Volksopera toont Fischer als melancholiek schaker

De legendarische schaker Bobby Fischer (Chicago, 1943) is bang voor de wereld. Alleen het overzichtelijke speelveld van een schaakbord met de vakjes en zwart-witte stukken biedt hem de mogelijkheid de angstige dreiging van de buitenwereld te kunnen pareren. In de zang- en spelvoorstelling Dr. Fischer & De 7e Hemel door Het Volksoperahuis kruipt Fischer die hier Fischerle heet onder een vleugel. Hij klampt zich vast aan minuscuul schaakbord. Van hem is de legendarische uitspraak dat hij tegen God gewoon `Spaans speelt, een uitgebalanceerde opening. Dan maakt Hij me niets'.

Tekstschrijver, acteur en zanger Kees Scholten vervlecht in deze voorstelling twee lijnen. Hij laat zich behalve door de schaker ook inspireren door de dwergachtige figuur Fischerle uit de roman Die Blendung (1935; vertaald als Het martyrium, 1967) van Elias Canetti. Hij dicht de monomanie en waanzin van de malafide Fischerle toe aan schaker Bobby Fischer. De Fischerle uit de roman is een gebochelde jood die belangstelling heeft voor schaken, ervan droomt een grootheid te worden. Toch loopt het scheef tussen boek en voorstelling. De waanzin uit Die Blendung hoort toe aan de hoofdpersoon, professor en boekengek Kien. Over deze man maakte gezelschap 't Barre Land in 2004 al de briljante voorstelling Hoofd zonder wereld met Jacob Derwig als Kien.

Bobby Fischer die door Kees Scholten wordt vertolkt in de rol van de dwerg Fischerle weet op een andere manier dan Derwig te ontroeren. Scholten krijgt tijdens het zingen van zijn gevoelige liedjes begeleiding van accordeon en piano, waardoor er een melancholieke sfeer ontstaat. Alles in de voorstelling is zwart-wit, net zoals schaakstukken dat zijn. Het idee van de zevende hemel, het hiernamaals waar Fischer zou vertoeven in gezelschap van onsterfelijke vrouwen allemaal heerlijk vol van lichaam, is nogal vreemd en willeurig gekozen. Fischer leeft nog. Sterker, de Zweedse toneelauteur Lars Norén maakte over diezelfde schaakgrootmeester het beklemmende stuk Bobby Fischer is alive and lives in Pasadena.

De voorstelling is geen reconstructie van Fischers levensverhaal, hoewel de spanningen met de stoel en een onrustige zaal tijdens het wereldkampioenschap tegen Boris Spasski in 1972 een fraaie uitbeelding krijgt. Een Amerikaan tegen een Rus. Een Amerikaan bovendien die steeds meer paranoïde trekken begon te vertonen. Niet voor niets was dat de `Wedstrijd van de Eeuw' en vooral ook een prestigestrijd tussen twee grootmachten. Maar Fischer speelt niet voor zijn geboorteland, hij gooit zich in zijn eigen schaakstrijd.

Langzaam laat acteur Kees Scholten zien hoe de arglistige schaker ten onder gaat. De anti-Amerikaanse en zelfs antisemistische uitspraken heeft hij ontleend aan Fischers afkeer van Amerika. Aan het slot zien we een bezeten schaker met zweetdruppels op het voorhoofd. Fischer is zo in trance van het spel, dat hij niet beseft dat hij wint. Scholten en de muzikanten zingen een weemoedig levenslied. Het Volksoperahuis grijpt met Dr. Fischer & De 7e Hemel tamelijk hoog. Dat is moedig, maar er zijn te veel lijnen die verbonden moeten worden: Canetti, de dwerg, Bobby Fischer én veel muziek. Toch levert dit smokwerk rond de schaker een fraaie, licht-droeve voorstelling op.

Voorstelling: Dr. Fischer & De 7e Hemel door Het Volksoperahuis. Requiem voor een wereld- kampioen. Gezien: 15/11 Theater Bellevue, Amsterdam. Te zien t/m 4/12 aldaar. Lunchtheater. Inl.: www.theaterbellevue.nl, 020-5305301.