Openheid topsalaris geeft nog geen matiging

Het kabinet wil openheid van de beloning van topfuncties in de semi-publieke sector. Maar de zorgsector leert dat openheid niet vanzelfsprekend matiging oplevert.

Zelfs de minister die het wetsontwerp in de Tweede Kamer verdedigt, heeft twijfels. Openbaarmaking van beloningen plus gouden handdrukken van topmanagers in de semi-publieke sector moet matiging kweken. Liefst ook soberheid.

Bedrijven en organisaties die de helft van hun inkomsten uit publieke gelden ontvangen, moeten openheid geven over de beloning van functies die beter betalen dan het gemiddelde fiscale loon van de ministersploeg. Wellicht gaat het inkomstenpercentage nog omlaag naar 33 procent. Omwille van privacy kiest het kabinet voor openheid over functies, niet voor openheid over personen.

Maar de Kamer wil inmiddels meer dan alleen maar openheid. Een motie van D66-kamerlid Bakker vroeg al om een duidelijk maximum: geen hoger salaris dan de minister-president. Zeg: rond 130.000 euro.

Ook minister Remkes (Binnenlandse zaken, VVD) die het wetsontwerp voor openheid door de Kamers loodst, denkt niet dat openbaarmaking van de inkomens automatisch tot matiging zal leiden, zei hij vorige week in de Kamer.

Hij werd vervolgens op zijn wenken bediend door collega Hoogervorst(Volksgezondheid, VVD) die een nieuwe serie cijfers naar de Kamer stuurde over de beloningen van bestuurders van zorginstellingen. Zijn brief van vijftien kantjes ademt ongenoegen en onmacht.

De gemiddelde beloning van bestuurders in de zorg – van ziekenhuizen tot thuiszorg en verpleeghuizen – steeg vorig jaar 3,9 procent, in weerwil van Hoogervorsts oproepen tot matiging. Bestuurders boven twee ton gingen licht achteruit, wie onder een ton zat kreeg gemiddeld 5,5 procent erbij.

Deze cijfers gelden voor zittende bestuurders. Nieuwkomers vertonen een ander beeld. In de gehandicaptenzorg beginnen nieuwe bestuurders 19 procent lager, maar bij ziekenhuizen 18 procent hoger dan de bestuurders die vertrokken. En als klap op de vuurpijl blijkt dat 461 bestuurders (40 procent van het totaal) meer verdient dan de relevante adviesregels van hun sector.

Pijnlijk voor het kabinet is dat juist de zorgsector een proeftuin is voor openbaarheid van beloningen van bestuurders. Openbaarmaking leidt hier niet vanzelfsprekend tot terughoudendheid. Dat was ook de kern van de kritiek van de Raad van State, het adviescollege dat alle wetgeving beoordeelt, op het wetsontwerp van Remkes.

Ook de aandeelhouders van beursgenoteerde bedrijven hebben de afgelopen jaren deze les geleerd. Zij zijn inmiddels tot in de details op de hoogte van de salarissen van topmanagers. Maar matiging? Ja, het gros zit op de nullijn voor hun vaste salaris. Maar nieuwkomers krijgen steevast de kans in een paar jaar tijd ,,in te groeien'' in hun nieuwe salarisstructuur. En dan zijn er nog de bonussen die aan de winst zijn gekoppeld, en de lucratieve kooprechten op aandelen (opties) van hun werkgever, die de loonmatiging ruimschoots compenseren.

Vervelender voor Hoogervorst is dat bijna 250 zorginstellingen geen bruikbare informatie geven, te weinig informatie geven (wel over 2004, niet over 2003), of helemaal geen jaarverslag insturen. Bij 65 zorginstellingen heeft Hoogervorst nogmaals aangedrongen op informatie. Hij stuurt de financiële opsporingsdienst FIOD-ECD op hen af als ze toch in gebreke blijven. Vorig jaar dreigde de minister daar ook mee, maar uiteindelijk kwam iedereen wel over de brug. Althans: de FIOD-ECD heeft geen processen-verbaal opgemaakt.

Maar de relatie tussen Den Haag en de zorg verzakelijkt snel. Afgelopen zomer kondigde staatssecretaris Ross voor het eerst juridische actie aan tegen de directeur, tegen diverse leden van de raad van toezicht en tegen de huisaccountant van een verpleeghuis waarin het departement miljoenen moest steken om bankroet te voorkomen.

Zoals Hoogervorst met ,,zijn'' zorgsector worstelt, zo worstelt het kabinet met de hele semi-publieke sector. Hoogervorst kan weinig meer dan cijfers opvragen, analyseren en pressie uitoefenen op de raden van toezicht van ziekenhuizen, thuiszorgbedrijven, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. Zij zijn private instellingen, die weliswaar met overheidsgeld en verplichte premies worden gefinancierd, maar de minister kan de hoogte van de beloningen van de directie niet dicteren.

Een vergelijkbare onmacht heeft het kabinet: wel greep op de ambtenarij, maar niet op ondernemingen die in handen zijn van de rijksoverheid of lagere overheid (energiebedrijven), geen greep op universiteiten, geen greep op woningcorporaties, geen greep op productschappen of Kamers van Koophandel.

Het is zelfs nog steeds onduidelijk om hoeveel functies het gaat. Op een vragenlijst van het ministerie van Binnenlandse Zaken reageerde maar 52 procent, een dalende trend (64 procent in 2002, 54 procent in 2003).

De enquête leverde 261 functies op met een inkomen boven 130.000 euro. De zorg bleef daar nog buiten, afgezien van 22 universitaire functies. Maar de brief van Hoogervorst geeft aan dat in de zorg alleen al 326 mensen meer verdienen dan 150.000 euro.