Geen Palestina in 2005 (en misschien nooit)

De Internationale Routekaart had de Palestijnen in 2005 een eigen soevereine staat toegedacht. Maar het is voorlopig bij de geïsoleerde Gazastrook gebleven.

Eén blik in de Israëlische kranten was voor James Wolfensohn ruim voldoende om te beseffen dat met verkiezingen op komst in Israël en de Palestijnse gebieden het ,,seizoen der dwazen'' is aangebroken. Hij las met verbazing hoe de besnorde vakbondsleider Amir Peretz Shimon Peres als leider van de Arbeidspartij onttroonde, om vervolgens de regering-Sharon de facto ten val te brengen en vervroegde verkiezingen af te dwingen. Hij las ook over de problemen die de Palestijnse president Abbas en zijn beweging Fatah hebben om het fundamentalistische Hamas in de verkiezingen klein te houden. En het ontging hem niet dat de Israëlische minister van Defensie Mofaz de kolonisten op de Westelijke Jordaanoever verzekerde dat alle ,,legale'' nederzettingen worden versterkt en door middel van de afscheidingsmuur bij Israël getrokken.

,,The crazy season'' is begonnen en dan worden er geen rationele, constructieve beslissingen meer genomen, constateerde ex-Wereldbankpresident Wolfensohn die er als speciale gezant van de Verenigde Staten, de Europese Unie, Rusland en de Verenigde Naties niet in geslaagd was de Israëliërs en de Palestijnen naar een overeenkomst over het openen van de grenzen van de Gazastrook te leiden. Dat dit akkoord er uiteindelijk toch is gekomen, is te danken aan de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice, die voor het eerst sinds 2000 Amerikaans, diplomatiek micro-management bedreef en de partijen tot een vergelijk dwong. Alleen Rice, die zichzelf en president Bush de blamage van nog een mislukking in het Midden-Oosten wilde besparen, kon de Israëlische veiligheidseisen verenigen met het Palestijnse verlangen om de grenzen van ,,de grootste gevangenis ter wereld'' (de oud-bankier) te openen. ,,Je kan zeggen dat het geen spectaculaire stappen zijn, maar na maanden lang hier nauw bij betrokken te zijn geweest denk ik dat het nemen van een beslissing op zichzelf al een overwinning is'', zei Wolfensohn tegen een klein gezelschap journalisten.

De lat wordt dus steeds lager gelegd. Het bejubelde akkoord – een grote stap voorwaarts, zeiden Rice en de Amerikaanse media – heeft door het ontbreken van afspraken over de opening van de luchthaven en een verbinding tussen de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever een halfbakken karakter. Of de afspraken over het personen- en goederenverkeer van en naar Egypte de praktijk van Israëlische afsluitingen en voorspelbare acties van Palestijnse militanten zullen overleven, moet blijken.

Feit is dat deze afgedwongen overeenkomst het eerste en voorlopig ook het laatste besluit is dat Israëliërs en Palestijnen hebben genomen sinds zij in 2003 in de Jordaanse havenplaats Aqaba de Routekaart voor vrede ondertekenden. 2005 had volgens dit nooit tot leven gekomen plan het jaar moeten zijn waarin een soevereine Palestijnse staat werd opgericht. Geen van de belangrijkste afspraken en voorwaarden over de Israëlische nederzettingen (stoppen met bouwen) of Palestijnse militante groepen (ontwapenen en ontmantelen) is uitgevoerd.

In plaats van een ,,soevereine, democratische en levensvatbare staat'' (president Bush) hebben de Palestijnen alleen de Gazastrook met gesloten lucht- en zeeroutes gekregen. Op de omheinde Westelijke Jordaanoever hebben de Palestijnen het voor het zeggen in gesloten, stedelijke enclaves (Jenin, Nablus, Hebron, Ramallah) die van elkaar gescheiden zijn door Israëlische wegen, checkpoints en nederzettingen. De bouw van de afscheidingsmuur – volgens Wolfensohn ,,een begrijpelijke maar averechtse onderneming'' – op de Westelijke Jordaanoever is in volle gang.

,,Ik vrees dat onze Palestijnse staat, onze nationale doelen, onze nationale eenheid nooit gerealiseerd zullen worden. Moeten we al blij zijn met het openen van een eenvoudige grensovergang van Gaza naar de vrije buitenwereld? In dit tempo komt de Palestijnse staat er nooit. Iedereen hoopt iets anders, maar we weten: dit is de realiteit'', zegt Hafez Barghouti, de commentator van de Palestijnse krant Al-Hayat al-Jadida.

Ook voor Wolfensohn is het de vraag of deze staat er ooit zal komen. ,,Als ik mij niet vergis, is de wereld in verandering en zal het voor Israëliërs en Palestijnen heel moeilijk zijn de aandacht voor hun probleem gevangen te houden. Zij hebben het idee dat hun problemen in het centrum van de aandacht van de wereld staan. Ik denk dat het conflict zijn centraliteit zal verliezen. En daarmee gaat ook de kans om het conflict op te lossen, voor allemaal verloren.'' Zijn analyse wordt gedeeld door Israëlische én Palestijnse politici en commentatoren. Afhankelijk van nationaliteit, geloof en politieke kleur wordt zo'n ontwikkeling toegejuicht of gevreesd.

De Palestijnen, die nog altijd hopen op een nieuw Amerikaanse initiatief dat te vergelijken is met de inspanningen van president Clinton, volgen met grote nieuwsgierigheid de opkomst van Amir Peretz, een verklaard lid van de Israëlische vredesbeweging. Met zijn eerbetoon aan de in Israël omstreden Oslo-verdragen en pleidooi voor snelle onderhandelingen met de Palestijnen spreekt hij links Israël (en de Palestijnen) aan, maar bracht hij kolonisten, generaals en behoudende parlementsleden en commentatoren in het geweer. Peres afzetten en de regering ten val brengen binnen een week is bepaald een prestatie. Maar parlementsverkiezingen winnen in een politiek en sociaal gefragmenteerd land is een andere zaak. Peres die sinds zijn verkiezing tot leider van de jeugdbeweging in 1944 nog nooit een verkiezing heeft gewonnen, verslaan is geen kunst, Sharon verslaan is een uitdaging van ander kaliber. Als het aan de strijdbare Sharon ligt, komt er geen Palestijnse staat, althans niet in de gedaante waarover Palestijnen dromen. Nooit met Jeruzalem als hoofdstad en nooit met Hamas in de geledingen van het Palestijnse politieke systeem.