O'Connor zingt feestreggae met ernstig gezicht

Reggae is sloom en stoned, vinden velen. Totdat je Sly Dunbar, Robbie Shakespeare en zes andere Jamaicaanse muzikanten de gospel hoort verkondigen. Dan wordt reggae sensationele oermuziek, met een uitgelezen balans tussen aardse deining en intellectuele uitdaging. Wat voor geestesgesteldheid hebben muzikanten nodig om een relaxed deuntje zo tintelend te houden? Je zou er bijna een heilzaam effect op lichaam en ziel aan toekennen.

Waarschijnlijk heeft de door de popbusiness gemangelde Ierse zangeres Sinéad O'Connor zich daarom tot het genre gewend. Tijdens haar concert gisteravond in Den Haag, waarmee het Crossing Border festival met muziek en literatuur werd geopend, speelde ze uitsluitend reggae-liedjes van jaren zeventig-grootheden als Lee Perry en Burning Spear.

Spirituele muziek, noemt O'Connor het, en dat is de enige muziek waarmee ze zich nog inlaat. Maar de band, die voor O'Connors entree zo'n drie kwartier de zaal mocht opwarmen, had een andere missie. ,,Are you ready to party?'' vroeg de vrolijke trombonist met de bolhoed.

Tussen de acht solide Jamaicanen met hun mutsen, hoeden en petten was O'Connor als een geestverschijning: klein, kaal en wit, met een groot kruis om haar nek. Het publiek in de aangenaam kleine zaal bestond duidelijk eerder uit Sinéad O'Connor-fans dan uit reggaeliefhebbers. En ook O'Connor zelf moest warm draaien. Ze bleef ernstig kijken, maar danste wel met haar begeleiders, en schokte met haar hoofd om de zangpartijen op de juiste manier de microfoon in te sturen.

O'Connors kwetsbare uiterlijk is misleidend. Zodra ze begint te zingen, wordt ze weer het kind dat met wijdopen mond haar woede uitschreeuwt. Haar zang kan nog altijd sierlijk galmen. Toch bleek het leven ook aan Sinéads stembanden niet onopgemerkt voorbijgegaan. De boosheid laat ze fel schallen, maar de tedere frasen in bijvoorbeeld Lee Perry's liefdesliedje Curly Locks gingen verloren in hees gefluister. Nothing Compares 2 U, haar grootste hit uit 1990, had ze gisteravond niet eens meer gehaald.

Was het optreden nu spiritueel of feestelijk? De multireligieuze O'Connor selecteerde de liedjes (Vampire, Jah Nuh Dead, Throw Down Your Arms) vanwege hun spirituele betekenis, en vroeg bassist Robbie Shakespeare en drummer Sly Dunbar om haar te begeleiden. De magistrale Dunbar, van wie we alleen een wollen muts en de top van zijn zwiepende stokken boven de trommels zagen uitkomen, had ook in zijn eentje de zaal kunnen bezighouden. Daarnaast waren er knorrende blazers, vrolijke achtergrondzangeressen en droog commentaar van twee gitaristen. Het werd een spiritueel feest.

Concert: Sinéad O'Connor. Gehoord: 16/11 Crossing Border in het Theater a/h Spui, Den Haag. Zie voor informatie over het festival www.crossingborder.nl