`Europa' hoort niet thuis bij Algemene Zaken

De vraag of het ministerie van Algemene Zaken of dat van Buitenlandse Zaken EU-beleid moet coördineren is cruciaal. Het gaat om de verdediging van nationale belangen en om het vormgeven van beleid dat in heel Europa geldt. Recent heeft de Kamer bepleit dat de EU-delen van BuZa naar AZ moeten en dit is gesteund door De Goede en Van Bijsterveld (Opiniepagina, 10 november).

De aangedragen argumenten overtuigen niet. Belangrijker, de zwaktes in de Haagse Europese coördinatie worden niet verholpen met een simpele administratieve verhuizing. Een argument dat Europa binnenland is en dus hoort onder de premier is een woordspelletje. Het gaat immers om het verdedigen van Nederlandse standpunten in internationaal verband. Ook is het misleidend om te stellen dat de Europese Raad vraagt om een sterke premier als gesprekspartner van collegae als Blair en Chirac. Er zijn veel meer coalitieregeringen met een primus inter pares. Daarbij, de samenwerking tussen de premier en BuZa rond de Europese Raad loopt voortreffelijk en geeft weinig aanleiding tot herziening.

We hebben het over een zware staatskundige ingreep. Algemene Zaken is bewust klein gehouden met het oog op de ministeriële gelijkheid. Je kunt niet elk horizontaal thema (EU, milieu, etc.) gaan centraliseren.

Toch moet er iets gebeuren aan de EU-coördinatie in Nederland. Het Britse systeem toont dat het daar juist zo goed gaat omdat het Cabinet Office klein is. Het CO bewaakt alleen het proces: worden prioriteiten gesteld? Opereert het Verenigd Koninkrijk proactief? Voor een belangrijk deel geeft dit juist de Foreign Office de kracht om te coördineren. Hooguit een kleine taakuitbreiding van de premier is nodig om BuZa te versterken in plaats van te verzwakken en om zo efficiëntere Europese samenwerking te krijgen.