`Veel Nederlanders zijn wel vriendelijk'

De meeste vluchtelingen kunnen in Nederland niet hun oude beroep oppakken. Een enkeling lukt het.

Deel 8 van een serie. Van technisch tekenaar tot sociaal-pedagogisch werker.

Naam: Farhin Alyeh Moslehi

Gevlucht vanuit en wanneer: Iran, 1994

Beroep daar: Technisch tekenaar en tapijtontwerpster

Beroep hier: Sociaal-pedagogisch werker

Het gesprek met Fahrin Moslehi begint later dan afgesproken want nog niet alle kinderen zijn opgehaald van het kinderdagverblijf bij het asielzoekerscentrum (AZC) in Utrecht, waar zij stage loopt. Moslehi volgt twee dagen per week de opleiding SPW-3 (sociaal-pedagogisch werk) en loopt twee dagen per week stage. Dat doet ze via de Nationale Stichting ter Bevordering van Vrolijkheid. Die stichting wordt gefinancierd door particuliere sponsors en de overheid. De Vrolijkheid zet zich in voor de jonge vluchtelingen in asielzoekerscentra in Nederland, vertelt Fahrin Moslehi, en organiseert één dag per week kinderopvang bij het AZC in Utrecht. De tweede stagedag assisteert de 43-jarige Moslehi theaterworkshops van de Vrolijkheid. Zij is in 1994 met haar man en twee kinderen gevlucht uit Iran. ,,Geregeld door een mensensmokkelaar en we wisten, toen we in het vliegtuig stapten, niet waar we zouden landen.'' In Iran heeft Fahrin Moslehi gewerkt als technisch tekenaar en gaf zij les in tapijtontwerpen aan een opleidingsinstituut in Teheran. Haar man werkte in Iran als dierenarts. Zonder dat Moslehi het wist verzette hij zich in Iran actief tegen het zittende regime. Een paar maanden nadat Moslehi had ontdekt waar haar man mee bezig was, kreeg zij op een dag bericht dat zij met haar kinderen naar het vliegveld van Teheran moest gaan, zonder vragen te stellen. Eenmaal in het vliegtuig bleek ook haar man daar aanwezig. Het gezin kwam terecht in het AZC in het Limburgse Valkenburg. Daar hebben ze drieënhalf jaar in een kamer met vier bedden gewoond. ,,We hadden geen verblijfsvergunning dus ook geen sofi-nummer'', vertelt zij, ,,en zonder sofi-nummer mag je niet werken.'' Moslehi ging een timmeropleiding volgen en was na anderhalf jaar timmervrouw. Daarna ging zij les geven aan dezelfde opleiding, als vrijwilliger. Haar man mocht, als vrijwilliger, één dag per week werken bij een dierenkliniek. Na drieënhalf jaar kregen zij hun verblijfsvergunning en zijn ze naar Soest verhuisd. Dicht bij Utrecht omdat haar man een Nederlandse universitaire graad diergeneeskunde wilde halen, vertelt Moslehi. ,,Ik begon vol goede moed aan een vervolgcursus Nederlands en won zelfs de eerste prijs bij de inburgeringscursus in Soest.'' Inmiddels was zij nogmaals een opleiding voor timmervrouw gaan volgen bij het ROC Hout- en Bouw. Weer anderhalf jaar, vijf dagen per week, naast de zorg voor haar kinderen. Ze was toch al timmervrouw? ,,Het ROC erkende die opleiding niet.'' In 1999 haalde ze haar timmerdiploma en ging solliciteren. ,,Dat lukte niet, het was een mannenwereld'', zegt Moslehi. Samen met de sociale dienst besloot ze zich hoger te scholen. Moslehi werd CAD-tekenaar en kon aan de slag bij een verlichtingsbedrijf in Nijkerk. ,,Daar moest na anderhalf jaar bezuinigd worden en ik raakte mijn baan kwijt.'' Moslehi, die goed Nederlands spreekt, wilde graag meewerken aan een reïntegratietraject maar ,,tevergeefs, ik kreeg geen hulp, ook niet van de gemeente Soest''. De periode daarna raakte Moslehi in een zware depressie, zij en haar man gingen uit elkaar. ,,Ik had heimwee, had een negatief beeld van Nederland. Ik had zoveel ondernomen en waar had het toe geleid? Na de aanslag in New York durfde ik geen supermarkt meer in, uit angst voor onvriendelijke reacties.'' Moslehi vertelt dat ze zelfs weigerde om Nederlands te spreken. Haar man bleef bezorgd om haar en heeft haar met behulp van de vluchtelingenorganisatie UAF gesteund bij het zoeken van een nieuwe richting in haar leven. ,,Ik realiseerde me dat kinderen mij altijd veel energie gaven en toen kwam de Vrolijkheid. Dat was een keerpunt'', vertelt Moslehi. Haar man en zij zijn weer samen. ,,Ik ontdekte dat veel Nederlanders wel vriendelijk zijn, en ook eerlijk.'' Nu weet ze de regels en de weg in Nederland, zegt ze. Ze is van plan ook de vervolgopleiding SPW-4 te doen. En haar droom? ,,Voor Unicef naar ontwikkelingslanden, maar dan moeten eerst mijn kinderen echt zelfstandig zijn.''