Papoea's en geschiedenis

Het koloniale verleden laat Nederland niet met rust. Zelfs niet als je dat graag zou willen, zoals nu minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA). Op verzoek van zijn ambtsvoorganger, de huidige VVD-aanvoerder Van Aartsen, onderzocht de hoogleraar Drooglever de omstandigheden waaronder de toenmalige Nederlandse kolonie Nieuw-Guinea in 1963 werd overgedragen aan Indonesië. Het onderzoek spitst zich toe op de wijze waarop de bevolking zich daarover kon uitspreken in 1969. De conclusie van het rapport is glashelder: het referendum over het al dan niet opgaan van het tegenwoordige West-Papua (Papua Barat) in het Indonesisch staatsverband was een charade. Het Indonesië van de destijds net aangetreden generaal Soeharto manipuleerde de `Daad van vrije keuze'. Bijvoorbeeld door slechts een strikt geselecteerde en geregisseerde groep van ruim duizend vertegenwoordigers bij deze raadpleging te betrekken. Dat zij unaniem vóór aansluiting bij Indonesië waren, was eigenlijk geen verrassing.

De belangrijkste feiten waren al langer bekend. Het rapport-Drooglever is niettemin zeer gevoelig in het licht van de relaties met Indonesië. Immers, de Nederlandse regering heeft in 2000 zelf de opdracht hiertoe gegeven. Minister Bot probeert dit feit nu weg te redeneren door het onderzoek af te doen als een verzoeknummertje waar de Tweede Kamer in eerste instantie verantwoordelijk voor is. Dat valt tegen, juist van een bewindspersoon die eerder dit jaar wel de moed had om enige zaken aangaande de Indonesische onafhankelijkheid recht te zetten. VVD-leider Van Aartsen had dan ook gelijk toen hij de redenering van minister Bot gisteren `potsierlijk' noemde.

De liberale voorman zelf was overigens ook weer niet helemaal geloofwaardig met zijn stelling dat het rapport van Drooglever slechts een studie is ter documentatie van de Nederlandse geschiedenis ,,die niet in de politieke sfeer getrokken zou moeten worden''. Niet-politieke geschiedschrijving moet nog worden uitgevonden. Bovendien is Nieuw-Guinea mogelijk voor Nederland geschiedenis, maar voor Indonesië is West-Papua actualiteit. Al decennialang zijn in die meest oostelijke provincie van de archipel afscheidingsbewegingen actief. Sinds het vertrek van president Soeharto in 1998, en de daarop volgende onafhankelijkheid van Oost-Timor in 1999, heeft het streven naar autonomie vleugels gekregen. Voor de regering van president Susilo Bambang Yudhoyono, die ook nog te maken heeft met het immer opstandige Atjeh, is eenstudie zoals die van Drooglever een bron van problemen. Het pamflet gisteren op de opiniepagina van deze krant naar aanleiding van het rapport-Drooglever van leiders van de Papoearaad, is slechts een illustratie daarvan.

Minister Bot hoeft de bevolking van West-Papua geen valse hoop te geven; de geschiedenis kan niet worden teruggedraaid. Maar zoveel afstand nemen van het rapport-Drooglever is ook weer niet nodig. Dat was beter geweest voor het buitenlands beleid – en voor de geschiedenis.