Economie groeit op eigen kracht

Eindelijk neemt in de Nederlandse economie de binnenlandse vraag de fakkel over van de export. Maar waar blijft de industrie?

Erg spectaculair lijkt hij niet, de economische groei in het derde kwartaal van dit jaar. Maar achter de cijfers gaat meer goed nieuws schuil dan op het eerste gezicht naar voren komt. Voor het eerst sinds jaren kan de binnenlandse particuliere vraag weer worden aangewezen als de motor van de economie.

Ten opzichte van een jaar geleden groeide de economie in het derde kwartaal van dit jaar met 0,9 procent. In het eerste kwartaal was er nog een onverwachte krimp van 0,5 procent, gevolgd door een al even verrassende groeispurt van 1,3 procent in het tweede kwartaal. Van kwartaal op kwartaal zijn de cijfers zo mogelijk nog onstuimiger geweest: een krimp van 0,8 procent, gevolgd door een groei van 1,1 procent, en dan nu in het derde kwartaal weer een gematigde groei van 0,3 procent.

De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat er een voorzichtig, maar stabiel herstel aan de gang is. Tot en met 2003 waren de overheidsuitgaven nog de kurk waarop de economie dreef. Vorig jaar stagneerden de uitgaven van de staat, vooral als gevolg van het gevoerde bezuinigingsbeleid door de kabinetten-Balkenende, en die trend gaat in 2005 door: de uitgaven van de overheid dalen al vier kwartalen achtereen.

Het is gangbaar dat in de eerste fase van een economisch herstel de export de grote aanjager is, gevolgd door de investeringen. Dat is in grote lijnen ook gebeurd. Maar eens komt de tijd dat de binnenlandse consumptieve vraag de fakkel zal moeten overnemen. In het derde kwartaal van 2005 lijkt dat nu eindelijk aan de hand.

Charles Kalshoven, econoom bij ABN Amro, noemt het cijfer over het derde kwartaal ,,gezond''. ,,De binnenlandse vraag is eindelijk de drager van de economische groei. En de private sector neemt dat allemaal voor zijn rekening'', aldus Kalshoven. Of dat ook zo blijft is nooit zeker, maar Kalshoven wijst erop dat de werkgelegenheid, waarover het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gisteren berichtte, een gunstige wending neemt. En dat is goed voor de inkomensgroei, die de consumptie vervolgens weer aanjaagt.

Voor heel 2005 betekent het cijfer over het derde kwartaal dat de prognose van het Centraal Planbureau van 0,5 procent groei waarschijnlijk zal worden overtroffen. Minister Zalm van Financiën zinspeelde daar eerder al op. ABN Amro gaat ervan uit dat er een totale groei van 0,7 procent tot 0,8 procent uitrolt, maar dat is natuurlijk afhankelijk van de prestaties van de economie in het vierde kwartaal. De bank gaat uit van 0,4 procent tot 0,5 procent groei op kwartaalbasis, die leidt tot een totale groei over 2005 die richting de 1 procent gaat.

Wat zegt dat over de verdere toekomst? Dat de binnenlandse vraag de fakkel overneemt is hard nodig. De groei van de buitenlandse handel neemt de afgelopen vier kwartalen al af. Veel zal voor de export afhangen van de internationale economische omgeving waarin Nederland zich beweegt. De tekenen zijn daar tot nu toe gunstig. De economie van Duitsland bleek gisteren in het derde kwartaal te zijn gegroeid met 0,6 procent op kwartaalbasis, en van de Franse economie werd vorige week bekend dat die met 0,7 procent is gegroeid. Het statistische bureau van de Europese Commissie, Eurostat, kwam gisteren zelf met zijn eerste raming over de economie van de hele eurozone, die met 0,6 procent op kwartaalbasis is gegroeid.

Toch is er nog een raadsel op te lossen. De stemming in de industrie is volgens de peilingen van het CBS goed, maar toch signaleert het statistisch bureau dat de industriële productie niet is gegroeid. Wie de economie niet benadert vanuit de consumptie maar vanuit de productie, ziet volgens het CBS dat het vooral de bouwsector en de commerciële dienstverlening zijn die de huidige expansie dragen.

Dat de industriële productie niet groeit is volgens het CBS opmerkelijk, vergeleken bij vorige perioden van economisch herstel. Is dit een teken dat de industriële basis van Nederland verder afbrokkelt onder druk van de globalisering en de concurrentie uit de nieuwe industrielanden? Een paar kwartalen zijn onvoldoende voor zo'n vergaande conclusie, en mogelijk veert de productie alsnog op in de komende tijd. De vooral door overinvesteringen veroorzaakte hardnekkige laagconjunctuur van de afgelopen vier jaar was er toch al niet een volgens het boekje. Maar dat de cijfers van gisteren suggereren dat de toekomst in Nederland steeds meer ligt bij de commerciële dienstverlening, is een conclusie die erg verleidelijk begint te worden.