`Van een radioactieve tafel kun je niet eten'

De Nederlandse meubelmaker Hamefa laat zijn tafels en kasten in Bulgarije maken, werk dat in Nederland onbetaalbaar is geworden. ,,Het salaris is hier gemiddeld 260 euro.''

In de Bulgaarse berghut Gotse Deltjev, onder aan de skilift, hangen alle wanden vol met houten objecten van Svetan, de lokale kunstenaar. Een houten krokodil, een houten roofvogel. De detaillering is indrukwekkend. ,,Ons hoef je écht niet te vertellen wat je met hout allemaal kunt doen'', lalt Svetan, terwijl zijn compaan Ivan de fles weer aan de mond zet en het zoveelste dramatische lied aanheft. Het is middernacht. Verderop scharrelen wilde zwijnen door dooie takken. ,,Kijk om je heen'', zegt Svetan. ,,Eindeloze wouden, bergen vol hout.''

De volgende ochtend rijdt een bus tegen de berg omhoog, om mannen als Svetan en Ivan op te halen voor het werk. 'tHofke staat op de voorruit. Maar in de bergen weet iedereen de werkelijke bestemming van de bus: het Nederlandse meubelbedrijf Hamefa in het stadje Razlog, beneden in het dal.

,,De meeste van onze werknemers hebben geen auto, dus moesten we een oplossing bedenken voor het transport naar onze fabriek'', zegt Hamefa's Bulgaarse bedrijfsleider Dimitar Gloushkov. In overleg met zijn Nederlandse partners werden afgedankte bussen van het voormalige Nederlandse busbedrijf NZH gekocht. Eén ervan is nog altijd beplakt met de slogan van een Nederlands uitzendbureau. Gloushkov: ,,Ik heb nog geen tijd gehad om dat eraf te poetsen, we hebben het hier razend druk.''

In het postcommunistische Bulgarije van na 1989 was er één ding dat Gloushkov wilde voorkomen: met zijn talenten en goede opleiding op `een suf ministerie' belanden. ,,Ik wilde ondernemen, creëren'', zegt Gloushkov (36), die halverwege de jaren negentig in de Bulgaarse hoofdstad Sofia in dienst trad van het United Nations Development Program, de VN-tak die projecten in economisch zwakke regio's ondersteunt. Hij was verantwoordelijk voor het opzetten van lokale informatiecentra voor startende ondernemers.

Het bracht hem in Razlog, in de Zuid-Bulgaarse bergen. In 1998 liep hij er het management van meubelbedrijf Hamefa uit het Nederlandse Beverwijk tegen het lijf. ,,Zij zochten in Bulgarije naar mogelijkheden om iets op te zetten. En ik snakte naar een uitdaging. Het klikte meteen.''

Hamefa, een groothandel in trendy antieke meubelen, levert vanuit Nederland aan inkopers over de hele wereld. Het assortiment – van eikenhouten tafels tot kersenhouten kasten – is gericht op veeleisende, kapitaalkrachtige consumenten. ,,Het werd steeds moeilijker om betaalbaar personeel te vinden'', zegt Niels Verhoeven van Hamefa in Nederland. ,,Alleen al met het afwerken van één kast is een specialist minimaal een dag bezig. Dat werk is in Nederland onbetaalbaar geworden.''

De oplossing voor het probleem vond Hamefa in Razlog. Hout in overvloed, en een leger werkloze Bulgaarse vaklui die graag aan de slag wilden. Met Gloushkov werd een constructie van gelijkwaardig partnerschap opgezet. Zeven jaar na de eerste ontmoeting is Hamefa in Bulgarije uitgegroeid tot een meubelmakerij die werk biedt aan ruim 500 man.

In een oude steenfabriek, die tijdens het communisme nog in staatshanden was, vond Gloushkov de ruimte die het bedrijf nodig had. ,,De steenfabriek is tijdens de wilde privatiseringen na 1989 door politieke criminelen leeggeroofd. Er stond niets meer overeind. De eerste winter dat we hier begonnen vroor het dertig graden.''

Trots loopt Gloushkov nu door de grote hal waar partijen meubels klaar staan voor transport naar klanten in Nederland, België en de Verenigde Staten. Nieuwe machines om de productiecapaciteit te verhogen zijn net geleverd. De aanschaf daarvan heeft Hamefa bekostigd met een injectie van 1,2 miljoen euro van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken. ,,Je begrijpt, Nederland is mateloos populair in Razlog'', zegt Gloushkov. ,,De werkloosheid in de stad is in een paar jaar gezakt van 30 naar 6 procent.''

Naar verwachting treedt Bulgarije (8 miljoen inwoners) in januari 2007 toe tot de Europese Unie. Het van oudsher overwegend argrarische land wordt de laatste jaren omgevormd tot een diensteneconomie: nog maar 12 procent van het bruto binnenlands product wordt in de landbouw behaald, 60 procent in de dienstensector. De markthervormingen worden geprezen door EU-waarnemers, maar in het onlangs verschenen overgangsrapport van de EU wordt Bulgarije wel gekapitteld wegens aanhoudende corruptie en trage besluitvorming.

Hoe gaat Hamefa daar mee om? ,,Ik heb met mijn Nederlandse partners afgesproken: we kopen niemand om, we blijven schoon'', zegt Gloushkov.

Maar de tegenwerking is groot. ,,Er is corruptie op alle niveaus en de Bulgaarse politiek maakt het ondernemers niet makkelijk. Wetgeving wordt voortdurend veranderd en onze energiekosten rijzen de pan uit.''

Toch loont het, door de lage arbeidskosten. ,,260 euro is hier het gemiddelde salaris. In Nederland zou Hamefa daar minimaal 2.000 euro aan kwijt zijn. Dan zou je wel gek zijn om in Nederland te blijven.''

De fabriek in Razlog is een diepte-investering, zegt Gloushkov, die veel tijd kwijt is aan de controle op de Bulgaarse houtleveranciers. Van de meeste `lokale houtboeren' heeft hij dochterondernemingen gemaakt. ,,De kans is dan kleiner dat je wordt belazerd met een partij hout van inferieure kwaliteit. We werken dan wel met lagere lonen, maar de kwaliteit mag er niet onder lijden.''

Om die reden weert hij hout uit Oekraïne. ,,De Oekraïeners hebben verreweg de scherpste prijs. Maar je loopt het risico dat je hout koopt uit de buurt van Tsjernobyl. En van een radioactieve tafel kan een Hamefa-klant niet eten.''

Dit is het derde deel in een serie over Nederlandse bedrijven in Oost-Europa. Eerdere delen verschenen op 3 en 9 november en staan op www.nrc.nl.