`De veerkracht van slachtoffers is groot'

Minister Donner krijgt van Kamerleden kritiek op de nazorg voor de slachtoffers van de Schipholbrand. Deskundigen zijn verdeeld over de noodzaak van snelle psychische hulp.

Diverse Tweede-Kamerleden zijn bezorgd over de nazorg van overlevenden van de Schipholbrand. Slachtoffers krijgen niet de psychologische hulp waar ze om hebben gevraagd, zei bijvoorbeeld Kamerlid Vos (GroenLinks) vorige week tijdens een debat met minister Donner (Justitie, CDA). Haar collega's Straub (PvdA) en De Wit (SP) uitten zich in soortgelijke bewoordingen. Donner wees de kritiek van de hand. Hij verwees naar de traumapsycholoog van de detentieboten, die had gesteld dat directe psychische hulp ,,probleembevestigend'' zou werken.

Deskundigen zijn verdeeld over de kwaliteit van de opvang van slachtoffers van de brand in het detentiecentrum. Waren de slachtoffers gebaat bij snelle psychische hulp? Of hadden zij eerst een tijdje met rust gelaten moeten worden?

Over één ding zijn de meeste deskundigen het wel eens: de specifieke omstandigheden van de Schipholbrand – mensen zaten opgesloten tijdens de brand, werden daarna weer opgesloten en worden nu eventueel uitgezet – zijn bijzonder ernstig. De slachtoffers verkeren in een situatie van zeer zware stress, zegt hersenonderzoeker F. Lopes da Silva, emeritus hoogleraar neurowetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. ,,Dat heeft niet alleen invloed op de hersenactiviteit tijdens die gebeurtenissen, maar ook daarna.''

Volgens Lopes da Silva is ,,onmiddellijke psychische en psychiatrische behandeling'' van het grootste belang om blijvende psychische schade te voorkomen. Daarmee keert hij zich tegen de nazorg die aan de slachtoffers van de Schipholbrand is gegeven.

Maar niet iedereen is die mening toegedaan. ,,Het is beter om een paar weken te wachten met psychotherapie'', zegt bijzonder hoogleraar psychotraumatologie R. Kleber van de Universiteit Utrecht. ,,Er moet vooral praktische hulp en sociale ondersteuning klaarstaan. Als slachtoffers over de gebeurtenissen willen praten, moet dat van henzelf komen.''

Psychotraumatoloog C. Mittendorff vindt dat slachtoffers beter door hun eigen sociale omgeving dan door deskundigen kunnen worden opgevangen. Hij steunt daarom de hervatting van de terugkeer van de slachtoffers door minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD): in hun land van herkomst zouden ze beter op verhaal kunnen komen dan in Nederland. Volgens Lopes da Silva is dat onverantwoord. ,,Pas als de behandeling succesvol is afgerond, zou je deze mensen op het vliegtuig kunnen zetten.''

Psychische schade is te zien op hersenscans, zegt Lopes da Silva. ,,Stresssituaties gaan samen met op scans waarneembare veranderingen in de hersenen. Bepaalde gebieden in de hersenen zijn betrokken bij emotionele schade.'' Volgens de hersenonderzoeker kunnen scans vooral nuttig zijn bij de keuze van een behandelstrategie. Hij vindt het opnieuw opsluiten van brandslachtoffers een hard gelag. ,,Brand veroorzaakt op zichzelf al hevige stress. Normaal kunnen slachtoffers dat in een veilige omgeving verwerken, met familie en vrienden om hen heen. Deze mensen niet.''

Een hele therapie, zoals Lopes da Silva voor de slachtoffers voor ogen heeft, vindt weinig bijval bij andere deskundigen. ,,Eén gesprek is voor de meesten genoeg'', zegt Mittendorff, die vindt dat de ernst van de situatie van persoon tot persoon verschilt. ,,De vraag is of mensen gevaar hebben ervaren. Zo niet, dan kunnen ze snel weer naar huis.''

Traumadeskundige H. Buijssen vindt ,,praten met familie'' belangrijker dan psychische hulp. ,,Het is goed als er deskundigen klaarstaan, maar je moet mensen niet bombarderen met vragen.'' Buijssen onderscheidt zes behoeften van slachtoffers na een ernstige gebeurtenis: veiligheid, erkenning van het slachtofferschap, compassie, een luisterend oor, informatie over de gebeurtenissen en hoop, in die volgorde.

Directe psychische hulp is uitgebleven, zo bleek bijvoorbeeld uit de woorden van Donner. Maar het is nog onduidelijk hoe de opvang van de brandslachtoffers verder is verlopen. Advocaten van slachtoffers deden hierover hun beklag, minister Donner zei dat de nazorg goed was. Voor de traumadeskundigen is het reden te wachten met hun oordeel, totdat uit onderzoek blijkt wat zich precies heeft afgespeeld.

Wel klagen Mittendorff en Kleber over de termen die in de discussie over de nazorg worden gebruikt. Zowel minister Donner als de advocaten van de slachtoffers spraken van `getraumatiseerde' gedetineerden. Ook Lopes da Silva gebruikt `trauma' als situatie die zich snel na een schokkende gebeurtenis voordoet. Bijzonder onterecht, vindt Mittendorff. ,,De kern van een trauma is het niet kunnen verwerken van een gebeurtenis. Om die reden kan een eventueel trauma pas na enkele weken worden vastgesteld.''

Ook de diagnose van een posttraumatische stressstoornis (PTSS) wordt te snel gesteld, aldus de traumatologen. Die aandoening treedt pas op als er ook na langere tijd geen verwerking optreedt. Mittendorf en Buijssen spreken daarom in deze zaak liever van een `verwerkingsstoornis'.

Het woord trauma, zegt Kleber, is een eigen leven gaan leiden. ,,Men zegt dat we in Nederland een traumacultuur hebben, maar ik noem het een slachtoffercultuur. Mensen worden te snel in een slachtofferrol gedrukt. Maar we moeten de menselijke veerkracht niet onderschatten.''