Schiphol-slachtoffers met trauma niet weg

Medewerkers van het Bureau Medische Advisering van de IND gaan vanaf volgende week beoordelen wie van de overlevenden van de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost getraumatiseerd is geraakt en wie niet. Als er sprake is van een trauma door de brand en als in het land van herkomst geen adequate behandeling mogelijk is, zullen gedetineerden voorlopig niet worden uitgezet.

Dat heeft minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) vanochtend gezegd tijdens een overleg in de Tweede Kamer. Verdonk meldde dat van de 268 personen die tijdens de brand in het cellencomplex verbleven er tien vrijwillig zijn vertrokken. Ze verwachtte dat de gesprekken die de Onderzoeksraad voor Veiligheid nu voert met overlevenden uit twee vleugels van het complex, over de oorzaak van de brand, volgende week zijn afgerond.

Verdonk ging niet in op de vraag van Tweede-Kamerleden van GroenLinks en SP naar de termijn waarin kan worden vastgesteld of mensen getraumatiseerd zijn geraakt door een gebeurtenis. Volgens hen noemen deskundigen daarvoor een termijn van zes tot acht weken. De brand was drie weken geleden. Verdonk zei dat haar ministerie een ,,zorgvuldig, onafhankelijk medisch oordeel'' zal vragen voordat de verwijderingsprocedure wordt doorgezet. Het Bureau Medische Advisering van de IND hoort bij het ministerie van Verdonk.

Minister Donner (Justitie, CDA) zei vanochtend in het Kamerdebat dat sinds vorige week opnieuw met de gedetineerden uit het cellencomplex wordt gesproken over de nazorg die hun is gegeven. Hij verwacht niet dat ,,de beleving'' van de gevangenen over die zorg ,,op één lijn gebracht kan worden'' met de visie van hulpverleners. Donner weigerde uit privacyoverwegingen in te gaan op gevallen waar Kamerleden vanochtend mee kwamen. Vorige week had hij verslag gedaan van gesprekken met vier gedetineerden. Volgens Kamerleden klopte zijn verhaal niet met het verhaal dat zijzelf van deze vier mensen hadden gehoord.