Vragen over Afghanistan

Nieuws van het Afghaanse front: een Duitse militair en drie Afghaanse burgers zijn gisteren in Kabul door een bom van een zelfmoordenaar om het leven gekomen. Enkele dagen eerder ontsnapte een Nederlandse patrouille in de noordelijke stad Pol-e-Khormi aan een aanslag met een langs de weg verborgen explosief. Tussen deze incidenten door werden de resultaten bekendgemaakt van de parlements- en provinciale verkiezingen van twee maanden geleden. De opvallendste winnaars zijn krijgsheren en drugsbaronnen. Ze hebben een democratisch mandaat gekregen en kunnen hun illegale bezigheden nu politiek-legaal afdekken.

De wederopbouw van Afghanistan, wel eens de proeftuin van Irak genoemd, verloopt moeizaam. De duizenden buitenlandse militairen die er verblijven lopen aanzienlijke risico's. Duitsland bijvoorbeeld verloor sinds de Bundeswehr er actief is (begin 2002) achttien manschappen bij aanslagen en ongelukken. De International Security Assistance Force (ISAF) heeft handenvol werk aan het handhaven van de veiligheid in Kabul en omgeving en aan het assisteren bij de wederopbouw in de regio. ISAF is een vredesmacht, dit in tegenstelling tot de eenheden die in operatie `Enduring Freedom' werkzaam zijn. Zij voeren onder Amerikaans bevel patrouilles uit tegen vermeende terroristen van Al-Qaeda en strijders van het voormalige Talibaan-bewind. Aan beide operaties doen Nederlandse militairen mee: 394 aan de vredesmissie van ISAF en 254 aan de vechtmissie van Enduring Freedom; die laatsten voornamelijk afkomstig van de elitekorpsen der commando's en mariniers.

Inmiddels is na een NAVO-verzoek daartoe een nieuw en vergaand plan bij het Nederlandse ministerie van Defensie in de maak om nog eens honderden manschappen extra naar Afghanistan te sturen. Het gaat om een bataljon – zevenhonderd tot duizend man – plus gevechtshelikopters die in Zuid-Afghanistan in de loop van 2006 aan de ISAF-missie zouden moeten deelnemen. Daarmee zou de Nederlandse militaire bijdrage voor Afghanistan op ruim boven de duizend komen te liggen. Het kabinet moet hierover nog een besluit nemen en de Tweede Kamer moet er nog akkoord mee gaan.

Algemeen gesteld is het goed dat buitenlandse troepen in Afghanistan de orde proberen te bewaren. Het land kan niet aan zijn lot worden overgelaten. Maar een besluit over het sturen van extra Nederlandse soldaten kan pas worden genomen na een analyse van de plaatselijke veiligheidssituatie. En niet alleen dat is van belang. Wat betekent de verkiezingsuitslag – met de winst van de bendeleiders – voor de buitenlandse troepenmacht en met name voor de termijn waarop deze in Afghanistan moet blijven? Duitslands demissionaire minister van Defensie, Peter Struck, zei gisteren dat de dood van de Duitse soldaat aantoont dat het nog lang niet rustig is in het land en dat buitenlandse militairen dus nodig blijven. Dat mag zo zijn, maar het besef dat `we' al bijna vier jaar in Afghanistan zitten, dwingt wel tot de vraag: hoe lang nog? En wordt de situatie al stabieler? Is er eigenlijk uitzicht op vertrek?

Dat moeten Nederlandse parlementariërs zich eerst afvragen voordat ze instemmen met nieuwe troepenzendingen.