De varaan als gifslang

Ook varanen en leguanen blijken gifklieren te hebben. De symptomen van gemene beten van deze hagedisachtigen zijn vooral een gevolg van de werking van het gif en niet van bacteriële infecties, zoals altijd werd gedacht.

Dat schrijven onderzoekers van de Universiteit van Melbourne vandaag in Nature. De auteurs baseren hun conclusie op onderzoek van genetisch materiaal in het speeksel van deze dieren. Ze hebben negen typen gif gevonden die zowel voorkomen bij slangen als bij hagedissen.

Slangen en hagedisachtigen vormen samen een orde (Squamata) van de klasse reptielen. Tot nu toe gingen wetenschappers ervan uit dat korsthagedissen (Helodermatidae) naast slangen in deze orde de enige (nog levende) gifproducerende soorten waren.

Gif in het speeksel van varanen en leguanen is niet eerder aangetoond, maar Bryan Fry, één van de auteurs van het onderzoek had er wel aanwijzingen voor. Bij het Australian Venom Research Institute verleende hij in het verleden assistentie bij drie beten van varaanachtigen waaronder de Komodovaraan. Alle beten resulteerden in een snelle zwelling (binnen enkele minuten), duizeligheid, verminderde bloedstolling en een stekende pijn die vanuit de getroffen hand doortrok tot aan de elleboog. Deze symptomen passen bij de werking van gif en niet bij een bacteriële infectie.

De vergelijkbare giffen betekenen dat slangen en hagedissen nauwere verwanten zijn dan gedacht. Ze delen volgens de onderzoekers een gemeenschappelijke voorouder met gifklieren.