Thuiszorg-schuif

Het kabinet streeft vergeefs naar vermindering van het aantal regels. De wetboeken worden juist steeds dikker. Zo behandelt de Tweede Kamer op dit moment het voorstel voor een Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). De WMO bepaalt dat hulp bij mensen thuis straks door de gemeenten wordt georganiseerd. Nu contracteren zorgkantoren die thuiszorg nog ten laste van de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ). Voorlopig nemen gemeenten alleen de eenvoudige huishoudelijke hulp over. Later worden vermoedelijk nog andere voorzieningen uit de AWBZ gelicht en overgeheveld naar de lokale overheid.

Vanwaar deze thuiszorg-schuif? Een complottheorie biedt de verklaring: de rijksoverheid heeft een probleem en wentelt dat af op de gemeenten.

De AWBZ dekt de kosten van een reeks voorzieningen zoals verpleeghuizen, verzorgingshuizen en de vooral door senioren geconsumeerde thuiszorg: hulp in de huishouding, assistentie bij het aan- en uittrekken van steunkousen en toezicht op het tijdig innemen van alle voorgeschreven medicijnen. Het probleem is dat deze volksverzekering onbetaalbaar dreigt te worden. Iedereen in Nederland betaalt premie voor de AWBZ over zijn belastbare inkomen uit woning en werk. Sinds 2002 is de premie opgelopen van 10,25 tot 13,45 procent. De maximaal verschuldigde premie vloog in drie jaar tijd omhoog van 2.850 euro naar 4.080 euro.

Dat kan zo niet doorgaan, vindt het kabinet. Het wil de uitgaven beperken door het pakket via de AWBZ gefinancierde zorg te beperken. Dan kan de premie volgend jaar omlaag (tot 12,35 procent) en hoeft zij in de toekomst minder sterk te stijgen. Om het pakket uit te dunnen wordt de geestelijke gezondheidszorg uit de AWBZ gewipt. Hulp bij psychische problemen is straks meeverzekerd op de polis voor de nieuwe basisverzekering tegen ziektekosten. Bovendien hevelt het kabinet de thuiszorg over naar de gemeenten, te beginnen met de eenvoudigste werkzaamheden. Tegen dit voornemen valt weinig in te brengen. Planten water geven en foto's van de kleinkinderen afstoffen heeft niets met gezondheidszorg te maken en hoort niet thuis in de AWBZ, die bijna veertig jaar geleden is opgezet om onverzekerbare gezondheidsrisico's af te dekken.

Gemeenten hoeven de nieuwe door de WMO opgedragen taken niet uit de eigen belastingen te financieren. Dat zou ook niet kunnen. Met ingang van komend jaar is hun vrijheid om onroerendezaakbelastingen te heffen drastisch aan banden gelegd. Daarom krijgen gemeenten voor hun WMO-taken extra geld uit de rijksbegroting, via een speciale uitkering uit het gemeentefonds. Vanaf 2006 komen kostenstijgingen bij de thuiszorg voor rekening en risico van de gemeenten. Onzeker is of de speciale uitkering uit het gemeentefonds in de toekomst voldoende meestijgt. Het kabinet rekent erop dat door de verschuiving van de thuiszorg naar gemeenten besparingen mogelijk zijn. Anders had de schuif ook weinig zin. Vermeende kostenvoordelen zal Den Haag te eniger tijd willen incasseren. Gemeenten zitten dan met de brokken wanneer zij die veronderstelde kostenvoordelen niet kunnen realiseren.

Inderdaad is het denkbaar dat gemeenten goedkopere oplossingen verzinnen voor hulp aan huis voor mensen met lichamelijke handicaps. Bijvoorbeeld door strenger te toetsen of iemand wel voor hulp in aanmerking komt en door minder royale arrangementen te bieden. Hiertegen maakt de Tweede Kamer echter bezwaar. Die wil de aanspraken op WMO-voorzieningen gedetailleerd vastleggen via een zorgplicht voor gemeenten. Zo gaat de speelruimte om lokaal creatieve en goedkopere oplossingen te bedenken echter verloren. Inmiddels hebben de vier grote gemeenten de logische gevolgtrekking gemaakt. Zolang de aanspraak op voorzieningen en vorm waarin die worden verstrekt, minutieus op centraal niveau worden geregeld, willen zij tot in lengte van jaren hun uitgaven voor thuiszorg integraal in Den Haag kunnen declareren. Maar daarmee zou voor gemeenten elke prikkel wegvallen om doelmatig te opereren. Alle aan thuiszorg gespendeerde euro's krijgen zij immers toch vergoed.

Cijfers over het huidige gebruik van thuiszorg binnen de grenzen van elke gemeente kunnen worden afgezet tegen het bedrag dat gemeenten voor WMO-taken mogen verwachten. Dan blijkt dat sommige gemeenten er – ook bij een aanvankelijk gelijkblijvend landelijk budget voor thuiszorg – zwaar op achteruitgaan. Hun inwoners hebben tot nu toe te maken met soepele indicatiecommissies en ruimhartige zorgkantoren, die de poort naar de thuiszorg wijd open zetten. Het extra geld uit het gemeentefonds wordt echter verdeeld op basis van objectieve kenmerken van gemeenten, zoals het aantal inwoners van 65 jaar en ouder. In nadeelgemeenten zal de collectief gefinancierde thuiszorg dus verschralen.

De schoffelaars in de tuin van onze verzorgingsstaat moeten kiezen. Als Den Haag gemeenten geen vrijheid geeft om zelf hun WMO-bonen te doppen, lijken bezuinigingen niet haalbaar. De AWBZ-premie kan dan weliswaar wat omlaag, maar de rijksbelastingen gaan omhoog om de groeiende kosten van thuishulp aan een vergrijzende bevolking op te vangen. Het alternatief is dat gemeenten de vrijheid krijgen het aanbod van thuishulp op hun eigen manier te organiseren. Dat drukt vermoedelijk de kosten, maar er ontstaan lokale verschillen. Erg is dat niet. Ook tal van andere voorzieningen verschillen van gemeente tot gemeente.