Grote coalitie verdient vertrouwen

Als Duitsland zinvolle hervormingen doorvoert, is er hoop dat ook andere Europese stijfkoppen zullen volgen, meent Michael Heise.

Het oordeel over de coalitiebesprekingen van Duitsland was snel geveld – en luidde tamelijk vernietigend. Nog voor de coalitiepartners de kans hadden hun akkoord af te ronden, kwamen critici in binnen- en buitenland al tot de slotsom dat de Duitse malaise voor onbepaalde tijd zal blijven voortduren.

De critici hebben op enkele punten recht van spreken. Zo is bijvoorbeeld de BTW-verhoging van drie procent het tegendeel van dat wat nodig is om de groei te stimuleren in een land dat al een hoge verhouding belasting-nationaal product heeft – en dat lijdt onder een slappe binnenlandse vraag. En de bijzondere belasting op hoge inkomens klinkt als een terugkeer naar een socialistisch economisch beleid waar Duitsland voorgoed van afgestapt leek te zijn.

Ook wordt beweerd dat de politici van links tot rechts alleen maar bezig zijn om hun posities in te nemen voor de vervroegde verkiezingen die over een jaar of anderhalf wel zullen plaatsvinden.

Deze treurige kijk op de huidige gebeurtenissen zou best eens kunnen uitkomen. Maar er is ook een goede kans dat de pessimisten de kronkelwegen die het Duitse hervormingsproces veelal bewandelt verkeerd beoordelen.

Iets wat in de negatieve krantenkoppen gemakkelijk over het hoofd wordt gezien is dat de coalitiebesprekingen een aantal reële resultaten hebben opgeleverd die uiteindelijk wellicht ruimschoots zullen opwegen tegen de beoogde belastingverhogingen en andere stommiteiten.

Om te beginnen zullen de Duitsers vanaf 2012 langer moeten wachten totdat ze met een volledige uitkering met pensioen kunnen gaan. De pensioengerechtigde leeftijd zal gefaseerd worden verhoogd van 65 tot 67 jaar, waarmee de druk op het publieke pensioenstelsel enigszins wordt verlicht. Deze verandering is niet revolutionair maar wel een stap in de goede richting, die naar verwachting – anders dan in Frankrijk, België of Italië – niet tot grootscheepse stakingen of protesten zal leiden.

Ook zal de Duitse arbeidsmarkt onder de beoogde hervormingen flexibeler worden, ook al zijn in dit stadium nog maar kleine stapjes gezet. Toch geven de afgesproken maatregelen een prikkel om nieuwe werknemers aan te trekken zodra de zaken beter gaan. Dit is evenmin een radicale verandering, maar ze komt wel boven op eerdere hervormingen die tot een sterke daling van de Duitse werkloosheidsuitkeringen hebben geleid.

Weinig mensen beseffen dat de werkloosheidsuitkeringen in Duitsland nu meer aansluiten bij die in de Verenigde Staten dan bij die van een aantal Europese collega's. In Frankrijk kunnen sommige werklozen 23 maanden lang 57,4 procent van hun brutoloon ontvangen, tot een maximum van bijna 6.000 euro per maand. In Duitsland daarentegen kan dezelfde persoon 60 procent van zijn nettoloon ontvangen, tot een maximum van maar zo'n 1.700 euro per maand – en hoogstens 12 maanden. Evenzeer een pijnlijke maar noodzakelijke stap in de goede richting.

Nog een veelbelovend resultaat van de coalitiebesprekingen is de herschikking van de relaties tussen de federale overheid en de Länder (deelstaten). De Länder krijgen meer bevoegdheden om hun eigen beleid te voeren, bijvoorbeeld op onderwijsterrein, terwijl de nationale regering hen in minder zaken op federaal niveau zal hoeven raadplegen. Deze hervorming op beide overheidsniveaus zal leiden tot een simpeler en snellere besluitvorming.

Zelfs de weggehoonde Berlijnse belastingverhogingen zullen misschien niet zo schadelijk blijken als veel waarnemers vrezen. De extra inkomstenbelasting voor veelverdieners (met een inkomen van meer dan 500.000 euro per jaar voor gehuwden) zal misschien hoogstens 1,5 miljard euro extra opleveren. Ze is eerder symbolisch dan substantieel – een concessie aan de linkervleugel van de SPD om andere hervormingsmaatregelen aanvaardbaarder te maken.

En hoewel de BTW-verhoging verontrustend is, zou deze ook een unieke kans kunnen bieden om de hoge Duitse sociale lasten op arbeid te verlagen, zoals beoogd kanselier Angela Merkel tijdens haar campagne had aangekondigd. En dit zal op zijn beurt weer gunstig zijn voor het concurrentievermogen en de werkgelegenheid.

Een deel van de BTW-verhoging zal worden aangewend om de sociale lasten te verlagen. Een verdere beheersing van de begroting wordt mogelijk dankzij een aanzienlijke beperking van subsidies en van belastingvlucht – uiteenlopend van overheidssteun bij de aankoop van een huis tot afschrijvingsregelingen die verliezen genereren.

Vanzelfsprekend is er nog veel meer te doen. Maar er is reden tot hoop. Tenslotte hebben de twee hoofdonderhandelaars – beoogd minister van Financiën Peer Steinbrück (SPD) en gouverneur Roland Koch van de deelstaat Hessen (CDU) – al een staat van dienst van enige jaren. Zo hadden ze samen eerder al een gedetailleerd en doeltreffend plan ontwikkeld om de subsidies beduidend meer te beperken dan nu is overeengekomen.

Het is aannemelijk dat er nog meer bezuinigingen zullen komen, als gevolg van twee mogelijke scenario's: ofwel de financiële druk op de federale begroting zal voortduren, ofwel de Duitse economie gaat steeds meer de weg van de groei op en de twee coalitiepartijen besluiten – als onderdeel van hun gezamenlijke poging om Duitsland te moderniseren – verder te gaan met bezuinigingen op terreinen waarop de overheidssubsidies strijdig zijn met een moderniseringsprogramma.

Anders dan wordt aangenomen laten de Duitse beleidsmakers – en de kiezers in het algemeen – zich leiden door de noodzaak tot verandering, ondanks de vele omwegen en terugslagen waarmee een en ander gepaard gaat. In die zin betekent de trage maar gestage – en vermoedelijk onomkeerbare – Duitse aanloop naar echte hervormingen ook goed nieuws voor Europa als geheel. Als Duitsland zinvolle hervormingen doorvoert, is er hoop dat ook andere Europese stijfkoppen zullen volgen.

Dit wil nog lang niet zeggen dat de vooruitzichten voor Duitsland per se rooskleurig zijn. De grote coalitie kan op de moeizame weg naar hervormingen in een paar maanden of jaren weer in elkaar klappen. Maar hij moet wel een kans krijgen. In elk geval beschikken de partijen samen over een stevige meerderheid in beide kamers van het parlement, die hun de kans biedt – iets wat in jaren niet is voorgekomen – om een duurzame verandering teweeg te brengen.

Michael Heise is econoom en verbonden aan de Dresdner Bank en de Allianz Gruppe Frankfurt.