Minister: studiehuis voldoet niet

Minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) vindt dat er in bovenbouw van havo en vwo te weinig ruimte is voor kennisoverdracht. Door de grote hoeveelheid vakken ontbreekt het aan verdieping. ,,Het blijft vaak oppervlakkig.''

Van der Hoeven zegt dit vandaag in een interview in de Volkskrant. Voor het eerst erkent de minister dat de onderwijsvernieuwing voor de bovenbouw van havo en vwo heeft geleid tot minder kennis van middelbare scholieren. Van der Hoeven: ,,We lieten kinderen deeltalen Frans en Duits leren, met als resultaat dat ze nu twee talen niet beheersen.''

Met haar opmerkingen sluit de minister aan bij een vorige maand verschenen evaluatie van de tweede fase, waarin docenten uit het hoger onderwijs zich beklagen over het dalende kennisniveau van eerstejaars. Universiteiten werken inmiddels met bijspijkercursussen.

In 1998 en 1999 werd de tweede fase ingevoerd, waarbij leerlingen in de hoogste klassen van havo en vwo kiezen voor een profiel met bepaalde eindexamenvakken. Doel van de tweede fase was om de aansluiting met het hoger onderwijs te verbeteren. Tegelijk gingen veel scholen werken met het studiehuis, een didactische vernieuwing waarbij klassikaal leren met kennisoverdracht door de leraar plaatsmaakt voor zelfstandig leren met veel praktijkopdrachten voor de leerlingen. Een beperkt aantal werkvormen uit het studiehuis is wettelijk verplicht.

Onvrede over de tweede fase leidde al vanaf het begin tot verlichtingsmaatregelen. In 2003 kwam de minister met plannen voor een herziening. Deze herinrichting, waarbij scholen en leerlingen meer keuzemogelijkheden krijgen, wordt per augustus 2007 van kracht. Deelvakken zullen verdwijnen, en een kleiner aantal vakken krijgt meer uren.

Het wetsvoorstel voor de aanpassing per 2007 is deze zomer door Van der Hoeven naar de Tweede Kamer gestuurd. Gisteren deed zij verslag van de schriftelijke vragen van de Kamer. Naar verwachting volgt de mondelinge behandeling door de Kamer begin 2006.

In haar brief van gisteren constateert Van der Hoeven: ,,De huidige versnippering van het programma van vakken is schadelijk voor een goede voorbereiding op het vervolgonderwijs en de daarvoor noodzakelijke verdieping en bemoeilijkt de noodzakelijke evenwichtige aandacht voor kennis, inzicht én vaardigheden.''

Tot nog toe hanteerde Van der Hoeven andere motieven voor de herziening per 2007. Belangrijk was volgens haar vooral om de studielast van elk van de vier profielen met eindexamenvakken beter op elkaar af te stemmen.

Van der Hoeven spreekt zich nu uit over het studiehuis. Door eisen te stellen aan didactische werkvormen, hebben docenten onvoldoende ruimte voor kennisoverdracht, meent zij. Volgens een woordvoerder van Van der Hoeven wil zij alle verplichtingen voor scholen ten aanzien van didactiek laten vallen. ,,Het ministerie bepaalt wat ze leren, de scholen hoe ze dat doen.''

www.nrc.nldossier/Voortgezet Onderwijs