Kloof Den Haag - Brussel valt lastig te dichten

Nationale parlementen hebben slecht zicht op de Brusselse besluitvorming. Daardoor kunnen zij niet goed bepalen wat ze liever nationaal geregeld willen zien.

Het streven van Nederland en andere Europese lidstaten om een scherper onderscheid te maken tussen nationale en Europese taken, is moeilijk uitvoerbaar. De ingewikkelde manier van Brusselse besluitvorming en de geringe kennis van nationale parlementariërs en het publiek daarover, zijn belangrijke struikelblokken.

Dat stelden diverse deskundigen gisteren tijdens een Brits-Nederlandse conferentie over dit onderwerp. Honderden parlementariërs, bestuurders en wetenschappers uit de hele Europese Unie namen deel aan het congres in de Haagse Ridderzaal.

De conferentie was een initiatief van onder meer de Nederlandse Tweede Kamer. Die heeft zichzelf voorgenomen om vanaf januari volgend jaar met de zogeheten subsidiariteitstoets te gaan experimenteren. Bij elk van de ongeveer 200 wetgevingsinitiatieven die de Europese Commissie jaarlijks neemt, zal het Nederlandse parlement uitspreken of het hier niet een onderwerp betreft dat beter op nationaal niveau geregeld kan worden. Dit voornemen is bedoeld om de kloof tussen `Den Haag' en `Brussel' te verkleinen.

Sprekers als Simon Hix (Londen School of Economics), Gareth Davies (Universiteit van Groningen) en de Deense parlementariër Steen Gade toonden zich sceptisch. Ze wezen erop dat het onderscheid tussen Europese en nationale taken niet objectief valt vast te stellen. Het is een politieke keuze. Veel parlementen hebben daarmee nog weinig ervaring opgedaan, behalve in Denemarken en Finland. Vergroting van kennis over de Brusselse besluitvorming door nationale parlementariërs is dan ook een eerste vereiste, stelden ze.

Nog meer dan bij nationale wetgeving is bij Europese wetgeving het verschil tussen theorie en praktijk groot, waarschuwde Hix. De hoogleraar uit Londen gaf het voorbeeld van Europese regelgeving voor een heffing op auto's. Die moet de milieuvriendelijke verwerking van autowrakken financieren. ,,Vooraf hadden veel peilingen uitgewezen'', zei Hix, ,,dat er onder het publiek grote steun voor dit type maatregelen bestond. Maar toen de Europese wetgeving hierover was afgerond en de auto-heffingen werden ingevoerd, kwamen diverse lidstaten alsnog in opstand.''

Aanwezige Nederlandse Kamerleden noemden later in de wandelgangen van de conferentie de Europese wet over verbetering van de luchtkwaliteit als voorbeeld. Die heeft in de praktijk veel meer gevolgen dan tijdens de goedkeuring van de wet van 1999 werd gedacht. Zo wees de Raad van State op grond van deze Europese wet verschillende bestemmingsplannen voor aanleg van wegen en woningen af. Dat waren ingrepen die het parlement destijds niet had voorzien.

Gareth Davies, Brits hoogleraar aan de Groningse universiteit, zei dat nationale parlementariërs moeilijk vat kunnen krijgen op de manier waarop Brussel de bemoeienis met de lidstaten legitimeert. In naam van een goed functionerende interne markt zijn veel maatregelen genomen (bijvoorbeeld een verbod op ladders voor glazenwassers) waarvan veel mensen zich afvroegen wat die met de interne markt te maken hadden. ,,In theorie is het zelfs mogelijk dat Brussel de Engelse taal als spreektaal verplicht stelt in de Unie'', zei Davies. ,,Dat helpt het vrij verkeer van personen en goederen toch ook?''

Minister Bernard Bot (CDA, Buitenlandse Zaken) zei gisteren dat uitvoering van de subsidiariteitstoets die in theorie al langer bestaat, veel voeten in de aarde zal hebben. ,,Het is tot nog toe een papieren toets gebleven'', zei hij. Toch was hij positief over het voornemen van het parlement om met het experiment te beginnen. Ook bewindslieden moeten daarbij het hunne doen, zei staatssecretaris Atzo Nicolaï (VVD, Europese Zaken), en zich politieker gaan opstellen.

www.nrc.nl/weblog Europa: Meer over de subsidiariteitsconferentie