Maak een einde aan het lijden van de Papoea's

Vandaag publiceert prof. P.J. Drooglever zijn rapport Een daad van vrije keuze. De Papoea's van westelijk Nieuw-Guinea en de grenzen van het zelfbeschikkingsrecht. Tom Beanal, Herman Awom en Thaha Mohammad Alhamid, vertegenwoordigers van de Papoeabevolking, richten zich naar aanleiding daarvan tot de regeringen van Nederland, Indonesië en de Verenigde Staten, en tot de Verenigde Naties om een oplossing te vinden voor het voortdurende geschil over de status van hun gebied.

Wij hopen dat de uitkomsten van het onderzoek van prof. Drooglever ertoe zullen bijdragen dat de waarheid aan het licht komt over de geschiedenis van het volk van West-Papoea, dat door vele partijen is genegeerd en herhaaldelijk is gemanipuleerd. We onderstrepen daarbij de volgende punten:

1. De Raad van Nieuw-Guinea (NGR), waarvan de leden democratisch waren gekozen door het volk van West-Papoea, had op 1 december 1961 duidelijk de oprechte wens van het volk van West-Papoea uitgesproken om politieke onafhankelijkheid te verwerven als soevereine natie, gelijkwaardig aan de overige naties van de wereld.

2. Het koloniale gezag van Nederland in die tijd, dat West-Papoea als kolonie bestuurde, heeft in 1961 het Gouvernementsblad van Nederlands-Nieuw-Guinea, nr. 68, uitgebracht, betreffende de vlag van het land op basis van registratienummer, en nr. 69, betreffende het volkslied.

3. De voorbereidingen voor volledige soevereiniteit van West-Papoea waren begonnen lang voor de vorming van politieke partijen en de opleiding van overheidsfunctionarissen, in het land zelf en buiten het land, naast ontwikkelingen op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en economie. Op dit proces werd ook gewezen in VN-resolutie 1594 uit 1960 over de toekenning van zelfstandigheid aan gekoloniseerde volken en gebieden.

4. Op grond van de geheime brief van de Amerikaanse president Kennedy aan de Nederlandse minister-president De Quay van 2 april 1962 heeft Nederland ten slotte, onder politieke druk van de VS, op 15 augustus 1962 in New York de overeenkomst met Indonesië getekend. Deze zogeheten Overeenkomst van New York (NYA) was juridisch en moreel gezien illegaal, want in het proces was geen enkele rol weggelegd voor de ware vertegenwoordigers van het volk van West-Papoea. Voorts is er nooit overleg geweest met instanties als kerken of religieuze groeperingen in West-Papoea, die op de hoogte waren van de aspiraties van de bevolking.

5. In overeenstemming met de NYA zou de Nederlandse overheid het bestuur op 1 oktober 1962 overdragen aan het Tijdelijk Bestuur van de Verenigde Naties (UNTEA), waarna het op 1 mei 1963 door UNTEA zou worden overgedragen aan Indonesië. Sindsdien hebben systematisch en op grote schaal politieke manipulatie en intimidatie plaatsgevonden, die de normen van de humaniteit hebben geschonden. De wereldgemeenschap sloot haar ogen voor de schending van de mensenrechten in West-Papoea.

6. Artikel 22, lid 1, van de NYA regelde duidelijk het recht van de bevolking van West-Papoea op vrije meningsuiting, vrijheid van beweging en de vrijheid om bijeen te komen en vergaderingen te houden. Deze rechten werden haar ontzegd, en alle maatschappelijke en politieke organisaties die voor 1963 waren gevormd, werden verboden of opgeheven.

7. Vanaf 1 mei 1963 kwamen in heel West-Papoea militaire troepen van de Indonesische overheid massaal in actie. De veiligheidstroepen waren afkomstig uit het Nationaal Indonesisch Leger (TNI) en de Indonesische politie (POLRI). De politieke en mensenrechten van het volk van West-Papoea zijn sindsdien met grof geweld geschonden. Dit is zelfs doorgegaan na de zogeheten Daad van Vrije Keuze (AFC). Het doel hiervan was de wens van de inwoners van West-Papoea om in 1969 over hun eigen lot te beschikken, te onderdrukken.

8. Ook de verkiesbaarstelling van alle volwassenen bij de zelfbeschikking werd het volk ontzegd. Uit een bevolking van meer dan 800.000 volwassenen werden slechts 1.026 zorgvuldig geselecteerde vertegenwoordigers gekozen, en Indonesische functionarissen wezen slechts 175 sprekers aan, terwijl de Papoea's in ballingschap die nog staatsburgers waren, geen toestemming kregen om terug te keren en hun zelfbeschikkingsrecht uit te oefenen.

9. De slechte tenuitvoerlegging van de NYA werd door Indonesië geweten aan het lage onderwijsniveau en aan transportproblemen en andere geografische factoren. Maar al lang vóór de AFC werden de kerkelijke organisaties en de leden van de NGR democratisch gekozen. Bovendien lukte het de regering van Indonesië slechts twee jaar na de AFC, in 1971, om in West-Papoea algemene verkiezingen te houden onder alle volwassenen.

10. Bij de uitvoering van de AFC hebben de Indonesische strijdkrachten een zeer overheersende rol gespeeld; niet alleen was het leger betrokken bij de intimidatie van de bevolking, het was ook rechtstreeks betrokken bij de uitvoering van de AFC.

Wij vragen van de Nederlandse, de Indonesische en de Amerikaanse regeringen en de VN het volgende:

1. Een vreedzame dialoog met het volk van West-Papoea om een goede oplossing te vinden voor het geschil. Wij zullen van geen enkele partij geweld als oplossing accepteren.

2. Speciale autonomie is geen oplossing voor de complexe problemen in West-Papoea. De wet op de speciale autonomie voor Papoea is mislukt omdat de Indonesische regering bij de tenuitvoerlegging van deze wet volstrekt niet consistent te werk gaat.

3. De koningin en de regering van Nederland zouden moeten optreden en politieke en humanitaire stappen moeten ondernemen om een einde te maken aan ons lijden, dat is begonnen toen de Nederlandse regering West-Papoea overdroeg aan het koloniale Indonesië.

Tom Beanal, Herman Awom en Thaha Mohammad Alhamid zijn respectievelijk vice-voorzitter, moderator, en secretaris-generaal van de in 2000 ingestelde Papoearaad (Dewan Papua).