Tijd van steun voor Bush is voorbij

Tot gisteren had de Amerikaanse president weinig moeite zijn partijgenoten te overtuigen inzake de oorlog in Irak. Maar ook Republikeinen keren zich nu tegen hem.

Het hing al een tijdje in de lucht, en sinds gisteren is het zeker. De Amerikaanse president George W. Bush ontmoet nu ook massieve weerstand in de Republikeinse partij tegen de oorlog in Irak.

Er was een politieke formule voor nodig om Republikeinse senatoren de gelegenheid te geven afstand te nemen van de regering, zonder de oorlog zelf op het spel te zetten. En dus vroeg de Senaat om talrijke maatregelen, waartegen het Witte Huis zich de laatste weken fel verzette. Zo moet de regering voortaan kwartaalrapportages over de voortgang van de oorlog opstellen, moeten Iraakse troepen volgend jaar de leiding krijgen over de binnenlandse veiligheid om daarna terugtrekking van Amerikanen mogelijk te maken, en herhaalde de Senaat dat terreurverdachten niet ,,wreed en inhumaan'' verhoord mogen worden.

Het zijn maatregelen die het Huis nog moeten passeren, en die het Witte Huis daarna naast zich neer kan leggen. Maar tot gisteren had Bush zelden moeite de Republikeinse meerderheid in de Senaat te overtuigen dat de regering de vrije hand moet hebben in de oorlog. Diverse Republikeinse senatoren zeggen nu dat die tijd voorgoed voorbij is. En analisten zijn het erover eens dat de gevraagde voortgangsrapportages de geloofwaardigheid van de regering de komende tijd verder zullen ondermijnen.

De motieven van de opponerende Republikeinen – die in de Senaat jaren elk debat over de oorlog meden – laten zich raden. De oorlog is impopulair in de VS. Volgens peilingen denkt een ruime meerderheid van de Amerikanen dat de regering de dreiging van Saddams massavernietigingswapens bewust heeft overdreven. Het voortgaande onderzoek naar Plamegate (waarin de topadviseur van Bush en vice-president Cheney, Lewis Libby, al is aangeklaagd) garandeert blijvende aandacht voor dat thema. De vallende populariteitscijfers van de president doen de rest: Republikeinen die op de been willen blijven, moeten zich distantiëren van de oorlog en de president die hem is begonnen.

Enkele verkiezingen hebben Republikeinen vorige week de stuipen op het lijf gejaagd. Behalve in de stad New York, waar burgemeester Bloomberg als Republikein een voornamelijk progressief programma uitvoert, eindigden de stembusrondes overal in nederlagen voor Republikeinen. In de conservatieve staat Virginia verloor een Republikein die een jaar geleden in de peilingen nog ruim tien procent voorstond, de gouverneursverkiezingen van een Democraat met sympathie voor belastingverhogingen. De uitslag in Virginia gaf Republikeinen vooral te denken omdat Bush de dagen voor de verkiezingen actief aan de campagne deelnam.

Om het sluimerende gevaar van Plamegate en de impopulaire oorlog te counteren hield Bush sinds eind vorige week enkele assertieve toespraken. Hij noemde de kritiek op de oorlog een aanval in de rug van de troepen en typeerde bezwaren van Democraten als onpatriottistisch. Typerend voor de stemming in de Senaat was de reactie van de invloedrijke conservatieve senator Chuck Hagel uit Nebraska, die warmloopt voor de Republikeinse nominatie bij de presidentsverkiezingen van 2008. ,,Vietnam werd een nationale tragedie'', zei hij, ,,omdat congresleden (..) niet de moed konden opbrengen de regering uit te dagen – tot het te laat was. (..) Dat mag niet opnieuw gebeuren. Vragen stellen aan de regering is niet onpatriottistisch. Géén vragen stellen aan de regering – dat is onpatriottistisch.'' Hij zei dat de geheime gevangenissen van de CIA voor terrorismeverdachten in Oost-Europa, die vice-president Cheney zou aanwenden om fysiek geweld tegen mogelijke terroristen te verdedigen, ,,alles bezoedelen waar Amerika voor staat'' omdat ze ,,expliciet zijn ontworpen om onze verplichtingen aan de Geneefse Conventies [voor oorlogsrecht] te ontlopen''.

Intussen tobben alle politici met het bepalen van een strategie om de oorlog in Irak zonder gezichtsverlies te beëindigen. Ook veel prominente Democraten – onder wie John Kerry, Hillary Clinton – steunden in 2003 de invasie en hebben het moeilijk een geloofwaardige positie te vinden. Kerry deed recentelijk een poging met een voorstel troepen terug te trekken maar werd daarna van alle kanten onder vuur genomen.

Ook voor Republikeinen is het aantrekkelijker de regering te attaqueren dan zelf een oplossing te lanceren. Senator John McCain, initiator van het verzet tegen fysiek geweld bij ondervragingen, vormt hierop een uitzondering. Maar ook hij heeft het geweten. Zijn vorige week gelanceerde plan – een uitbreiding van de troepen met zeker 10.000 soldaten – werd door niet één politicus gesteund.