Ook Thuram werd uitschot genoemd

De gedachte dat voetbal tot integratie kan leiden heeft in Frankrijk aan kracht verloren. Tot verdriet van stervoetballer Lilian Thuram van Juventus. ,,Men noemde ook mij uitschot.''

In Martinique, op meer dan 7.000 kilometer van de brandende banlieues, speelde Frankrijk vorige week le match du coeur tegen Costa Rica. Een benefietwedstrijd voor de nabestaanden van 152 Antilliaanse slachtoffers van een vliegtuigcrash in Venezuela. Les Bleus droegen het wit, de kleur van de rouw op de Antillen. Lilian Thuram, Thierry Henry en Nicolas Anelka – met overzeese roots – groeiden twintig jaar geleden zelf op in de uitzichtloosheid van het getto.

De huidige Franse regering bekijkt de integratie-door-voetbal-gedachte met de nodige scepsis. Ze bezemde achter de schermen de invloed van de tandem Marie-George Buffet en Pierre Bourdieu weg. De, respectievelijk, minister van sport en de nationale filosoof staken tussen 1989 en 2001 met volle kracht het oude idee van `sport als publieke dienstverlening' in een modern jasje. De commerciële ijdeltuiten in het profvoetbalmilieu betitelden het systeem van de Centres des Formations als `onbetaalbaar'.

Ook journalisten en wetenschappers vuren hun pijlen af. De Financial Times schreef bijvoorbeeld dat ,,de propaganda van het team tegen racisme en uitsluiting heeft gefaald'' en verwijst naar het succes van Le Pen (Front National) bij de presidentsverkiezingen van 2002. Boegbeeld Zinedine Zidane riep destijds in naam van alle internationals op om tegen het Front National te stemmen ,,omdat racistische ideeën niet strookten met de waarden van Frankrijk''.

Snel wordt over het hoofd gezien dat deze Centres des Formations – jeugdopleidingscentra – de integratie in het voetbal zelf volledig hebben voltooid. Sinds 1976 ontgaat niets het spiedende oog van het uitgekiende scoutingapparaat. Wie talent heeft, krijgt zijn kans en wordt pedagogisch begeleid in zijn groei naar volwassenheid. Los van afkomst, godsdienst of huidskleur. Division Une telt de meeste eigen kweekspelers met een migrantenachtergrond van Europa. Maar de Fransen verzuimden om naast het veld te investeren. De wereldkampioenen van 1998 gaven zichzelf een symboolfunctie tegen racisme en segregatie, maar de Franse clubs kunnen er geen vervolg aan geven zoals dat in Engeland met het communitymodel wel gebeurt.

Lilian Thuram (108 interlands, Juventus) is lid van de Hoge Raad voor Integratie en mentor van Amnesty International France. Hij verdedigt nog wél met verve de gedachte van les Bleus Multicolores en hekelde op een voor een topsporter ongekende wijze minister van binnenlandse zaken Sarkozy. Thuram vroeg zich tijdens de officiële wedstrijdbespreking vorige week openlijk af of Sarkozy de draagwijdte van zijn woorden – racaille of tuig – besefte en verwees naar zijn eigen verleden. ,,Men noemde mij ook uitschot. Dat was ik niet. Ik wilde werk. De mensen in de banlieues hebben geen werk. Vooraleer te praten over veiligheid, moet men het hebben over sociale rechtvaardigheid. Je suis triste pour eux.'' In zijn boek Le 8 juillet 1998 beschrijft hij een scène met zijn racistische blanke buurman. ,,Hij gunde ons geen blik. Hij riep geregeld `zwart uitschot! Ga terug naar je eigen soort'. Hij verbood zijn kinderen met ons te spelen. Omdat we tijdens het voetballen zijn auto wat hadden beschadigd, bedreigde hij ons met zijn geweer. Dat deed hij wel vaker.''

Didier Gheux, hoofd van de gemeentelijke sportafdeling in Saint-Denis bij Parijs, somt de problemen in de banlieues, die nu het dagelijkse nieuws halen door de vele onlusten, moeiteloos op. ,,Slechte huisvesting. Werkloosheid en gebrek aan goed onderwijs. Méér dan een op de vier inwoners is jonger dan twintig en groeit op zonder noemenswaardig perspectief om aan de buurt te ontsnappen.''

Gheux was onlangs te gast bij de Rotterdamse conferentie `Sport in de Smeltkroesstad'. ,,De sportfaciliteiten zijn bij ons ontoereikend, terwijl sport een van de manieren is om de achtergestelde situatie van de buurt en zijn inwoners te verbeteren en een bindmiddel kan zijn in verpauperde en multi-etnische buurten.''

Volgens Fadéla Amara, die vorige week samen met burgemeester Job Cohen de Burgerschapsprijs in Brussel ontving, kreeg de economische boom van de jaren negentig geen verlengstuk. Men bouwde integendeel het welzijnswerk en de dienstverlening af en het sociale weefsel verdween geruisloos. Even geruisloos én gelijktijdig sloop de politieke islam binnen, aldus het gezicht van de moslimabeweging Ni Putes, Ni Soumises (geen sletten, geen slavinnen). Haar programma snijdt, naast het racisme en de maatschappelijke uitsluiting, een nieuw actiepunt aan: de rechteloosheid van moslimmeisjes in de voorsteden. ,,Meisjes worden door groepen jongens verkracht omdat ze hun vrouwelijkheid niet verhullen volgens islamitische regels. Deze verslechtering dateert van in het midden van de jaren negentig. Op dat ogenblik waren de jongeren totaal ontredderd: mislukt op school, werkloos, gediscrimineerd. Ze vonden hun nieuwe identiteit bij de politieke islam. ... Ik ben tegen geweld, ook als het van de `slachtoffers' komt. De dagelijkse realiteit in de banlieues is dat meisjes nog amper mogen deelnemen aan culturele of sportieve activiteiten. We plegen sociale zelfmoord.''

Het Franse voetbal wacht nieuwe uitdagingen in de heropbouw van de samenleving. De adoptie van het Engelse communityschema en bijvoorbeeld de Nederlandse Cruijff Courts geeft vervallen buurten een positieve injectie. De regering zou het systeem van Centres des Formations kunnen transformeren buiten de voetbalwereld: alle talenten in de samenleving kansen geven, zonder onderscheid.

En Amara's beweging `Ni Putes, Ni Soumises' zou met haar pleidooien voor een vrouwvriendelijke islam een rolmodel in de sport goed kunnen gebruiken. Louisa Necib bijvoorbeeld, kind van Algerijnse ouders uit een achterbuurt in Marseille. Net als topvoetballer Zidane, met wie zij op haar achttiende reeds wordt vergeleken. Verleidt zij met haar gracieuze balletstijl moslimmeisjes tot het spel om de bal? En tot de eerste stap uit het getto? Maar dan moet er eerst wel een voetbalveldje komen.