Misbruikt hulpgeld

De besteding van het geld dat wordt opgehaald bij nationale inzamelacties voor noodhulp wordt slecht gecontroleerd. En als het een keer gebeurt, wachten vaak grote teleurstellingen. Dat blijkt uit onderzoek van NRC Handelsblad naar de besteding van geld dat in Nederland werd ingezameld voor Kosovo, in 1999. De 52 miljoen euro die in een collectieve gulle bui werd gegeven aan de negen Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) bleek voor een deel te verdwijnen in bureaukosten, slecht uitgevoerd werk en onterechte betalingen aan machtige lokale figuren in Kosovo, waaronder in het geval van de Novib zelfs de maffia. Ook werd geld besteed aan andere doelen dan Kosovo. Dat doet niet veel goeds vermoeden over al die andere hulpacties waarvoor de SHO in totaal een half miljard euro ophaalden.

Bij vergelijking met andere organisaties bleek het VN-kinderfonds UNICEF het hoogste bedrag aan overhead te hebben uitgegeven: de helft. Als VN-organisatie heeft UNICEF een groot bureaucratisch apparaat met veel vaste krachten. Maar ook andere, lichtere organisaties als Artsen zonder Grenzen hadden volgens extern onderzoek `programmakosten' die `buiten proporties' leken.

Noodhulp bestaat niet alleen uit directe voorzieningen aan slachtoffers, zoals dekens, voedselpakketten, schoolgebouwen en leermiddelen voor kinderen. Er horen ook kantoren bij, auto's en betaalde stafleden die naar het noodgebied reizen om de goederen te verdelen. Als de armada van staf en materieel te groot wordt, is wantrouwen op zijn plaats. Helaas hadden de meeste gecontroleerde instellingen een slechte boekhouding. De SHO controleerden zichzelf slecht en ook een certificaat van het Centraal Bureau Fondsenwerving bleek niets te betekenen.

Hulpverlening aan arme of door rampen getroffen landen is allang het stadium ontgroeid van bevlogen vrijwilligers of paters die tegen vergoeding van kosten voor levensonderhoud jarenlang in verre, gevaarlijke gebieden werkten. Het gaat nu om hoog opgeleide professionals die vaak een goede vaste baan hebben, over heel de wereld reizen, hun familie meenemen of het recht hebben om vaak naar huis terug te keren. Hulpverleners nemen persoonlijke risico's. Het is moeilijk van hen te eisen dat zij zich kosteloos opofferen voor de goede zaak. Maar net als andere professionals dienen zij aan boekhouden te doen en hun kosten en activiteiten helder te verantwoorden.

Het bespaart veel kosten voor marketing en overhead dat negen organisaties samenwerken met één gironummer. Maar het blijft een kartel dat zichzelf controleert. Men kan eindeloos twisten over wat precies overhead is en wat echte hulp, maar er kan veel worden verbeterd door onafhankelijke accountants in te schakelen. Door heldere en goed gecontroleerde rapportage kan de gever er zelf achter komen aan welke organisatie hij geld wil toevertrouwen. Minister voor Ontwikkelingssamenwerking Van Ardenne (CDA) doet er goed aan te eisen dat overheidsgeld voor hulpacties dat niet is verantwoord wordt teruggestort. De Rekenkamer kan helpen bij de controle. Het Centraal Bureau Fondsenwerving moet beter zijn werk doen. Pech bij hulpverlening is mogelijk, maar organisaties die continu slecht presteren, moeten uit de SHO worden geschorst.