`Integratie stagneert door partnerkeuze'

De integratie in Nederland stagneert doordat de `witte bovenklasse' steeds meer binnen de eigen groep trouwt en de lagere, veelal allochtone, onderklasse, datzelfde doet.

Daardoor blijft de segregatie, het van elkaar gescheiden leven van bevolkingsgroepen, in stand of neemt zelfs toe.

Dat zei Jan Latten, sociaal-demografisch onderzoeker bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), vanmiddag in de oratie die hij uitsprak bij de aanvaarding van zijn bijzonder hoogleraarschap demografie aan Universiteit van Amsterdam.

De kloof tussen arm en rijk wordt groter in Nederland. Het is niet zo dat met de aankomende generatie de integratie als vanzelfsprekend vordert en tegenstellingen verdwijnen, zo signaleert Latten. De verschillende sociale klassen trekken zich steeds meer terug in hun eigen scholen, opereren op een eigen deel van de arbeidsmarkt, wonen in hun eigen straten en bewegen zich vrijwel louter binnen hun eigen sociale netwerken. De hoogleraar noemt dit `uitsortering'.

Latten baseerde zich voor zijn oratie op een breed scala aan onderzoeken uit verschillende disciplines, waaronder demografie, sociologie, economie. Onderzoek dat volgens hem momenteel vooral per vakgroep wordt bekeken. Latten heeft geprobeerd alle onderzoeken te combineren om zo ,,een oogkleppenvisie'' te vermijden.

In zijn oratie Zwanger van segregatie schetst Latten een zorgwekkend beeld van de toenemende tegenstellingen in Nederland. Zo blijkt uit onderzoek van het CBS uit 2005 dat 80 procent van de jonge Nederlanders van Turkse en Marokkaanse achtergrond binnen de eigen religieuze groep wil trouwen. Als zij dat ook doen, worden de achterstanden die binnen deze groepen bestaan in opleidingsniveau en inkomenspositie, weer doorgegeven aan een volgende generatie.

,,Als de grote aantallen drop-outs van nu over tien jaar met elkaar trouwen'', zegt Latten, ,,vormen zij weer ouders met weinig kansen, die hun achterstandspositie doorgeven aan hun kinderen. Daardoor ontstaat over twintig jaar een nieuwe generatie achterblijvers.''

Deze `erfelijkheid' van opleiding, inkomenspositie en sociale klasse wordt het liefst ontkend in Nederland, heeft Latten gemerkt. ,,Toch is nu al duidelijk te zien dat kinderen van een vader die weinig verdiende, een twee keer zo grote kans op een laag inkomen hebben, en tweemaal zoveel kans om zelf ook weer laag opgeleid te zijn,'' zei Latten vanmiddag. [Vervolg SEGREGATIE: pagina 2]

SEGREGATIE

'Kans op conflict wordt groter'

[Vervolg van pagina 1] De jeugdwerkloosheid onder autochtone jongeren is 12 procent, zegt Latten. Onder jongeren van Marokkaanse afkomst is dat volgens de laatste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, 28 procent. Als de jongeren uit deze groep met elkaar trouwen, zullen relatief veel ouderparen slechts de helft verdienen van het inkomen dat wordt verworven als getrouwd wordt buiten de eigen groep.

Latten verduidelijkt deze stelling met een rekenvoorbeeld. Een werknemer met alleen basisonderwijs kan 13 euro per uur verdienen, iemand met een wetenschappelijke opleiding bijna 28 euro. Als deze mensen voor elkaar kiezen, verdient het `arme paar' 26 euro en het `rijke paar' 56 euro. Zo'n verschil gaat ook weer over op kinderen.

Op jaarbasis gaat het al snel om vele tienduizenden euro's verschil in inkomen per huishouden. ,,Een mooie aanbetaling voor een huis'', zegt Latten. ,,En daarmee veelal de mogelijkheid te kunnen kiezen voor de buurt waarin je wilt wonen.''

Als gevolg daarvan wonen verschillende klassen in wijken die steeds duidelijker van elkaar gescheiden zijn, zegt Latten. Ze zitten niet meer bij elkaar op school, kinderen van verschillende groepen spelen niet meer met elkaar op straat. In Amsterdam, bijvoorbeeld, is de kans dat een Marokkaan een autochtoon in zijn eigen straat ontmoet, afgenomen van 61 procent in 1995 naar 45 procent in 2004, zo blijkt uit berekeningen van het CBS.

Ook de arbeidsmarkt is sterk gesegregeerd, zegt Latten. Nederlanders van allochtone afkomst en lager opgeleiden van autochtone afkomst werken in sterk conjunctuurgevoelige bedrijfstakken, zoals horeca, schoonmaakbranche en detailhandel. Er ontstaat volgens Latten een complete bevolkingsgroep die louter gebruikt wordt als `noodreservoir' aan arbeidskrachten.

Latten maakt zich zowel zorgen over de frustraties aan de onderkant van de samenleving – zoals bijvoorbeeld te zien is in de Franse banlieues waar deze maand ernstige rellen uitbraken, gesticht door veelal allochtone jongeren – als over de sociale en etnische segregatie.

,,Als groepen niet meer met elkaar praten in een samenleving, elkaar niet meer ontmoeten, wordt de kans op een conflict groter'', zegt Latten. ,,Wat dat betreft is de samenleving net een relatie.''