Schade trage rechter is groot

De Raad voor de Rechtspraak verwacht dat rechters volgend jaar vertraging zullen oplopen in 250.000 rechtszaken. Dat leidt tot onzekerheid.

,,De maatschappelijke schade van traagheid in de rechtspraak is een veelvoud van de kosten voor justitie om daar verbetering in aan te brengen'', zei het Tweede Kamerlid Wolfsen (PvdA) afgelopen week in debat met minister Donner (Justitie, CDA) over de consequenties van oplopende vertragingen in het civiele- en bestuursrecht.

Wolfsen doelde op het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van de Raad voor de Rechtspraak, `De waarde van de juridische infrastructuur voor de Nederlandse economie', waarin wordt becijferd dat het goed functioneren van de juridische infrastructuur een bijdrage aan de economische groei oplevert van 0,8 procent.

In het onderzoek, uitgevoerd in 2003, wordt ook berekend dat gerichte verbetering van de rechtspraak en de rechtshandhaving een stimulans van de economische groei kan opleveren van één procent extra per jaar.

Het Kamerlid Wolfsen noemde de grote vertragingen bij bouwprojecten die het gevolg zijn van trage rechtspraak. Hij citeerde een Haagse wethouder die hem `zo uit de losse pols' voorbeelden kon noemen van bouwprojecten die stil liggen als gevolg van onduidelijkheid over de vraag wanneer de zaak afgerond is. ,,Het bouwen in Nederland dreigt krakend tot stilstand te komen.''

Maar de gevolgen van die vertragingen in de rechtspraak laten zich ook gelden in andere sectoren. Zoals voor mensen die procederen tegen besluitvorming in wao-procedures en drie tot vijf jaar op een beslissing moeten wachten. Of bedrijven die in civiele procedures naleving van gesloten contracten willen afdwingen.

Een goed functionerende juridische infrastructuur is van belang voor burgers, de overheid zelf en het bedrijfsleven. Omgekeerd geldt dat natuurlijk ook. De Europese Commissie heeft in het debat over een Europese betalingsbevelprocedure geraamd wat de economische consequenties in het handelsverkeer zijn van onvoldoende mogelijkheden om geldvorderingen te incasseren. Een op de vier incassoprocedures die in Europese lidstaten gevoerd worden, is het gevolg van betalingsachterstand. Als trage of dure rechtspraak uitvoering daarvan bemoeilijkt, wordt moedwillig wanbetalen `beloond'.

In 1998 becijferde een werkgroep, ingesteld door het ministerie van Justitie, de directe maatschappelijke kosten van onnodig lange doorlooptijden in de rechtspraak op zo'n 450 miljoen euro per jaar. Lange procedures leiden in het privaat- en bestuursrecht tot afstel van activiteiten, langdurige onzekerheid en liquiditeitsproblemen, werd in dat onderzoek vastgesteld. In de jaren daarna nam de werkdruk in de rechtspraak verder toe. Het aantal zaken steeg, terwijl het internationale en Europese recht procedures complexer en tijdrovender maakte.

Afgelopen september maakte de Raad voor de Rechtspraak bekend dat de achterstanden bij civiele en bestuursrechtelijke zaken volgend jaar zullen oplopen tot 250.000 zaken. Het kabinet stelde vervolgens 10 miljoen euro extra beschikbaar aan de rechterlijke macht, maar minister Donner meldde in een brief aan de Tweede Kamer al dat die investering onvoldoende is.

Eerder schreef Donner aan de Kamer dat de nadruk op productie in de rechtspraak de kwaliteit ervan bedreigt. ,,Steeds minder vonnissen worden meegelezen. Er is minder tijd om zittingen voor te bereiden. Deze ontwikkelingen kunnen ten koste gaan van het vertrouwen in de rechtspraak.''