Vooral migranten vragen om abortus

Een evaluatie van de abortuswet laat zien dat er geen overtredingen plaatsvinden. De Kamer maakt zich wel zorgen over het hoge aantal abortussen onder allochtone vrouwen.

Artsen leven de abortuswet zorgvuldig na. De gisteren gepresenteerde evaluatie van de abortuswet ontkracht het idee dat medici een loopje nemen met de regels voor zwangerschapsonderbreking.

Premier Balkenende (CDA) vond de vermoedens van wetsovertredingen aanleiding voor een grondige evalutie. Toen het tweede kabinet-Balkenende aantrad in 2003 bestond de abortuswet twintig jaar. In een verkiezingsdebat kondigde Balkenende een onderzoek aan: ,,Lange tijd is een beetje de hand gelicht met toepassing van die wet. Dan moet je zeggen, pas een evaluatie toe om daarop terug te komen.''

Nu blijkt dat de twee doelen van de wet afbreking zwangerschap (WAZ) worden bereikt. Dat zei de voorzitter van de onderzoekscommissie J. Gevers gisteren tijdens de presentatie van het rapport. Uitgangspunt van de wet is dat het ongeboren leven wordt beschermd en dat de vrouw die door een ongewenste zwangerschap in een noodsituatie verkeert, hulp krijgt.

Professor Gevers van het Amsterdamse Academisch Medisch Centrum (AMC) bracht de uitzonderlijke politieke strijd voorafgaand aan de invoering van wet in herinnering. Het wetsvoorstel Ginjaar/De Ruiter werd in zowel de Tweede (1980) als de Eerste Kamer (1981) met een nipte meerderheid aangenomen. De evaluatie was daarom ,,niet een evaluatie als andere''.

Inmiddels blijkt de wet goed te werken. Met 8,7 abortussen per 1.000 vrouwen heeft Nederland een van de laagste abortuscijfers in de wereld. De politieke discussie is helemaal teruggebracht tot de vraag of de verplichte bedenktijd van vijf dagen wel nodig is voor vrouwen die hun zwangerschap willen onderbreken. Abortusartsen willen er van af, omdat vrouwen soms goed beredeneerd toe kunnen met minder `beraadtijd'. Vrouwen ervaren de verplichte vijf dagen, die pas ingaan nadat zij een abortusarts hebben gesproken, vaak als emotioneel belastend. Als er meer tijd nodig is, nemen artsen en vrouwen wel meer tijd, blijkt uit de praktijk. De evaluatiecommissie constateert dat vrouwen in de meeste gevallen sowieso langer over deze moeilijke keuze doen. De commissie beveelt staatssecretaris Ross (Volksgezondheid, CDA) daarom een flexibele termijn aan om tot een weloverwogen keuze te komen. Die kan voor elke vrouw anders zijn.

Een meerderheid van de Tweede Kamer steunt die aanbeveling. Alleen het CDA en de christelijke partijen zijn tegen. ,,Ik voel niet zoveel voor een flexibele bedenktijd'', zegt Kamerlid Buijs (CDA). ,,In een crisissituatie van bijvoorbeeld een verkrachting kan het nu ook al voorkomen dat de verplichte bedenktijd naar beneden wordt bijgesteld.'' Haar PvdA-collega Arib stelt: ,,Je moet uitgaan van de vrouw zelf. Die kan drie maar ook tien dagen bedenktijd nodig hebben.'' Kamerlid Van Miltenburg (VVD) heeft het rapport nog onvoldoende bestudeerd om er ,,politieke consequenties aan te verbinden''. Maar zij zegt wel dat je niet moet evalueren om vervolgens de aanbevelingen naast je neer te leggen, ,,zoals het CDA nu suggereert''.

Alle aandacht richt zich op de vijf dagen bedenktijd van vrouwen, waardoor de preventie nauwelijks aan bod komt. ,,Wij kunnen prima leven met de huidige wet'', zegt Maastrichtse hoogleraar J. Nijhuis, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). ,,Het is veel beter om het te hebben over de vraag waarom abortus voorkomt.''

Uit de evaluatie blijkt bijvoorbeeld dat abortus veel vaker voorkomt bij vrouwen van niet-westerse afkomst. Antilliaanse en Surinaamse vrouwen besluiten zelfs acht maal vaker tot afbreking van de zwangerschap. Omdat de samenstelling van de bevolking veel ,,multicultureler'' is geworden, zei Gevers, is abortus in Nederland toegenomen. In 1994 onderbraken nog zesop de 1.000 vrouwen hun zwangerschap, tien jaar later waren dat er 8,7. Kamerlid Arib noemt dat ,,heel zorgelijk'' en veel belangrijker dan de vijf dagen bedenktijd. ,,Nederland heeft er in berust dat allochtone vrouwen veel vaker abortus plegen. Dat mag niet. Ross moet met duidelijke plannen komen om daar wat aan te doen.''

Wat beweegt deze vrouwen om naar ,,het laatste redmiddel van abortus te grijpen?'' vraagt Arib zich af. Het kan zijn dat allochtone vrouwen slordig met voorbehoedsmiddelen omgaan, abortus zien als een vorm van anticonceptie of om financiële redenen afzien van beschermde gemeenschap, zegt zij. ,,Daar zou meer onderzoek naar moeten komen'', vindt ook Buijs (CDA). ,,Iedere cultuur heeft zijn eigen moraal.''

Commissie-voorzitter Gevers leverde ook nog wel wat kritiek op de uitvoering van de wet. Zo blijkt uit ondervragingen van meer dan driehonderd vrouwen dat de twijfels van migranten vrouwen niet altijd als zodanig worden herkend. De onderzoekers vinden dat hulpverleners in gesprekken met die vrouwen meer aandacht moeten besteden aan hun culturele achtergrond. Staatssecretaris Ross wilde niet inhoudelijk ingaan op de aanbevelingen. Zij neemt de tijd om het rapport te bestuderen, waarna het kabinet naar verwachting in maart met een reactie komt. In het regeerakkoord hebben de partijen afgesproken om deze kabinetsperiode aan de zorgvuldigheidseisen van zwangerschapsafbreking niets te veranderen. Ross toonde zich gisteren wel tevreden dat de wet goed wordt nageleefd.