Tevredenheid na arrestatie Hissène Habré van Tsjaad

Mensenrechtenorganisaties hebben gisteren verheugd gereageerd op de arrestatie van oud-president Hissène Habré van Tsjaad. Tegen hem loopt een door België uitgevaardigd internationaal arrestatiebevel wegens moord, marteling en misdaden tegen de menselijkheid tijdens zijn regime (1982-1990).

De 63-jarige Habré woonde al vijftien jaar als balling in de Senegalese hoofdstad Dakar. Gisteren werd hij onder huisarrest gesteld en ondervraagd door de openbaar aanklager. Het Senegalese Hof van Beroep heeft nu acht dagen om te beslissen over de legaliteit van het Belgische uitleveringsverzoek en vervolgens moet de Senegalese president instemmen met het verzoek. Een eerdere poging om de Tsjaadse oud-president voor de rechter te brengen, mislukte vier jaar geleden in Senegal. Een plaatselijke rechtbank verklaarde toen de aanklacht niet ontvankelijk.

Het arrestatiebevel tegen Habré is gebaseerd op de Belgische genocidewet van 1993 die het mensen waar ook ter wereld mogelijk maakt om verantwoordelijken van misdaden tegen de menselijkheid aan te klagen in België. Die wet is twee jaar geleden onder druk van de Verenigde Staten afgezwakt na een golf van klachten tegen onder anderen de Israëlische premier Sharon, de Amerikaanse president Bush en de Cubaanse president Cas_tro. Maar de zaak tegen Habré kan doorgaan omdat drie van de 21 aanklagers Belgische burgers zijn.

Een van hen, Clement Abaifouta, die vier jaar gevangen zat, zei tegen de Britse omroep BBC dat het nieuws hem ,,met vreugde en tevredenheid'' vervulde. Hij heeft tegenover de Belgische onderzoeksrechter getuigd dat hij in de gevangenis honderden mede-gedetineerden, die waren gestorven na marteling, moest begraven.

Advocaat Boucounta Diallo, die de slachtoffers van Habré vertegenwoordigt, was gisteren optimistisch: ,,De angst verruilt nu eindelijk van kant. Vanaf dit moment zijn het de dictators die moeten opletten.''

Reed Brody van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch noemde het belangrijk ,,om de cyclus van straffeloosheid'' te breken. Tegen de Belgische krant De Standaard waarschuwde hij: ,,Dit is een dag waarop de slachtoffers 15 jaar hebben gewacht. Maar niets is gespeeld.'' Human Rights Watch noemde Habré eerder ,,de Afrikaanse Pinochet'', in een verwijzing naar de Chileense dictator Augusto Pinochet.

Een Tsjaadse commissie heeft in 1992 vastgesteld dat tijdens het regime van Habré ruim 40.000 politieke moorden zijn gepleegd en dat meer dan 200.000 mensen gemarteld zijn. Habré had de steun van Frankrijk en de Verenigde Staten die hem als bondgenoot zagen tegen het als gevaarlijk beschouwde bewind in Libië.