Schuchter zanger, ongeschoren provocateur

Serge Gainsbourg is in Nederland vooral bekend van de hijgplaat Je t'aime... moi non plus. Een dvd-box toont alle facetten van de Franse zanger, componist provocateur en oude viezerik.

Op de Franse televisie stak hij tot tweemaal toe een briefje van 500 francs in brand en tegen Whitney Houston sprak hij de oneerbare woorden: ,,I want to fuck you'', waarop hij nooit meer in een live-uitzending werd toegelaten. Serge Gainsbourg, popster uit de jaren zestig, cultheld en beroepsprovocateur. Op internet circuleren veertien jaar na zijn dood nog steeds klachten over restaurantrekeningen die hij weigerde te betalen omdat hij het nou eenmaal een hele eer vond als hij op bezoek kwam. Hij is van veel lelijks beschuldigd, van vrouwenhaat tot cynisme. In Frankrijk wordt hij nog alom aanbeden, om zijn muziek, om zijn teksten, om zijn bravoure. Daarbuiten blijft hij vooral de man van de scandaleuze wereldhit Je t'aime... moi non plus. Onlangs verscheen de dvd-box D'autres nouvelles des étoiles, een overzicht van Gainsbourgs roerige en uitermate productieve leven. Aan de hand van bekende en onbekende clips, optredens, interviews en een niet eerder uitgebrachte film wordt zijn ontwikkeling als artiest geschetst.

In een filmpje uit 1959 zien we een jonge zanger, roerloos in een vaal ruitjespak op het podium, met op zijn gezicht de uitdrukking van een afgeschminkte clown. Zijn mond pruilt, zijn oren staan wijd uit. Hij werpt een schichtige blik in de camera en slaat dan de ogen onmiddellijk weer neer. Hij zingt Le Poinçonneur de Lilas, over een metroconducteur die dag in dag uit in ondergronds Parijs gaatjes knipt. ,,Des petits trous, des petits trous, toujours des petits trous'' – even monotoon als het gedender van de metrostellen. Aan het eind van het lied brengt Gainsbourg terloops zijn wijsvinger naar zijn slaap: ,,Ik maak een laatste kleine gaatje, en dan kunnen ze me in het grote gat stoppen.'' In Gainsbourgs wereld is geen plaats voor illusie. Als hij de liefde bezingt is er van verheven gevoelens geen sprake, maar gaat het over beklemming, ontrouw en lust.

Gainsbourg, in 1928 in Parijs geboren als Julien Ginzburg uit Russisch-joodse ouders, heeft zich zijn leven lang kranig geweerd tegen de verveling. Gedurende de ruim dertig jaar dat hij in de schijnwerpers stond, schiep hij een imposant oeuvre. Hij schreef talrijke liedjes, musicals en filmmuziek, hij acteerde en regisseerde. Zijn levenswandel zorgde voor veel rumoer, met geld, drank en mooie vrouwen als voornaamste bestanddelen.

Gainsbourg begon als barpianist in verschillende Parijse clubs. Hij ontpopte zich al snel als dwarse en zwartgallige liedjesschrijver met een liefde voor woordgrapjes (,,Harley David son of a bitch'') en seksuele toespelingen (,,Annie likt graag aan lollies''). Aanvankelijk oogstte hij vooral succes met aanstekelijke popsongs die hij schreef voor aantrekkelijke modellen. Zijn grote commerciële doorbraak kwam in 1965 toen France Gall met zijn compositie Poupée de Cire, Poupée de Son het Eurovisie Songfestival won. In de loop van de jaren zestig ontwikkelde hij een geheel eigen stijl waarin hij elementen van pop, soul, jazz en het chanson met elkaar verbond. Hij strooide lustig met Amerikaans jargon, wat de Franse muziek een mondainer glans gaf. Ford Mustang (1969) is een gezongen inventarisatie van artikelen die links en rechts van een verongelukte auto liggen nadat een koppel zich tongzoenend tegen een plataan te pletter heeft gereden: make-up, een Zippo, een Browning, een pick-up, een badge met het opschrift `Keep Cool'.

De Gainsbourg van de vroege jaren blijkt op de dvd een even schuchtere als boze performer, die zijn podiumvrees nog moest overwinnen en zijn woede niet in de hand had. Al snel maakte het venijn plaats voor gelatenheid en groeide Gainsbourg uit tot een provocateur die ongeschoren door het leven ging en zich zelden nuchter in het openbaar vertoonde. ,,Mijn lelijkheid heeft me nooit in de weg gestaan'', zegt hij in een van de interviews op de dvd. ,,Ik heb mooie vrouwen gehad. Nu heb ik Jane Birkin, de mooiste van hen allemaal.'' Jane Birkin, de liefde van zijn leven, vertelt in hetzelfde interview wat haar in hem aantrok: ,,Als kind had ik een papegaai die iedereen beet behalve mij. Niemand hield van die papegaai. Hij hield van mij omdat ik hem onder zijn vleugels kietelde [...] Serge is voor mij die papegaai.''

Voortdurend stootte hij het publiek met zijn muziek en zijn streken voor het hoofd. Hij kreeg de oorlogsveteranen op de kast met een reggaeversie van het Franse volkslied. Niet de beat gaf aanstoot, maar het feit dat Gainsbourg niet de moeite nam het complete refrein te zingen en zich beperkte tot Aux armes, et caetera, zoals ook de titel luidt. Een hilarisch fragment toont hoe Gainsbourg op een veiling 165.000 francs voor het originele manuscript van de Marseillaise betaalt, om te bewijzen dat componist Rouget de l'Isle het zelf zo opgeschreven had.

Van zijn grootste hit Je t'aime... moi non plus (1969) ontbreekt op de dvd elk spoor. Hij schreef het lied, waarop de vrouwelijke protagonist hoorbaar een orgasme krijgt, oorspronkelijk voor zijn toenmalige vriendin Brigitte Bardot. Na de opnames durfde de filmster het niet aan om het op plaat uit te brengen, bang dat het haar imago zou schaden. Daarop nam Gainsbourg het met zijn nieuwe liefje op, de toen 22-jarige actrice Jane Birkin, die nog een octaaf hoger klaarkwam. De wereld sprak er schande van. Het Vaticaan deed het nummer onmiddellijk in de ban, waarna andere landen volgden. Het succes was er niet minder om.

De wisselwerking tussen de hitsigheid van de vieze oude man en de uitdagende onschuld van jonge dames is een thema waar Gainsbourg eindeloos op varieerde. Grote verrassing op de dvd is de film Histoire de Melody Nelson (1971), naar de gelijknamige concept-lp. Melody was voor Gainsbourg wat Lolita was voor Nabokov: oudere man (Gainsbourg) rijdt in zijn Rolls Royce de veertienjarige Melody (Jane Birkin) aan, neemt haar mee naar een hotel en wordt, als ze later bij een vliegtuigongeluk omkomt, achtervolgd door visioenen van haar. De psychedelische filmbeelden sluiten perfect aan bij de hallucinerende muziek met de rauwe gitaar, swingende bas en zwoele violen.

Zijn duetten behoren tot de hoogtepunten van de dvd. Hij bezong zijn liefde voor tabak in 1980 in een prachtig duet met Catherine Deneuve, Dieu fumeur des Havanes (`God havana-roker'). Hij zong het legendarische gangsterliefdesduet Bonnie and Clyde (1968) met Brigitte Bardot, in het filmpje een femme fatale die met tommy gun in de hand de jarretel onder haar rok vastmaakt.

In de jaren tachtig ging de muziek bij Gainsbourg meer en meer in dienst staan van de provocatie, in plaats van andersom. Soms was het mooi, zoals Lemon Incest (1984), waarin veertienjarige dochter Charlotte met aandoenlijke ernst de liefde voor haar vader bezingt. Maar dikwijls druisten zijn experimenten met discobeat en new wave-dreun wel heel erg in tegen de door hem zo vermaledijde goede smaak. Maar de Fransen konden hem tegen die tijd alles vergeven, zoals bij ons Herman Brood veel middelmatige muziek en wangedrag vergeven is.