Mussert was geen landverrader

Dat juist Mussert tot symbool van de abjecte verrader werd, kwam ook door zijn parmantige leidersallure, die potsierlijke kopie van buitenlandse voorbeelden, meent H.W. von der Dunk.

Als er één motto boven de politieke loopbaan en de figuur van Anton Adriaan Mussert kan worden gezet dan is het de befaamde uitspraak van de grote cynicus Talleyrand `erger dan een misdaad, een stommiteit'. Het zijn de kortsluitingen, misrekeningen, hardnekkige illusies en waandenkbeelden die in het politieke bedrijf en de geschiedenis veel meer ellende hebben aangericht dan de opzettelijke schurkenstreken of infame machinaties.

Mussert, voor generaties in Nederland het symbool van de verrader en tijdens de bezetting waarschijnlijk de meest gehate landgenoot, was al uit enkele historische studies en vooral uit de biografie van Jan Meijers als een andere figuur te voorschijn gekomen dan dat prototype van een judas. De publicatie deze week van aantekeningen uit zijn gevangenisperiode – Anton Mussert, Nagelaten bekentenissen, verantwoording en celbrieven van de NSB-leider, bezorgd en ingeleid door Gerard Groeneveld – hebben die revisie duidelijk versterkt. Wat de NSB-leider ook was, een landverrader was hij nu juist níet.

Voorzover zijn vonnis gebaseerd was op die beschuldiging, was het in juridische zin faliekant onjuist. In een brief aan zijn vrouw heeft Mussert er trouwens een opmerkelijk afstandelijk en raak commentaar op geleverd dat men eerder van een historicus anno 2000 dan van de veroordeelde zou verwachten: het was een zuiver politiek proces, maar de rechtbank kon niet anders onder de gegeven omstandigheden en de doodstraf was logisch, schrijft hij zonder verbittering. De tijd was nog niet rijp voor een juist oordeel.

De legende van een NSB-verraad in de meidagen was al lang door Loe de Jong weerlegd en Musserts doel was een alternatief Nederland, fascistisch-autoritair onder zijn leiderschap maar met behoud van zijn nationale identiteit, zijn eigen vlag (oranje-blanje-bleu) en zelfstandigheid; zij het opgenomen in een grote Germaanse federatie onder Duitslands leiding. Want het stond voor hem vast dat Duitsland de oorlog zou winnen, een overtuiging die aanvankelijk ook anderen hadden, zoals Colijn, al maakt het uiteraard wat uit of men het verwachtte of ook hoopte. De NSB-ideologie was oorspronkelijk wel volks maar niet expliciet anti-joods. Niet alleen had Mussert eind jaren twintig een korte verhouding met een joodse kunsthistorica (wat overigens nog niets zegt), in de NSB zaten oorspronkelijk ook joden toen die nog een vergaarbak was voor ontevredenen over het functioneren van de parlementaire democratie en die om gezag riepen. Mussert gold bij de SS als `jodenknecht'. In dat opzicht kwam hij in dezelfde fatale glijbaan terecht als Mussolini. En hij werd van begin af aan door de Duitsers, met name de SS, op het verkeerde been gezet, op een zijspoor gerangeerd als sta-in-de-weg voor hun inlijvingspolitiek. Zijn rol werd die van een `nuttige idioot' om met Lenin te spreken.

Zijn nu gepubliceerde historische verantwoording `De NSB in oorlogstijd', het veruit belangrijkste stuk uit Groenevelds boek, is dan ook ronduit verbijsterende lectuur. Duitsers en bezetting waren de ergst denkbare ramp en men kan soms denken dat een verzetstrijder aan het woord is. Mussert noemt de NSB ook de bovengrondse verzetsbeweging en zinspeelt op een soort collegiale nationale werkverdeling: mocht Engeland winnen dan kon de regering in Londen voor Nederland opkomen, wint Hitler dan was hij, Mussert de aangewezen verdediger van 's lands belang. Om dat doel te bereiken moest hij echter tijdens de oorlog de schijn van verregaande collaboratie op de NSB laden en nu pas, nu het spel met Hitlers dood is afgelopen kan hij het masker laten vallen. Kortom, hij had een geheime agenda als een slimme vaderlandslievende strateeg, die alleen op het verkeerde paard had gewed en met verkeerde troepen te maken kreeg.

Uiteraard ten dele een terugprojectie en de apologie van een man die weet waarvan men hem beschuldigt. Daarmee kent hij zichzelf alleen een gebrek aan realiteitszin en een politiek onbenul toe die vermoedelijk nog groter zijn dan in werkelijkheid, maar voor de rechtbank is men altijd liever een ezel dan een schurk. Dat hele luchtkasteel was immers gebouwd op zijn heilig geloof in Hitlers volstrekt gratuite toezegging dat hij hem na de overwinning als leider van het Nederlandse volk zou erkennen. Op dat woord van de Führer – zo betoogt hij – was zijn vertrouwen gebaseerd dat hij de machinaties van zijn machtige vijanden uiteindelijk zou overleven en zijn ideaal kon verwerkelijken. Hij weidt uit over zijn idealen en de tegenwerking van Himmler, Göring, Rost van Tonningen c.s. Wat de daadwerkelijke effecten waren van die `tactiek', de praktijk wordt slechts zijdelings aangeduid met de klacht dat de goeden in de partij onder de kwaden moesten lijden die helaas het aanzien bepaalden. En de gruwelen onder het hakenkruis blijven buiten zijn gezichtsveld.

Mussert werd (ook weer als Mussolini) slachtoffer van zijn eerzucht en ijdelheid en bovenal van de fataliteit dat hij, toen hij eenmaal in de diabolische zuigkracht van Hitler en de nazi-beweging terecht was gekomen, niet meer terug kon en met ijzeren greep mee naar de afgrond werd getrokken. Dat juist híj tot symbool van de abjecte verrader werd, kwam ook door zijn parmantige leidersallure – die potsierlijke kopie van buitenlandse voorbeelden. Daardoor vooral leverde hij in de dramatische tijd van oorlog en bezetting aan een geschokt en onderdrukt land het gezicht van de boosdoener die iets van de ramp kon verklaren. Zijn groot organisatietalent, gedrevenheid en pose maakten hem tot de ver zichtbare incarnatie van de NSB, die in veel te grote laarzen liep terwijl zijn politieke horizon iets had van een doorgeschoten padvinder en puberale romanticus.

Dat komt naar voren in de absurde brief die hij uit de gevangenis aan Schermerhorn schreef, collega-ingenieur uit Delft. Hij heeft het daar over het ontwerp van een geheim monstrueus marinewapen, efficiënter dan de atoombom, dat hij via Schermerhorm aan president Truman wil doorspelen, nu Amerika ons tegen het bolsjewisme beschermt. De minister-president reageerde niet en we moeten dus aannemen dat Mussert dit geheim mee in zijn graf heeft genomen.

Als het masker van de macht wordt weggerukt wordt een man bij slag sympathieker, ook als het zoals bij Mussert feitelijk om schijnmacht ging. Hij aanvaardde zijn lot, daar was iedereen het over eens, met een superieure gelatenheid, waardig en stijlvol op een wijze die je niet onberoerd kan laten; overtuigd dat de geschiedenis hem eerder als een Oldenbarnevelt zou rehabiliteren. Misschien de laatste en meest tragische illusie van die in een fataal tijdsgewricht in de politiek verdwaalde ingenieur. Maar aan de rehabilitatie van zijn beeld als ordinaire landverrader zijn we al lang toe. Zeker als we zien hoe wonderlijk Nederland soms kaf van koren heeft gescheiden in zijn geijkte beeldvorming van die tijd.

H.W.von der Dunk is emeritus hoogleraar Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.