De huisarts wil zo graag

Hij was het altijd al van plan geweest, een boek schrijven over zijn politieke carrière. Maar na zijn aftreden in januari 2004 twijfelde oud-wethouder en huisarts Rob Oudkerk. Hij moest aftreden vanwege zijn bezoek aan de tippelzone aan de Theemsweg in Amsterdam, ooit ingesteld als werkplek voor heroïnehoeren. Die affaire veroorzaakte de twijfel. Een dergelijke kwestie als laatste wapenfeit, maakte het terugkijken een stuk onaangenamer.

Toch ligt er nu een dik egodocument van hem en of hij het nou leuk vindt of niet: het boek bestaat bij de gratie van zijn hoerenbezoek, net als zijn status van bekende Nederlander.

Dat heeft hij zelf waarschijnlijk ook begrepen, getuige de eerste zestig bladzijden die louter over het zedenschandaal gaan. Het kopje `De afrekening', geeft zijn eigen perceptie weer. Er is hem een kunstje geflikt. De storm die opstak na de column van Heleen van Royen in Het Parool begon zijns inziens met een klein akkefietje dat later werd aangegrepen om de uiteindelijke storm te doen ontstaan.

Het akkefietje betrof een boete die Oudkerk in 2003 ontving voor fietsen zonder achterlicht. Die bekeuring lekte vervolgens uit naar de Telegraaf, met de toevoeging dat hij de dienstdoende agent stevig uitgescholden zou hebben. Zie hier de eerste in de rij van insinuaties.

Op verongelijkte toon blikt hij vervolgens terug op het schandaal dat hem de kop kostte. `Ja, ik ben op de tippelzone geweest. Nee, ik heb het nooit met een heroïneprostituee gedaan.' Uiteindelijk komt hij tot een vorm van excuses. Dat betreft echter niet zijn gedrag, maar de gevolgen daarvan. `Ik betreur dat ik mensen met mijn gedrag heb teleurgesteld.' En: `Goed beschouwd nam mijn gevoel onkwetsbaar te zijn te veel bezit van me'.

Gaat het boek nog ergens anders over? Jawel, over de Bijlmerenquête in 1996, waarbij hij commissielid was. Over de druk die hij ondervond van toenmalig PvdA-leider Ad Melkert om voor het verschijnen van het eindrapport hem de conclusies vast mee te delen, zodat tijdig geanticipeerd kon worden op mogelijk politieke consequenties. Over zijn visie op de gezondheidszorg en zijn tijd als wethouder in Amsterdam.

Onaardig om te lezen is het niet, al had het allemaal wat puntiger gekund. Te vaak schrijft Oudkerk bij een gebeurtenis waar hij aan denkt, wat hij vindt en hoe hij zich voelt. Wat voor prachtige toespraken hij ooit gehouden heeft, om die vervolgens volledig af te drukken. De urgentie van al die beschouwingen ontbreekt. Die komt pas weer aan het einde van het boek als hij beschrijft hoe hij denkt terug te keren in de politiek.

Hij wil een informeel netwerk organiseren – via internet – dat wellicht een politieke partij kan worden. `Dat is dus de omgekeerde weg die je dan bewandelt. Eerst ambitie en enthousiasme verzamelen. Draagvlak en massa.' Zo'n beweging kan dan van buitenaf de politiek dwingen het systeem aan te passen, schrijft Oudkerk. En dan komt hij zelf weer in beeld. `Als ik denk dat het nuttig is, zal ik op dat moment graag mede leiding geven aan zo'n politieke beweging.'

Dat is Oudkerk ten voeten uit. Hij wil zo graag. Dit land moet veranderd worden en hij kan daarbij helpen. Daarom is het ook zo jammer dat hij naar huis is gestuurd vanwege het frequenteren van de tippelzone. Want het land wacht op hem.

Rob Oudkerk: Geen weg terug. Prometheus, 422 blz. €19,95