Geen kruisraket

Grote beslissingen worden niet zelden terloops genomen, in de mêlee van maatschappelijke en politieke ruis die er per definitie mee gepaard gaat. De Defensiebegroting, vandaag onderwerp van debat in de Tweede Kamer, staat nu eens niet geheel in het teken van bezuinigingen, maar van een principiëler onderwerp: de aanschaf van dertig Tomahawk-kruisraketten voor de Nederlandse marine. Het kabinet besloot hiertoe op aandringen van minister Kamp (Defensie, VVD) die kort gezegd vindt dat Nederland de kruisraket nodig heeft om de vrije wereld te verdedigen. Het plan tot aanschaf is omstreden, maar dat weerhoudt de politiek er niet van, om met de nog niet gekochte Tomahawks militaire koehandel te bedrijven waarbij zelfs neergestorte helikopters in Afghanistan de kern van het debat dreigen te vervuilen. De hoofdzaak is de vraag of Nederland zo'n wapen wel nodig heeft.

De feiten zijn aldus: het kabinet wil dat Nederland dertig kruisraketten van Amerikaanse makelij gaat kopen die afgevuurd kunnen worden van twee speciaal daarvoor aangepaste fregatten. De Tomahawk-kruisraket is een zwaar wapen, tot nu toe vooral in gebruik bij landen die het krijgsbedrijf op het hoogste niveau beoefenen, zoals de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Zijn faam dankt de raket aan de bekende beelden van CNN. Een projectiel wordt vanaf een in internationale wateren gelegen marineschip afgevuurd, zoekt een weg naar zijn verafgelegen doel en vernietigt dat ogenschijnlijk zonder al te veel bijkomende schade. Bekend is de Tomahawk ook van het kruisrakettendebat begin jaren tachtig. Toen ging het om de plaatsing op Nederlandse bodem van kruisvluchtwapens met een nucleaire lading, als antwoord op de plaatsing door de Sovjet-Unie van op Europa gerichte kernraketten. De Tomahawk is duur maar effectief, en wordt overal ter wereld gezien als aanvalswapen. Juist in dat aspect schuilt de controverse. Een wapen om af te schrikken en vrees mee in te boezemen, eventueel mee aan te vallen – wil Nederland dat?

Beantwoording van die vraag hangt af van de interpretatie van de hoofdtaken van de Nederlandse krijgsmacht. Die bestaan uit bescherming van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied; bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit, en ondersteuning bij rechtshaving, rampbestrijding en humanitaire hulp. Met name de tweede hoofdtaak heeft de laatste tien jaar aan belang gewonnen. Nederland is tegenwoordig een gewaardeerd deelnemer aan internationale militaire operaties die de stabiliteit moeten terugbrengen in landen als voormalig Joegoslavië, Afghanistan en Irak. Ons land doet dat met een redelijk uitgeruste, gemoderniseerde krijgsmacht.

Voor deze nuttige missies, hoofdzakelijk gericht op het bewerkstelligen van vrede, zijn geen offensieve kruisraketten nodig, maar andere wapens en capaciteiten. Daar liggen de prioriteiten en niet bij de kruisvluchtwapens. Het is moeilijk voorstelbaar, en zeker ongewenst, dat Nederland zulke projectielen zelfstandig, zonder Amerikaanse of Britse tussenkomst, afvuurt. Aanschaf zou de Nederlandse defensiedoctrine nog meer afstemmen op die van de Amerikanen dan nu al het geval is – en het is de vraag of dat zo wijs is. De Tomahawk-kruisraket is als wapen een maat te groot voor een klein land als Nederland. Hij dient dan ook niet te worden aangeschaft.