, net als advocaten en notarissen, minder slachtoffer dan nu uit het onderzoek naar voren komt.

Frank Bovenkerk: Bedreigingen in Nederland. Augustus, 239 blz. €18,50