Gezocht: huis met tuin voor veertien kinderen

Gisteren oordeelde de kinderrechter dat de veertien kinderen uit Delft nog niet terug mogen naar huis. Maar het doel van de jeugdzorg is ouders en kinderen samen in een huis te laten wonen.

Toen haar jongste dochtertje in april dit jaar werd geboren, vond ze het zelf ook wel veel: veertien kinderen. Sevim (38) is gek op alle veertien, zegt ze, maar als ze terugkijkt had ze er liever minder gekregen. ,,In mijn eentje krijg ik ze 's morgens niet allemaal naar school.'' Ze kijkt hulpeloos. Het is nu eenmaal zo gelopen in haar leven, ze is snel zwanger.

Sevim, donker kort haar, vriendelijk gezicht, zit op het donkerblauwe namaakleren bankstel, er staat een theepot op de salontafel en een schaal met koekjes. Verder is de kamer leeg. Geen meubels, geen kinderen.

Drie maanden geleden, op woensdag 17 augustus, werden alle veertien kinderen in een keer uit het huis in Delft gehaald door het crisis interventieteam van bureau jeugdzorg Haaglanden. De jongste was toen vier maanden de oudste vijftien jaar, er zijn een tweeling van 12 en een tweeling van 9 bij. Het crisisteam kreeg de melding van de politie, die was gaan kijken na een klacht over geluidsoverlast. Ze troffen in de vijfkamerwoning de kinderen aan, deels gekleed in pyjama's. De ouders waren niet thuis. Het huis was erg vuil, er was geen meubilair, nauwelijks kinderkleding en weinig eten. Voor de veertien kinderen en ouders waren zeven matrassen beschikbaar. De kinderrechter vond dat de kinderen niet meer thuis konden blijven.

Een huis met veertien kinderen blijft niet lang schoon, zegt Sevim. ,,We stonden op het punt om naar Turkije te vertrekken. Ik had de meeste meubels weggegeven. Daarom was het huis zo leeg. De kleren en schoenen voor de kinderen stonden ingepakt klaar in de kelderbox.''

Gisteren was de rechtszitting. De kinderrechter verlengde de uithuisplaatsing met drie maanden. Ook blijven de kinderen tot half augustus 2006 onder toezicht van Bureau Jeugdzorg Haaglanden. De Raad voor de Kinderbescherming deed de afgelopen drie maanden onderzoek naar de opvoedingssituatie. ,,Gek werd ik ervan'', zegt Sevim. ,,Ze bléven maar vragen. Waarom ik zoveel kinderen had. En wat ik overdag met ze deed. Ze speelden, beneden en boven, zei ik dan. Ik kon niet zeggen: ik ging met ze op stap. Soms nam ik er wel een of twee mee, maar alle veertien lukte gewoon niet.'' Sevim en haar man zijn teleurgesteld over de uitspraak van de rechter. Ze vinden dat de kinderen thuishoren.

Sevim en haar man zijn in Akçaabat, Turkije geboren. Ze zijn neef en nicht. Sevim kwam op vijfjarige leeftijd naar Nederland en heeft haar hele leven in Delft gewoond. Ze heeft nog drie zussen en twee broers. Haar man kwam in 1988 naar Nederland nadat ze in Turkije getrouwd waren. De man van Sevim werkt zeven dagen in de week in het kruidenierswinkeltje bij de Sultan Ahmet Moskee in Delft. Het hele gezin moet leven van zijn salaris, ongeveer 1.100 euro netto. De mannen in de moskee praten lovend over hem; een hardwerkende man, gek op zijn kinderen. Hij werkte extra uren in het winkeltje en kreeg die uitbetaald in groente en fruit. Voor zijn kinderen.

Na de uithuisplaatsing werden alle kinderen, behalve de baby, ondergebracht in een gezinshuis van Jeugdformaat. De kinderen waren weinig structuur gewend, luisterden slecht, maakten veel ruzie en konden zichzelf niet goed vermaken. De oudste kinderen waren gewend voor de jongeren te zorgen, maar speelden vaak ook hardhandig de baas.

Na een paar weken worden de middelste kinderen van 8, twee jongens van 9, 10, twee meisjes van 12 overgeplaatst naar een orthopedische instelling in Den Haag. De oudste twee meisjes (15 en 16) en de jongste vijf kinderen (2, 4, 5, 6 en 7 jaar) blijven in de eensgezinswoning. De ouders bezoeken ze om de dag. De baby zien de ouders eens in de twee weken. De ouders vinden het fijn om de kinderen te zien, zeggen ze. Maar ook moeilijk. Sevim: ,,We vervreemden van hen.''

Het is niet de eerste keer dat de ouders met jeugdzorg te maken krijgen. In 1997, het gezin bestaat dan uit zeven kinderen, startte de raad voor de kinderbescherming een onderzoek na een melding van de leerplichtambtenaar. De twee oudste meisjes verzuimden veel, hadden een taalachterstand en waren volgens de school onverzorgd. Het onderzoek werd afgesloten toen de ouders met de kinderen naar Turkije vertrokken.

In 2001, de kinderen zijn inmiddels weer terug in Nederland en het gezin telt dan elf kinderen, de twaalfde is op komst, komt er een tweede melding. De kinderen zouden er onverzorgd uitzien en mogelijk ondervoed zijn. De kinderen hadden een grote leerachterstand. Een aantal kinderen heeft speciaal onderwijs nodig, een jongetje is geestelijk gehandicapt en moet naar een gespecialiseerde instelling. De ouders weigeren. ,,Mijn man wil dat de kinderen op gewone scholen zitten'', zegt Sevim. De kinderen worden onder toezicht gesteld. Uithuisplaatsing van alle kinderen lijkt onvermijdelijk.

Het gezin krijgt hulp van het Families First-programma, een vorm van crisishulp waarbij het gezin intensief wordt begeleid. Sevim was heel tevreden met die hulp, zegt ze nu. ,,Ik had het gevoel dat die man echt naar me luisterde.'' Maar een Families First-hulpverlener blijft maximaal zes weken. Vervolgens kregen de kinderen een gezinsvoogd en kwam er een gespecialiseerde gezinsverzorgster. ,,En dat mens'', zegt Sevim, ,,vond ik verschrikkelijk. Ik had het gevoel dat ik niets goed deed.'' In de zomer van 2002 vertrekken ouders en kinderen weer naar Turkije. Ze komen terug in 2003 en een derde melding volgt. Weer vertrekt het gezin.

Toch komt het gezin terug naar Nederland. ,,Ik voel me in Turkije een buitenstaander'', zegt Sevim. ,,Iedereen is daar aardig. Maar ik kon niet wennen.'' Ze wil in Nederland wonen, maar dan wel met haar kinderen. Haar droom? Een groot huis met een flinke tuin buiten de stad. Ze zucht. ,,Daar zou ik gelukkig zijn.''