Leve de Odyssee!

Kan het gymnasium de klassieke talen maar beter afschaffen, zoals Frits Bolkestein onlangs bepleitte? Volgens prof. Irene de Jong is de Odyssee niet alleen een schitterend boek, maar ligt hier ook de grondslag van onze vertelkunst. Moderne romanschrijvers gebruiken, al dan niet bewust, via talloze onzichtbare schakeltjes nog altijd dezelfde aanpak als Homerus.

Raakt u er nooit op uitgekeken?

De Jong: ,,Absoluut niet. Ik heb langer aan mijn boek over de Odyssee gewerkt dan Odysseus heeft rondgezworven, maar het blijft me fascineren, hoewel ik van nature een ongeduldig mens ben. Je blijft nieuwe dingen in zo'n meesterwerk ontdekken. Die boeken worden al sinds de Oudheid gelezen en herlezen omdat ze écht iets hebben. Neem alleen al het typisch Griekse fenomeen van de twee verleden tijden, de aoristus en het imperfectum. Die kan een goede schrijver fantastisch gebruiken om een reliëf te schetsen. In vertalingen gaat dat verloren, maar in het origineel kun je daar geweldig van genieten. Alsof je een concert niet op een bandje, maar in de concertzaal hoort.

,,Natuurlijk zijn de Ilias en de Odyssee uitentreuren onderzocht. Neem bijvoorbeeld de ontstaansgeschiedenis. Die verzen zijn vermoedelijk al omstreeks 1200 voor Christus ontstaan en pas 400 tot 500 jaar later opgeschreven. Onvoorstelbaar dat zo'n complexe verzameling teksten – tezamen zo'n 12.000 versregels – eeuwenlang mondeling is overgeleverd en vervolgens in hout of metaal gekrast, of misschien op koeienhuid geschreven. Daarbij geeft Homerus interessante inkijkjes in het reilen en zeilen van de vroeg-Griekse maatschappij.''

Zelf analyseert u Homerus vooral vanuit de verteltheorie.

,,Ja, wie vertelt het verhaal? Levert de verteller veel commentaar of is hij onzichtbaar? Interessant zijn ook vooruitwijzingen die de spanning opvoeren (`De held kon niet vermoeden dat deze beslissing hem duur zou komen te staan') of terugblikken. De verteltheorie is ontwikkeld voor moderne romanschrijvers zoals Gustave Flaubert en James Joyce. Maar ook bij een klassieker als Homerus blijkt die aanpak vruchtbaar. Homerus maakt al volop gebruik van wisselingen in vertelperspectief. Neem bijvoorbeeld de scène waarin Andromache vanaf de muren van het brandende Troje toekijkt hoe het lijk van haar man, de Trojaanse held Hector, door Achilles achter zijn wagen wordt gebonden en door het stof gesleept. Door haar ogen bekeken wordt die scène des te aangrijpender. Of neem de terugkeer van Odysseus in zijn paleis, na 20 jaar afwezigheid. Zijn vrouw Penelope is omringd door opdringerige vrijers. Vermomd als een oude bedelaar heeft Odysseus een hele reeks ontmoetingen in het paleis, met zijn oude voedster, zijn vader, zijn zoon, zijn eigen vrouw en met de hoogbejaarde hond die hem als enige onmiddellijk herkent en meteen daarna aan zijn voeten sterft. Homerus varieert hier heel geraffineerd op hetzelfde thema.

,,Mooi is ook het slot, als Odysseus zich eindelijk bekend heeft gemaakt, waarna zijn vrouw hem op haar beurt nog eens uitgebreid gaat testen uit angst om toch nog bedrogen te worden. Dat is toch ook voor feministen aardig om te lezen?''