Geen uitspraak zonder Bento Bembe

Bento Bembe wordt niet uitgeleverd aan de VS. De Angolese vredesonderhandelaar is `zoek' en verscheen gisteren niet in de rechtszaal in Den Haag.

,,Komt hij wel, of komt hij niet'', plaagde officier van justitie S. Minks richting advocaat V. Koppe. De raadsman van de Angolees Antonio Bente Bembe die door de Nederlandse regering dreigt te worden uitgeleverd aan de Verenigde Staten, haalde zijn schouders op en liep stug door. Een paar minuten later kreeg Minks in de rechtszaal antwoord op zijn vraag. De Angolese vredeshandelaar liet verstek gaan.

De Haagse rechtbank zou gisteren een uitspraak doen over een uitleveringsverzoek van de Verenigde Staten. Bembe is in de VS aangeklaagd voor de ontvoering en gijzeling van een Amerikaan in 1990 in Cabinda, een provincie van Angola. Maar omdat Bembe gisteren niet aanwezig was in de rechtszaal – en ook niet bekend is of hij zich nog in Nederland bevindt – verklaarde de Haagse rechter de zaak-Bembe niet-ontvankelijk, dat wil zeggen niet vatbaar voor berechting.

De 55-jarige Antonio Bente Bembe is secretaris-generaal van het FLEC, Front voor de Bevrijding van de Enclave Cabinda. Zijn beweging strijdt voor zelfbeschikking van Cabinda. In deze enclave aan de westkust van Afrika woedt al decennialang een strijd voor onafhankelijkheid. Met de onafhankelijkheid van Angola in 1975 kwam Cabinda, tot dan toe een protectoraat van Portugal, onder Angolees bestuur.

Afgelopen zomer werd Bembe – op weg naar een conferentie van de UNPO (een non-gouvernementele organisatie die opkomt voor de rechten van inheemse volken) in het Vredespaleis in Den Haag – aangehouden door de Nederlandse politie. Hij was naar Nederland gekomen om in het geheim te praten over vrede in Cabinda. Op verzoek van de VS werd hij aangehouden om te worden uitgeleverd.

Voor de Haagse rechtbank vocht Bembes advocaat Koppe zijn uitlevering aan, omdat hij naar Nederland was gekomen om te onderhandelen over de vrede. Het ministerie van Buitenlandse Zaken speelde daarbij een bemiddelende rol. In afwachting van de uitspraak werd Bembe begin oktober vrijgelaten. Voorwaarde was dat hij zich dagelijks bij de politie zou melden bij de politie in zijn verblijfplaats Oudenbosch. In het weekend is het politiekantoor van Oudenbosch dicht en daarom moest Bembe zich dan melden in Bergen op Zoom. Zondag 6 november heeft hij zich voor het laatst gemeld. ,,Hij zou die dag naar Amsterdam gaan'', zegt George Bego die zijn huis in Oudenbosch ter beschikking stelde aan Bembe. ,,Ik heb daarna niks meer van hem gehoord.'' Hij heeft het huis verlaten met achterlating van kleren, foto's, schoenen ,,en een onopgemaakt bed''.

Bego en vertegenwoordigers van het FLEC in Nederland vreesden dat Bembe was ontvoerd. En ook de rechtbank uitte gisteren die vrees. Maar volgens advocaat Koppe ,,hoeven wij niet te vrezen voor een ontvoering''. Koppe zei dat hij niet weet waar zijn cliënt zich bevindt.

Officier van Justitie Minks sprak van ,,wrange gevoelens'' nu ,,Bembe is gevlogen''. Hij benadrukte dat hij zich tijdens de vorige zitting had verzet tegen de voorlopige vrijlating van Bembe. ,,Dat hij hier nu niet is, tast zijn geloofwaardigheid aan.'' In de VS, die om Bembe's uitlevering hebben gevraagd, wordt de rechtsgang met stijgende verbazing gevolgd, weet Minks. ,,Hun ogen worden steeds groter.''

De rechtbank uitte gisteren voor de derde keer kritiek op de handelswijze van het ministerie van Buitenlandse Zaken en volgens de rechters heeft het ministerie ,,wederom verzuimd volledig antwoord te geven op vragen van de rechtbank''. De rechter constateerde dat er sprake was ,,van een hele andere beantwoording dan de vorige keer''. En dat ,,bewust informatie is achtergehouden'' om beleidsmatige redenen.

Een voorbeeld. Op vragen van de rechtbank liet Buitenlandse Zaken weten dat er één keer met Bembe was gesproken. Nadat de rechtbank opnieuw deze kwestie aan de orde had gesteld bleek het om drie gesprekken te gaan. Zo voerde Bembe op 23 juni een gesprek met de nog niet aangetreden Nederlandse ambassadeur in Luanda. Bij de eerdere beantwoording is daar geen melding van gemaakt, omdat dit gesprek ,,mogelijk schade zou kunnen berokkenen'' voor de nieuwe ambassadeur bij de aanvaarding van zijn ambt in Angola. ,,Ik wil niet dat er iets voor de rechtbank wordt achtergehouden'', zei de voorzittend rechter gisteren met een lichte stemverheffing. ,,Zo hoort het bestuur niet met rechters om te gaan.''

Buitenlandse Zaken liet ook weten dat het departement ,,kort geleden'' van de Angolese regering signalen heeft gekregen dat Bembe wordt erkend als een ,,serieuze gesprekspartner en vertegenwoordiger van het Cabindese Forum''. Dat blijkt onder meer uit een brief die de minister van buitenlands zaken van Angola, Jaoa Bernardo de Miranda, op 7 november – één dag nadat Bembe was verdwenen – stuurde naar zijn Nederlandse collega Ben Bot. Hij schreef dat Angola zich op dit moment ,,in een fase van consolidering van het vredesproces en van een brede nationale verzoening bevindt'' en aan alle burgers die in het kader van het binnenlands conflict misdrijven van politieke aard hebben begaan amnestie is verleend. Hij doet een beroep op Bot om Bembe ,,definitief in vrijheid te stellen''.

,,Het maakt allemaal niets meer uit'', verzuchtte de rechter, omdat Bembe zich aan de rechtsgang heeft onttrokken. ,,Hij is via een achterdeur vertrokken'', zegt een direct betrokkene bij de rechtsgang, maar hij had ook door de voordeur kunnen gaan. ,,Er waren genoeg redenen om hem niet uit te leveren aan de Verenigde Staten.''