De vele levens van de Poolse jazz

De man van Lola. Ik herkende zijn gezicht eerst niet. Op de foto's die ik van hem had gezien was hij een stuk jonger. Bovendien droeg hij op veel foto's een ringbaardje. De man die naast me in het café zat, had een gladgeschoren, verweerde kop en een melancholische blik. Voor hem stond een biertje, met een slappe schuimlaag.

,,Weet je wel wie er naast je zit'', had een Poolse vriend plagerig gevraagd. Het gezicht kwam me bekend voor, maar nee. ,,Zbigniew Namyslowski'', zei de vriend. ,,O'', zei ik meteen. ,,De man van Lola!'' De altsaxofonist, die ooit bekend stond als de Poolse John Coltrane, keek verbaasd op en glimlachte. Hij was herkend, door een kenner. Niets was minder waar, maar waarom het tegendeel beweren?

Stomtoevallig had ik een paar dagen eerder Lola gekocht, een lp uit 1964 van het Zbigniew Namyslowski Modern Jazz Quartet. Elegant en vaak opzienbarend, schreef mijn Penguin Guide to Jazz, de Michelingids van de jazzmuziek. Niet alleen een goede plaat, maar ook een bijzondere: Lola was destijds in Londen opgenomen. Het was voor het eerst dat jazzmuzikanten uit het toenmalige communistische Polen een plaat hadden opgenomen in het Westen. Lola was mijn eerste Poolse jazzplaat en nu zat ik naast de maker. Wat een mazzel.

Polen ligt dichter bij Nederland dan Spanje, maar in cultuurhistorisch opzicht veel verder weg. Ik was stomverbaasd toen ik ontdekte dat Polen, ondanks dat communisme, zoiets als de sixties en seventies had gekend, met originele artiesten van eigen bodem. Zoals de vorig jaar overleden rockzanger Czeslaw Niemen, met zijn monumentale stemgeluid. Of Skaldowie, een band die speelt alsof de Californische zon in Polen schijnt. Of de Novi Singers, het vocale ensemble van Bernard Kawka, dat meesterlijk jazz, funk en pop door elkaar husselt. Zoveel mooie muziek, allemaal uit dat grauwe Oostblok. Het is net als in dat café: zonder het door te hebben zit je er pal naast.

Jazz heeft ten opzichte van popmuziek het voordeel dat het vaak instrumentaal is. Daardoor konden Poolse jazzmuzikanten makkelijker doorbreken in de rest van de wereld. Namyslowski (1939) was destijds ook buiten de Poolse jazz-scene een redelijk grote naam, evenals trompettist Tomasz Stanko, die lang gold als een drijvende kracht achter de Europese jazz. Namyslowski en Stanko speelden in 1965 op Astigmatic, een van de meest bizarre albums in de jazzgeschiedenis, van het vroeggestorven genie Krysztof Komeda, die later vooral bekend zou worden om zijn muziek voor Roman Polanski's thriller Rosemary's baby (1968).

In de jaren zeventig zakte het Poolse jazzcircuit in. Sommige muzikanten waren het rebellenbestaan beu en kozen voor veiligheid: zij gingen muziek maken voor tv-programma's bij de staatstelevisie. Veel muzikanten emigreerden naar Amerika, om te ontsnappen aan de culturele verstikking die na de zeer vrije jaren zestig alsnog inzette. In de jaren tachtig diende zich met veel tamtam een nieuwe garde aan, maar die blies zichzelf snel buiten adem. In de jaren negentig werd Polen overweldigd door de internationale muziekindustrie. De vergetelheid lurkte aan Namyslowski en de zijnen. Het superalbum Lola was lang nergens te krijgen.

Op hun eeuwige zoektocht naar nieuwe inspiratiebronnen hebben discjockeys de muziek uit het vroegere Oostblok nu weer `ontdekt'. Zo heeft het Berlijnse collectief Jazzanova elke platenbak in het voormalige Oost-Berlijn omgekeerd en verschillende compilaties uitgebracht van Poolse en Oost-Duitse jazz uit de jaren zestig en zeventig. Op een van die albums staat Namyslowski's `Mooie Lola, bloem uit het noorden', zoals het nummer voluit heet. Dankzij Jazzanova zijn de Novi Singers opeens op menige West-Europese dansvloer te horen.

Vanuit Londen doet de Servische dj Zeljko Kerleta iets soortgelijks. Hij wil, zoals hij op zijn website zegt, ,,een brug slaan tussen oost en west''. Zijn label, Cosmic Sounds, heeft tientallen platen met vergeten jazz en funk uit het oosten uitgebracht, met pareltjes van nummers, zoals `Geef me een beetje zon' van Benibem, de Poolse Santana. In Polen zelf hebben de dj's Marcin Cichy and Igor Pudlo onder de naam Skalpel niets minder dan een jazzrage op de radio veroorzaakt. Bijna alle geluiden op hun platen zijn van oude Poolse jazzplaten geplukt. Zbigniew Namyslowski herleeft daar – als elektronische sample.

Namyslowski zelf lacht een beetje verlegen om zijn hervonden roem. Voor een jazzlegende is hij ongelooflijk bescheiden. Vóór ons op het podium in het café speelt een belabberde bluesband, maar Namyslowski blijft beleefd klappen na elk nummer. Ze doen hun best, nietwaar, zo lijkt hij te willen zeggen. De legende wordt vergezeld door vrouw en dochter, die graag en veel het woord nemen. Volgens dochterlief, die het conservatorium doet, is de Poolse jazz niet veel soeps meer. Vroeger waren er een handjevol jazzmuzikanten en viel je al snel op. Tegenwoordig spuwen de conservatoria aan de lopende band nieuwe muzikanten uit, een pan-Europees probleem, zegt ze.

Namyslowski zit intussen stilletjes voor zijn glas bier. De man van veel noten is een man van weinig woorden.

Dit is de eerste aflevering van een nieuwe rubriek in het Cultureel Supplement met bijdragen van onze correspondenten in Europa.

Jazz-clips uit Polen: www.nrc.nl/kunst