Nederland vs. België in kunst verbeeld

Een heroïsche ontsnapping of een laffe aftocht? Een en dezelfde gebeurtenis kan in de kampen van twee elkaar bevechtende partijen leiden tot heel uiteenlopende interpretaties. Op 1 september 1830 begaf prins Willem van Oranje-Nassau, de latere koning Willem II, zich in Brussel, waar kort daarvoor revolutionaire sentimenten gericht tegen het Nederlandse koningshuis tot uitbarsting waren gekomen.

In de Zuidelijke Nederlanden, die sinds 1813 deel uitmaakten van het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden, was lang niet iedereen geporteerd voor de vereniging van gebieden die in taal en cultuur weinig gemeen hadden. Toen kroonprins Willem op zijn rijtoer door Brussel dan ook verwensingen en stenen naar zijn hoofd kreeg geslingerd, koos hij het hazenpad. Hij sprong te paard over een barricade en spoedde zich naar zijn paleis. In Brussel werd hij uitgelachen, maar in Noord-Nederland werd de prins juist geprezen. Zijn idolate vrouw Anna Paulowna liet een eresabel maken om Willems wapenfeit te memoreren.

De vitrine in de expositie Broedertwist in het Noordbrabants Museum, waarin een 19de-eeuws schilderijtje wordt getoond van Oranjes vlucht, is exemplarisch voor de tentoonstelling. Het door Barend Wijnveld omstreeks 1862 nogal houterig beschilderde doek wordt vooral gepresenteerd als document van het beeld dat in het noorden bestond van deze gebeurtenis. Het ceremoniële kromzwaard is er pal voorgehangen. Om grote kunst gaat het niet in deze expositie; de geëxposeerde voorwerpen speelden een rol in de beeldvorming van de onafhankelijksstrijd in de Zuidelijke Nederlanden.

Het nieuwe koninkrijk was een door de Europese grootmachten gewenste staat, die een krachtig tegenwicht zou bieden tegen het oppermachtige Frankrijk. Maar de Zuidelijke Nederlanden vormden al twee eeuwen een betrekkelijk onafhankelijk deel van het Habsburgse Rijk, en achteraf is het niet verwonderlijk dat Walen en Vlamingen in opstand kwamen tegen het nieuwe gezag. De Tiendaagse veldtocht die Willem II aanvoerde om het opstandige Zuiden in het gareel te krijgen, liep uit op een mislukking. Op 24 september 1830 werd de soevereine staat België uitgeroepen. Dat is het beginpunt van de expositie en van het lezenswaardige bijbehorende boek; de meeste aandacht gaat naar de `erfenis van 1830' in België en Nederland.

De verering voor de Belgische strijders uitte zich bijvoorbeeld in een reeks kunstwerken van en gedenktekens voor het heroïsche optreden van graaf Frederik de Merode, een voorbeeldige edelman die zij aan zij vocht met het gewone volk. Een andere held was Jean-Joseph Charlier die, ondanks zijn houten been, standvastig het kanon bleef bedienen. In het Nederlandse kamp nam men zijn toevlucht tot ijzervreters als David Hendrik Chassé, die in 1830 Antwerpen liet bombarderen. Terwijl Belgen verwijtend de rokende puinhopen schilderden van de Scheldestad, brachten Nederlandse kunstenaars de citadel in beeld waar Chassé zo lang stand had weten te houden. En Jan van Speijk, die met zijn schip in handen dreigde te vallen van de Belgen, groeide in schilderijen en gedichten uit tot een nationale held omdat hij liever zichzelf en zijn bemanning opblies dan zich over te geven.

De latere 19de eeuw tilde de rivaliteit tussen België en Nederland op een hoger niveau. De tentoonstelling wordt afgesloten door een eregalerij met aan de ene kant helden op wie de Belgen een claim legden: de in Gent geboren keizer Karel V, schilder Jan van Eyck die in Brugge carrière maakte, en de Antwerpse kunstenaar Rubens. Nederland kon de vader des Vaderlands Willem de Zwijger inzetten, maar ook de Haarlemse boekdrukker Laurens Janz. Coster, en de schilder Rembrandt. De presentatie, met protserige lopers, guirlandes en baldakijnen, weerspiegelt knipogend de manier waarop de vaak nogal schetterende nationale idealen vorm kregen.

Tentoonstelling: Broedertwist; België en Nederland en de erfenis van 1830. Noordbrabants Museum, 's-Hertogenbosch. T/m 8/1. Boek € 22,50. Inl.: 073-6877877 of www.noordbrabantsmuseum.nl