Strijdtoneel: Verre Oosten

Buitenlandse politiek gaat over binnenlandse belangen, heeft de Britse premier Margaret Thatcher eens gezegd. In dat licht moet de reis naar het Verre Oosten van George W. Bush worden gezien. De Amerikaanse president bezoekt dezer dagen onder andere China en Japan. Gisteren hield hij in het Japanse Kyoto een toespraak waarin hij Japan, Zuid-Korea en Taiwan prees voor hun open en democratische samenlevingen. De Chinese politieke leiders kregen een waarschuwing. De economie van hun land groeit en de welvaart neemt toe, maar de vrijheid om er te zeggen, te denken en te geloven wat men wil, vindt Bush ondermaats. Maar lof was er ook, vooral voor de Chinese inspanningen inzake het vredesoverleg tussen Noord- en Zuid-Korea.

De president slaat met zijn Aziatische reis een paar belangrijke piketpalen in de grond. De strijd om de economische hegemonie – en wie weet de politieke – zal zich deels hier afspelen. China en India zijn opkomende economische grootmachten; Japan is dat al en begint zich intussen politiek in de regio te manifesteren. Bush prijst zijn bondgenoten zodat Peking de reikwijdte van de Amerikaanse invloedssfeer kan zien. China is het land waar het voor Bush politiek en economisch om draait. Het belang van China voor de economie van de VS en de rol van de Chinezen als co-financiers van de Amerikaanse begroting maken dat hij op eieren loopt. China kan niet langer in het gaharnaste jargon van weleer worden gekapitteld over dictatuur en mensenrechten. De wederzijdse economische belangen zijn zo groot en verstrengeld dat er omzichtigheid in de dialoog is gekomen. Een openlijk conflict, over Taiwan bijvoorbeeld, zou zowel Peking als Washington slecht uitkomen.

Toch reageerde China gisteren geprikkeld op Bush' lof voor het vrije Taiwan. Het duldt geen buitenlandse inmenging in wat de Chinese autoriteiten als een binnenlandse aangelegenheid zien. Voor Peking is Taiwan een `afvallige provincie'. Het Chinese Volkscongres nam dit voorjaar een anti-afscheidingswet aan die in onversneden taal duidelijk maakt dat er slechts één China in de wereld bestaat, en dat Taiwan daar een onvervreemdbaar onderdeel van is. Hereniging van China en Taiwan is nu wettelijk vastgelegd. Dit zou vreedzaam moeten gebeuren. Maar omdat in artikel 1 van de wet meteen al sprake is van de ,,fundamentele belangen van de Chinese staat'', mag duidelijk zijn dat Peking minder vreedzame middelen niet schuwt als daar aanleiding toe is.

Taiwan is slechts één van de potentiële conflicthaarden in de ingewikkelde Amerikaans-Chinese relatie. De energievoorziening aan China is een andere. Ook hier zijn de belangen tegengesteld én verstrengeld. China heeft olie nodig om zijn economie draaiende te houden. Het haalt daarvoor banden aan met bondgenoten van de VS (Indonesië) en vijanden (Iran). En het doet alles om tot in Amerika toe olieconcerns over te nemen, daarmee de vrije markt strategisch infiltrerend met staatsoliebedrijven.

Tussen beide grootmachten woedt een onderhuids touwtrekken. Taiwan is het breekpunt, waarbij de VS terecht uitgaan van de realiteit van de eilandstaat. Wederzijdse belangen staan escalatie nu nog in de weg, maar omdat status quo in de geopolitiek geen gegeven is, is er reden voor alertheid. Het gevechtsterrein ligt er. Wat ontbreekt zijn de troepen, en dat kan maar beter zo blijven.