De bomgordel van mijn vrouw

Florian Zeller, die zaterdag optreedt op Crossing Border, is een van de Franse auteurs die het moslimfundamen- talisme hebben ontdekt als literair thema. De toon van de romans wordt steeds grimmiger.

Steeds meer Franse auteurs cirkelen in hun werk rondom thema's als moslimfundamentalisme, religieus fanatisme en zelfmoordaanslagen. Daar is ook alle reden voor. De banlieues van de grote steden staan in vuur en vlam, er wordt geworsteld met de herinnering aan een koloniaal verleden en gedebatteerd over hoe deze erfenis in de geschiedenisboekjes weergegeven moet worden. Menig bus- en metrogebruiker van de Franse hoofdstad doet een schietgebedje bij het instappen: ook daar is men ervan doordrongen dat het niet de vraag is óf er hier terroristische aanslagen worden beraamd, maar wanneer deze zullen worden uitgevoerd. ,,U kunt wel de andere kant opkijken zolang dit soort aanslagen in Algerije gebeurt of in Arabische landen'', zei de Algerijnse schrijver Yasmina Khadra twee jaar geleden in deze krant, ,,maar ook u hier in het Westen zult ermee te maken krijgen.''

De tegenstellingen tussen christen en moslim worden door Florian Zeller in La fascination du pire (besproken in Boeken, 21.01.05) benaderd met de nodige humor. Hij schetste en passant het scenario dat even later, na de moord op Theo van Gogh, in Nederland werkelijkheid zou worden. De ene auteur gaat voorzichtig onderzoekend te werk, de ander in bittere ernst. De een werpt zich erin met hart en ziel, met huid en haar, bij de ander blijft de rede van Descartes, de filosofische, de beschouwende toon de overhand houden.

Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor Eric-Emmanuel Schmitt die in zijn `cycle de l'invisible' op een heel persoonlijke manier de wereldgodsdiensten onderzoekt. In Milarepa is dat het boeddhisme, in Meneer Ibrahim en de bloemen van de koran de islam en in Oscar en oma Rozerood het christendom. Het derde deel van het vierluik, Het kind van Noach, is het sober vertelde verhaal van een joodse jongen die tijdens de Tweede Wereldoorlog onderdak vindt in het weeshuis van een rooms-katholieke priester. Schmitt stelt, op zijn eigen weloverwogen, melodieuze manier, vragen bij de letterlijke interpretatie van de oude geschriften, kijkt er van een afstandje naar, relativeert en voegt er een eigenzinnige versie aan toe. Zo ontstaat bijvoorbeeld, in de voor het toneel geschreven tekst Mes évangiles, een nieuw evangelie, waarin Schmitt zijn stem geeft aan Jezus, die met vallen en opstaan ontdekt wat zijn rol in de wereld zal zijn, en aan Pilatus, de Romeinse keizer die zich bij Schmitt, in de voetstappen van zijn vrouw, tot een volgeling van Jezus ontpopt. Schmitt verdiept zich al verhalend in de achtergrond, in het verleden, in het overgeleverde woord. Het acute heden komt bij hem slechts zijdelings ter sprake, bijvoorbeeld aan het eind van Het kind van Noach, in een dialoog over stenen gooiende joodse en Palestijnse jongens, vlak nadat een Israëlische tank een Palestijns huis heeft verwoest als reactie op een zelfmoordaanslag.

Spijkers

Gilles Rozier, auteur van Een liefde zonder verzet, en in het dagelijks leven directeur van het Institut d'Etudes juives in Parijs, komt in zijn roman La promesse d'Oslo al veel dichter bij de dagelijkse werkelijkheid. Zijn hoofdpersoon, de Israëlische vrouw Sharon, verliest haar enige zoon Eli bij de actie van een Palestijnse zelfmoordterrorist in een bus. `Degene met de bom onder zijn trui hield zich warm met explosieven en spijkers [...] die diep in de hoofden van de joden moesten dringen, zodat ze zich goed in het hoofd zouden prenten dat ze ons land ontheiligen.' Eli heeft, tegen de wil van zijn vader enkele jaren dienst gedaan in het Israëlische leger, in plaats van zich te melden bij de talmoedschool en de Torah te bestuderen. Hij heeft voor zijn land gevochten, mensen gedood. `Een vijand, twee vijanden, hij wist niet hoeveel, hij had ze niet geteld, je telt geen mensen, joden in ieder geval niet, de Torah zegt dat je geen joden telt, dus Arabieren ook niet, het is beter niet te tellen hoeveel mensen je doodt.' En als er een Arabier wordt gedood, wie heeft het dan gedaan? Er zijn zoveel militairen met een halve maan op hun uniform, `Libanezen, Hezbollah, Djihad, de druzische milities van Walid Kjoumblat, Sjeik Yassin, de Tanzin, de martelaarsbrigade van Al Aksa, Ahmed Amar Djaber Anouar Feisal Sarik, je wist gewoon niet wie het eerst uit zijn slof was geschoten.'

Door de ogen van Sharon roept Rozier de hele onoverzichtelijke politieke en gewelddadige achtergrond op waarvan het Westen slechts de televisiebeelden kent. Tegelijk maakt Rozier tastbaar wat het betekent te leven in die omstandigheden: Sharon wordt door haar man verlaten, moet haar verlies alleen dragen, kan haar wanhoop niet delen. Haar geloof is haar enige richtsnoer, de ruimdenkende rabbi haar enige raadgever.

Schone handen

Het indrukwekkendste boek dat dit najaar over deze thematiek verscheen is zonder twijfel L'attentat van de Algerijnse Yasmina Khadra, een omstreden auteur omdat hij zesendertig jaar als militair in het Algerijnse leger diende. Nadat hij zijn vaderland voorgoed had verlaten, maakte hij zijn ware identiteit bekend: Yasmina Khadra bleken de twee voornamen van zijn vrouw. Er werd verondersteld dat niemand in zo'n bloedige periode van militaire dictatuur in staat was schone handen te houden. Frankrijk weigerde hem een visum, internationale schrijversorganisaties trokken hun subsidies in, fundamentalisten bedreigden hem met de dood. Nu de gemoederen zijn bedaard en Khadra, verbitterd en diep gekwetst, maar met contracten voor een serie romans, in Parijs verblijft, is het juist deze auteur die zich waagt aan een uiterst gevoelig onderwerp – te gevoelig voor een grote literaire prijs. Hoe wordt iemand een terrorist? Wat zijn de drijfveren? Uit welk milieu komt zo iemand?

Khadra, die eerder schreef over terrorisme en fundamentalisme in Afghanistan, waagt zich nu aan het Palestijns-Israëlische conflict en kiest als hoofdpersoon een hardwerkende, succesvolle chirurg, die zo ver afstaat van de politieke situatie van zijn land en zozeer opgaat in zijn vak dat het voor de Westerse lezer eenvoudig is zich met hem de identificeren. Deze chirurg, van Palestijnse afkomst maar tot Israëliër genaturaliseerd, staat urenlang te opereren in een poging de slachtoffers van de zoveelste zelfmoordterrorist te redden. Zijn wereld stort in als hij hoort dat deze kamikaze niemand anders was dan zijn eigen vrouw. Ongeloof, agressie, harde verhoren, opsluiting, mishandeling, ontslag, uitsluiting, buurtterreur zijn het gevolg. Juist omdat deze chirurg ons vanaf het begin zo nabij was, slaagt Khadra erin ons door alle fasen van zijn verhaal mee te nemen. Wij beleven zijn waanzin, verdwijnen in zijn zwarte gat, gaan mee in zijn zoektocht naar de ware identiteit van zijn vrouw en we staan naast hem als hij zegt: `Ik wil alles weten, de hele waarheid.'

Die zoektocht voert naar moskeeën, naar imams, naar marteling en opsluiting, naar vergeten familieleden en, uiteindelijk, naar zijn eigen verdrongen verleden. `Op welke planeet leef jij, meneer Jaafari?' vraagt één van de leiders van de islamisten die hij ontmoet, `Jij zit in je gouden kooitje, je weigert onze hel te zien, dat is je goed recht [...] maar je vrouw is gestorven voor jouw verlossing.' Langzaam vormen we ons een beeld van die andere wereld, die waarvan de chirurg geen benul had, die hem ontging, die hij niet zocht en niet waardevol vond – maar waaraan hij zijn geliefde, en uiteindelijk, zijn leven verloor. Khadra is er, op een meesterlijke manier, in geslaagd een antwoord te formuleren op één van de meest gehoorde wanhoopskreten van vandaag: waarom, in godsnaam?

Gilles Rozier: La promesse d'Oslo. Denoël, 187 blz. €15,–

Yasmina Khadra: L'attentat. Julliard, 268 blz. €18,–

Florian Zeller treedt 19 november op bij het Crossing Border Festival in Den Haag. Zie www.crossingborder.nl. Een Nederlandse vertaling van La fascination du pire verschijnt komend voorjaar bij De Arbeiderspers.

Het werk van Eric-Emmanuel Schmitt verschijnt bij uitgeverij Atlas.