Opstand mag, volgens Franse grondwet

Aziz Senni komt uit een Franse banlieu, maar is nu directeur van een bedrijf met veertig werknemers. ,,Gewone Fransen zien ons niet als landgenoten.''

,,U luistert naar Radio Fréquence Paris Plurielle en we hebben vandaag wel een bijzonder interessante persoonlijkheid. Een voorbeeld voor allen!'' Met zijn donkere fluwelen stem zet presentator Max Lebon, zwarte `zoon van de banlieue' met rastakrullen, direct de toon. Gezeten achter aftandse apparatuur in een dito pand op een verlaten terrein in het achttiende arrondissement is de vrolijke Lebon re-lax-ed en po-si-tief. Ook als gast Aziz Senni hem tegenspreekt: ,,Ik ben géén voorbeeld. Dat is een te grote verantwoordelijkheid. Ik vertegenwoordig niemand. Ik zeg `ik', geen `wij'.''

De nachtelijke onlusten in de Franse voorsteden zijn aanleiding, maar nauwelijks onderwerp voor het studiogesprek met Senni. De gast onderschrijft Lebons beleid van harte: ,,Negatieve berichten over de voorsteden zijn er al genoeg.'' Voor de muzikale afwisseling in het anderhalf uur durende gesprek heeft Senni een cd meegenomen, van de groep Aiam uit Marseille. Het nummer `Petits Frères', broertjes, wordt als eerste gedraaid. ,,Geen analyse van welke deskundige dan ook kan op tegen deze tekst, over de schoffies van de voorsteden. Hoe ze al op jeugdige leeftijd gedwongen zijn zich met geld bezig te houden, leren stelen. Dieven worden gemáákt, niet gebóren.''

Aziz Senni (29) is dezer dagen een drukbezet man, en niet alleen omdat hij eigenaar is van een bedrijf met veertig werknemers. Dat is tegelijkertijd wel de reden: Senni is inderdaad een voorbeeld – van een `petit frère' dat zichzelf aan de haren uit het moeras getrokken heeft. Met behulp van de journalist Jean-Marc Pitte schreef hij er een boek over: `De sociale lift is kapot ik heb de trap genomen'. Dank zij dat boek, en het maatschappelijke succes waarvan het de neerslag is, vult Senni zijn tijd sinds het uitbreken van de rellen met interviews en spoedbijeenkomsten met politici en deskundigen.

Gisteren Radio Fréquence Paris Plurielle en een conferentie in de voorstad Poissy, vandaag opnames voor twee uitzendingen, voor onder meer de commerciële zender Canal +. Voorstellen van Senni zijn door minister Jean-Louis Borloo, van Stedenbeheer, overgenomen in zijn Plan Sociale Samenhang.

Voor de microfoon van Max Lebon vertelt Senni ,,voor de zoveelste keer mijn boek na''. Hij was veertig dagen oud, toen zijn moeder en hij van Marokko naar Frankrijk vertrokken, in het kader van gezinshereniging met zijn vader, die al in 1973 voor de Franse spoorwegen was gaan werken. ,,Mijn vader is slecht behandeld, zoals de hele eerste generatie. Tegelijkertijd had hij werk, een salaris, een dak boven zijn hoofd – meer dan hij thuis ooit gehad zou hebben. Ik wil hier niet les misérables uithangen, maar het was het allerstrikste minimum.''

Zijn vader en `die veertig dagen' hebben zijn leven bepaald. ,,Mijn vader heeft me gered. Hij was streng. Ik haalde mijn diploma's, niet omdat ik daar het nut van inzag, maar omdat ik bang was voor weer een pak slaag. Mijn broer en mijn zussen zijn hier in Frankrijk geboren, daardoor waren ze Frans. Hoewel ik dat niet minder ben, heb ik vanaf mijn achttiende vijf jaar lang moeten vechten voor mijn paspoort. Altijd als we ruzie hadden, zei mijn broer dat hij me zou laten uitzetten. Het was een grap – maar geen denkbeeldig scenario. Ik word nu gerespecteerd en ben zelfs ontvangen door de president van de Republiek, maar gewone Fransen zien ons nog steeds niet als landgenoten. Fransen zijn wij alleen in het buitenland.''

Bepalend was ook de ontmoeting met een gepensioneerde zakenman. ,,Hij wilde me helpen, nam me in huis. Ik begreep er niets van, was wantrouwig. Maar hij zei me: 'Als je slaagt, ben je een trofee aan mijn muur. Ieder geval dat ik help redden, is meegenomen'.'' Senni ontdekte een gat in de markt met het concept van de collectieve taxi, `sneller dan de bus, goedkoper dan de taxi'. Zijn in 2000 opgerichte bedrijf ATA France heeft inmiddels in veel steden franchise-vestigingen. In 2002 richtte Senni de vereniging JEM op, Jeunes Entrepreneurs du Mantois, de streek rondom zijn woonplaats Mantes-la-Jolie, zeventig kilometer ten westen van Parijs.

,,Ik ben een liberaal en een kapitalist, maar wel één die het leuk vindt als ook anderen er beter van worden.'' Bijna 170 ondernemers hebben zich al aangesloten. Ze helpen jongeren, tot 35 jaar, uit de voorsteden een bedrijf op te zetten. ,,Het is een solidariteitsketen. Tegen mensen die denken dat ik het op eigen kracht heb gered, zeg ik: nee, dat bestaat niet.'' Over de rellen is Senni 'helemaal niet verbaasd'. ,,Ik geloof heilig in de stembus, maar de Grondwet geeft het volk het recht in opstand te komen als de Republiek haar taak verzaakt. Dat gebeurt nu. Vrijheid, gelijkheid, broederschap: Frankrijk zou dat devies eindelijk eens moeten toepassen.''