`Taken SHO moeten beperkt'

Artsen zonder Grenzen, een van negen leden van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO), wil dat dit samenwerkingsverband zijn taken beperkt. ,,De SHO moeten geen instituut worden dat zichzelf controleert'', aldus Wouter Kok, bestuurslid van Artsen zonder Grenzen. De controlerende taak kan worden overgenomen door een onafhankelijke organisatie.

Artsen zonder Grenzen reageert op publicaties over misstanden rond de besteding van hulpgeld voor Kosovo. Door onzorgvuldigheid en oneigenlijk gebruik kwam een deel van de 52 miljoen euro die de SHO in 1999 ophaalden niet goed terecht. Artsen zonder Grenzen was de enige organisatie binnen de SHO waarop weinig tot niets viel aan te merken, bleek uit onderzoek van NRC Handelsblad.

Artsen zonder Grenzen sluit niet uit dat de berichten over de misstanden aanleiding zijn tot het verder optuigen van de SHO. Kok: ,,De SHO zou dan meer moeten gaan controleren en regelen, met een eigen apparaat en eigen gebouw. Dat wijzen wij af. Dat zou alleen maar meer overheadkosten betekenen.''

,,De nieuwe berichten over de SHO sterken ons in onze opvatting dat de SHO terug moet naar waarvoor zij is opgericht: een gezamenlijk gironummer'', aldus bestuurslid Kok. ,,Zo was het ook bedoeld. In plaats van negen verschillende advertenties met negen verschillende gironummers, is het handig als het publiek één advertentie met één gironummer ziet bij een landelijke inzamelactie.''

Tegelijk ziet Kok de noodzaak voor de hulporganisaties tot het afleggen van verantwoording, betere controle en transparantie. Kok: ,,Alleen moet dat niet via de Samenwerkende Hulporganisaties, want dan schiet de samenwerking zijn doel voorbij. En je eigen regels opstellen en jezelf controleren is niet goed. Misschien moet dat wel door een onafhankelijke instantie gebeuren. We hebben in Nederland al het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF). Die heeft een toezichthoudende taak. Die zou je met een beter reglement kunnen uitbreiden.''

Artsen zonder Grenzen zal binnen de Samenwerkende Hulporganisaties ,,het gesprek aangaan over de toekomst''. Kok: ,,Voor ons is de uitkomst open. Maar het is duidelijk dat als de SHO zich tot een instituut wil ontwikkelen, wij ons moeten beraden over onze deelname.''

Kok zegt dat Artsen zonder Grenzen vanaf het begin van de oprichting van de SHO in 1989 ,,huiverig'' is geweest voor deze ontwikkeling. ,,Wij hebben altijd voor gepleit de SHO zo klein mogelijk te houden. Artsen zonder Grenzen is verantwoordelijk voor zijn eigen doen en laten. Wij moeten rechtstreeks door het publiek kunnen worden afgerekend. En wij willen geen verantwoording afleggen voor de daden van andere organisaties die lid zijn van de SHO.''

Volgens Kok is er in de discussie over de toekomst van de SHO en de controle op de hulporganisaties ook een rol weggelegd voor de overheid. ,,Die zou kunnen aandringen op een onafhankelijke controle en meer transparantie'', aldus Kok.

Artsen zonder Grenzen besloot in januari dit jaar geen geld aan te nemen uit de recordopbrengst (207 miljoen euro) van de Samenwerkende Hulporganisaties voor de slachtoffers van de tsunami. De organisatie had, volgens de verdeelsleutel van de SHO, recht op tien procent van de totale opbrengst. Het SHO-geld was niet nodig omdat Artsen zonder Grenzen wereldwijd genoeg had ingezameld. Artsen zonder Grenzen vroeg om die reden ook het publiek geen giften meer over te maken naar Artsen zonder Grenzen. Die oproep, aan de vooravond van de tv-inzamelingsactie, leidde tot wrevel bij andere SHO-leden.

www.nrc.nl dossier kosovo