Het Deense streven naar `naerhed'

Het Deense parlement bemoeit zich al in een vroeg stadium met wetgeving uit Brussel. Moet Nederland Denemarken zien als lichtend voorbeeld?

Eind vorige week gebeurde het nog. In de Folketing, het Deense parlement in Kopenhagen, speelde zich vrijdag een politieke confrontatie af over een Europees wetvoorstel. Dit keer ging het over de werk- en rusttijden, bijvoorbeeld van de brandweer. De vraag was of Denemarken in Brussel de mogelijkheid moet bedingen om van de Europese regels af te wijken. Na een urenlange discussie kreeg de Deense regering het mandaat om over zo'n uitzondering te gaan onderhandelen.

Wat vrijdag gebeurde, was geen uitzondering, vertelt Mongin Forrest via de telefoon. Forrest is de verbindingsman, de vertegenwoordiger van het Deense parlement bij de Europese instellingen in Brussel. Hij houdt nauwgezet in de gaten welke Europese voorstellen er aankomen. ,,Met enige regelmaat, gemiddeld eens per maand, spelen zich in de Folketing pittige discussies af over Europese voorstellen.''

Het Deense parlement is een van de weinige in Europa dat in een vroeg stadium anticipeert op mogelijke Europese regelgeving. Voordat een Deens minister naar Brussel afreist voor overleg met zijn Europese collega's, moet hij van het Deense parlement een mandaat krijgen voor de onderhandelingen. Regelmatig wordt een minister gedwongen zijn onderhandelingsinzet te herzien, vertelt Forrest. ,,Op deze manier hebben we Reach, de ingrijpende chemie-wetgeving waarover het Europees Parlement dezer dagen besluit, in Kopenhagen vanaf dag één gevolgd. Hetzelfde geldt voor de voorstellen voor een Europees Grondwettelijk Verdrag.''

Politieke controverses over Europa, aandacht van media en maatschappelijke organisaties – als er iets is waar Nederlandse parlementariërs met Europa in hun portefeuille van dromen, is het dat wel. In Den Haag is na het nee tegen de Europese Grondwet volop discussie over de vraag hoe het publiek meer bij de Europese besluitvorming kan worden betrokken.

Vroegtijdige bemoeienis van het nationale parlement bij Europese besluitvorming kan daarbij helpen, zo werd vandaag vastgesteld tijdens een Brits-Nederlandse conferentie over dit onderwerp. Nederlandse Kamerleden kijken dan ook met belangstelling naar het Deense streven naar naerhed (nabijheid), oftewel subsidiariteit zoals dat in het Nederland heet. Godelieve van Heteren, voorzitter van de Europa-commissie van de Tweede Kamer, zegt: ,,Het Deense voorbeeld is interessant omdat het parlement daar net iets eerder en net iets scherper dan in Nederland zijn mening geeft over Europese plannen.''

Denemarken als lichtend voorbeeld voor andere EU-landen? De Denen zelf zijn de eersten om dit te relativeren. Parlementair verbindingsman Forrest zegt: ,,Het is belangrijk om te weten dat onze aanpak niet alleen voortvloeit uit democratisch idealisme, maar vooral uit noodzaak.'' Omdat Denemarken vaak minderheidsregeringen heeft, worden ministers vaker gedwongen bijtijds naar het parlement te komen om meerderheden te zoeken voor hun voorstellen, of ze nu over Europa gaan of niet. ,,In landen met stabiele meerderheidsregeringen is die noodzaak veel minder aanwezig'', aldus Forrest.

Ook de Deen Jens Peter Bonde, één van Europa's bekendste eurosceptici en lid van het Europees Parlement, is genuanceerd. ,,Vergeleken met Nederland opereert het Deens parlement wat scherper. Maar dat betekent niet dat Europa daardoor in Denemarken meer leeft. Dat komt eerder door de referenda die we over Europa hebben gehad, zoals over het Verdrag van Maastricht in 1992. Daardoor weet de gemiddelde Deen beter hoe de Europese Unie werkt dan de gemiddelde Nederlander.''

In Nederland leeft de wens maatschappelijke organisaties eerder in het overleg te betrekken. In Kopenhagen gebeurt dat in werkgroepen met vertegenwoordigers van bijvoorbeeld sociale partners en met ambtenaren van Buitenlandse Zaken. ,,Reuze handig en efficiënt'', aldus Bonde. Het betekent immers dat een lidstaat bij de nationale implementatie van Europese wetgeving minder voor verrassingen komt te staan. ,,Al die verhalen dat een grotere democratische controle tot meer inefficiëntie leidt, beschouw ik dan ook als borreltafelgeklets'', zegt Bonde.

Anderzijds weet vrijwel niemand in het parlement wat precies in die werkgroepen besproken wordt, constateert Bonde. De besprekingen daarvan zijn geheim. En dat is een groot probleem, volgens de parlementariër. ,,Want net als in Brussel zijn het vooral ambtenaren en lobbyisten die de meeste zaken bedisselen. Die werkgroepsbesprekingen moeten dus openbaar worden.''

Bijkomend voordeel van dergelijke openbaarmaking is dat tevens de specialisten in de diverse vakcommissies van het parlement (sociale zaken, transport, milieu, landbouw) dan gedwongen worden zich meer bezig te houden met die werkgroepen en de Europese onderwerpen die daar besproken worden.

,,De zwakte in de aanpak van Denemarken, net als elders in Europa trouwens, is dat de meeste vakspecialisten nog te gemakkelijk wegkomen en Europese plannenmakerij niet in hun dossiers integreren'', constateert Bonde. ,,Zolang die parlementariërs niet op hun onoplettendheid worden aangesproken door hun collega's en door de pers, kun je echte democratische controle in Europa op je buik schrijven.''

Regelmatig wordt een minister gedwongen zijn onderhandelingsinzet in Brussel te herzien