Rebellen vallen leger aan in Tsjaad

Een onbekende rebellengroep heeft gisteren twee legerbases in Tsjaad aangevallen. De aanslagen, in de hoofdstad N'Djamena en in de zuidelijke stad Koundoul, waren volgens de regering onderdeel van een poging een opstand te creëren. Vijftien rebellen zouden zijn gearresteerd.

Al maanden gaan in Tsjaad geruchten dat voormalige militairen, die in september deserteerden, president Idriss Déby willen afzetten. Ze hebben zich in het oosten gehergroepeerd als een antiregeringsgroep onder de naam Platform voor Verandering, Nationale Eenheid en Democratie (SCUD) en zeggen de militaire en politieke middelen te hebben om Déby af te zetten. De rebellen zouden in opdracht van SCUD hebben gehandeld.

Déby kwam vijftien jaar geleden met een staatsgreep aan de macht, werd daarna gekozen en herkozen. In de zomer werd per referendum besloten hem nog een derde ambtstermijn toe te staan. Het referendum was volgens zijn tegenstanders illegaal. Zij noemen hem een ,,machtswellusteling'' en beschuldigen hem van corruptie. Hij zou geld van de exploitatie van de oliereserves hebben misbruikt.

Yaya Dullo Djerou, het zelfverklaarde hoofd van SCUD, zegt vanuit Dakar dat de aanslagen van maandag door bondgenoten zijn uitgevoerd: ,,Enkele van deze mensen zijn onze oude vrienden uit het leger, en we weten dat er functionarissen van de regeringspartij bij betrokken zijn.''

Minister van Communicatie Hourmadji Moussa Doumgor zei gisteren tegen de Franse radio te vermoeden dat een of twee `bekende' legerofficieren achter de aanvallen van gisteren zaten. Volgens hem is de situatie onder controle.

Ooggetuigen melden echter dat het leger alle wegen vanuit het zuiden naar de hoofdstad heeft afgesloten. In N'Djamena is het leger zichtbaar aanwezig.