Drugsgebruik kan verstandig

Bij drugsgebruik gaat het om de vraag hoe de gezondheidsrisico's van roesmiddelen kunnen worden beperkt, meent Freek Polak in antwoord op Andreas Kinneging.

Je kunt tegen drugs zijn, zoals blijkt uit de bijdrage van Andreas Kinneging onder de kop: `Softdrugs zijn niet zacht en niet onschadelijk – legalisering is een vergissing' (Opinie & Debat, 12 november), of zoals ik voor verstandig en tegen onverstandig gebruik van (legale en illegale) roesmiddelen, en daarom voor wettelijke regulering (oftewel legalisering). Maar het gaat om de volgende vraag: hoe kunnen de gezondheidsrisico's van het gebruik van roesmiddelen worden beperkt?

Kinnegings artikel illustreert wat Cohen, Van der Tas en ik twee jaar geleden hebben omschreven als de bedroevende kwaliteit van het Nederlandse legaliseringsdebat. Wat hij allemaal over cannabis beweert, is werkelijk buitensporig, het is Reefer Madness Revisited.

Al deze onware dan wel zwaar overdreven beweringen kunnen worden weerlegd of tot realistische proporties teruggebracht, maar het zou te veel eer zijn, tenminste, wanneer het de bedoeling is een serieuze discussie te voeren over de vraag wat beter is: een verbod dan wel een vorm van regulering. Het is één van de verbazingwekkende kanten van het debat over drugs en drugsbeleid dat dit soort onzin telkens herhaald kan worden.

Wat cannabis betreft lijkt het me voldoende erop te wijzen dat in een groot aantal onafhankelijke commissies, van de Indian Hemp Commission omstreeks 1900, via de commissie-Shafer voor president Nixon en de commissie-Roques voor president Chirac, tot vorige maand de Health Officers Council van de Canadese provincie British Columbia, is geconcludeerd dat dit roesmiddel belangrijk minder schadelijk is dan alcohol en sigaretten. Maar rechtsfilosoof Kinneging weet het beter.

Hij past bovendien een discussietruc toe door te beweren dat voorstanders van legalisering zeggen dat cannabis onschadelijk is. De Stichting Drugsbeleid zegt dat niet, en dat weet Kinneging omdat hij vorig jaar heeft deelgenomen aan het virtuele drugsproces van de SDB tegen de Nederlandse staat (dit voorjaar door de VPRO uitgezonden).

Wij ontkennen niet dat ook cannabis nadelige effecten kan hebben. Echter, we voeren de gezondheidsrisico's van drugs in het algemeen, en ook de relatief geringe gezondheidsrisico's van cannabis, juist aan als reden voor legalisering. Om de Australische verslavingsarts Alex Wodak te citeren: ,,Als die stoffen zo gevaarlijk zijn, waarom moeten we die handel dan aan criminelen overlaten?''

Kinneging zegt dat we drugs niet moeten legaliseren omdat we al genoeg problemen hebben met alcohol- en tabaksverslaving. Is dat een reden om de problemen met andere drugs erger te maken? Bovendien is het discriminatie van drugsgebruikers ten opzichte van rokers en drinkers. Kinneging vreest dat drugsgebruik na legalisering ernstig zal toenemen. Die angst is niet onbegrijpelijk, maar wel ongegrond.

Vergelijkend onderzoek tussen landen met verschillende drugsregimes laat zien dat er nauwelijks verband is tussen de mate van repressie en de omvang van problematisch drugsgebruik hoe onwaarschijnlijk dat ook lijkt. (Zie Angst voor Drugs bij www.drugsbeleid. nl/nederlands/index.html )

Het meer liberale klimaat in Nederland heeft niet voor cannabis en evenmin voor de harddrugs geleid tot een hoger niveau van gebruik dan in omringende landen met hardere repressie. Of mensen roesmiddelen gebruiken heeft vooral te maken met sociale en culturele factoren en niet of nauwelijks met wel of geen verbod.

Wanneer de veronderstellingen waarop het drugsverbod berust juist zouden zijn, zou de toestand in Nederland veel beroerder moeten zijn dan in de Verenigde Staten. Het omgekeerde is het geval. Maar Kinneging roemt het Amerikaanse systeem, omdat het drugsgebruik in de VS zou zijn verminderd.

Met enige moeite kan wel een periode worden gevonden waarin dit geldt – maar alleen voor het recreatieve en niet voor het problematische gebruik. Veel mensen die beheerst kunnen gebruiken, zien daar vanaf omdat ze geen zin hebben in moeilijkheden.

De drugsoorlog werkt door in alle facetten van de Amerikaanse samenleving, met onder meer random drugstesten in veel bedrijven en scholen en schandalig lange gevangenisstraffen voor kleine overtredingen van de drugswetten. Toch heeft deze massieve repressie geen verandering gebracht in het feit dat hun cijfers voor gebruik en verslaving jaar in jaar uit aanzienlijk hoger zijn dan bij ons.

Kinneging vermeldt ook niet dat de drugsprohibitie in de Verenigde Staten geleid heeft tot het grootste aantal gevangenen ter wereld (vooral niet-blanken) en in Nederland tot zo'n explosie van gevangenen en zo'n minachting voor en afkeer van drugsgerelateerde gevangenen dat voor veilige huisvesting blijkbaar niet meer wordt gezorgd.

Na de invoering van het onderscheid soft/harddrugs in 1976 is het Nederlandse drugsbeleid niet meer grondig heroverwogen. Telkens roepen bestuurders om onorthodoxe maatregelen. De één wil regulering van de cannabisteelt, de ander cocaïneverstrekking en een derde dwangbehandeling.

Zelfs de (voorspelde) mislukking van de SOV, Strafrechtelijke Opvang Verslaafden, belet politici niet om quasi onorthodox maar weer voor dwangbehandeling te pleiten. Aanleiding voor Kinneging om zijn artikel te schrijven was de verrassing dat de VVD ineens voluit voor regulering van de coffeeshops pleit.

Misschien moet het inderdaad van de VVD komen. Als die partij inziet dat het drugsverbod strijdig is met liberale opvattingen over mensenrechten en economie en dat het een fabel is dat het drugsverbod nodig is om de volksgezondheid te beschermen, kan eindelijk de discussie over alternatief drugsbeleid beginnen.

Politici erkennen niet graag dat ze jarenlang een schadelijk en contraproductief beleid hebben gevoerd of ondersteund. Daarom kunnen we vooral wat verwachten van nieuwe figuren in de politiek, die niet bang zijn voor gezichtsverlies, zoals David Cameron, één van de twee kandidaten voor het leiderschap van de Britse Conservatieven, en wie weet? – het VVD-Tweede-Kamerlid dat ons op deze verrassing trakteerde.

Freek Polak is psychiater en bestuurslid van de Stichting Drugsbeleid.

www.nrc.nl/opinie Artikel Kinneging