Cikada Kwartet

Nymphéa (1987) van de Finse componiste Kaija Saariaho (1952) krijgt bij het Cikada Kwartet iets aards, bijna tastbaars. Saariaho componeert in de `spectrale' traditie van haar Franse voorbeelden Gérard Grisey en Tristan Murail.

Voor dit kwartet, oorspronkelijk geschreven voor het Kronos Kwartet, maakte ze een analyse van het boventoonspectrum van de strijkinstrumenten, waarop ze vervolgens structuur en harmonie van het werk baseerde, enigszins geholpen door live-elektronica. De verglijdende texturen zijn ruw, weerbarstig. Ze worden vóelbaar; alsof je met je vingers over schuurpapier gaat. Ingetogen, bedrieglijk barok-achtig begint hierna String Quartet in Four Parts (1949-50) van de Amerikaan John Cage. Het is een kwartet van motiefjes die eigenlijk maar een beetje rondhangen in de ruimte, in de brede stilte. Die wordt nog eens extra aangezet door het tere, onnadrukkelijke spel van het Cikada Kwartet – elke noot klinkt als een zucht.

In Bruno Maderna's Quartetto per archi in due tempi (1955), opgedragen aan Luciano Berio, keert de beweeglijkheid terug. Waar Cage een soort non-expressie nastreefde bereikt Maderna juist indringendheid, geholpen door het fenomenaal spelende Cikada Kwartet.

Cikada String Quartet. In due tempi. (ECM 4724222)