Arabische wereld negeert Rice

De Amerikaanse minister Rice onderstreepte deze week in het Midden-Oosten het belang van democratisering. De leiders luisteren niet.

Een van de Amerikaanse werktuigen om democratisering in het Midden-Oosten te bevorderen is het Forum voor de Toekomst. Het is een conferentie van ministers uit de Arabische wereld en een aantal westerse landen over politieke hervormingen, ondersteund met een zak vol dollars om economische liberalisering te stimuleren.

Op het eerste Forum, dat een jaar geleden in Marokko werd gehouden, stuitten de Amerikaanse aansporingen tot hervormingen op de Arabische eis dat eerst het Israëlisch-Palestijnse conflict wordt opgelost. Afgelopen weekeinde eindigde het tweede Forum, in Bahrein, zonder slotverklaring. De in de ontwerpverklaring vervatte oproep niet-gouvernementele organisaties meer ruimte te geven, stuitte op Egyptische bezwaren. Kairo wilde dat in de tekst melding werd gemaakt van ,,wettelijk geregistreerde'' NGO's, wat volgens Washington een poging was civiele groepen juist in hun mogelijkheiden te beperken. Egypte stond niet alleen, zei een diplomaat.

Het zijn kleine maar veelzeggende voorbeelden van het voortdurend verzet in de Arabische wereld tegen door Amerika gepropageerde democratische hervormingen. Soms met het argument dat het volk geen hervormingen pikt die uit Amerika komen, maar steeds met het oog op de eigen machtspositie.

Er zijn kosmetische veranderingen doorgevoerd. Egypte heeft bijvoorbeeld presidentsverkiezingen achter de rug, en er zijn nu parlementsverkiezingen aan de gang waar de oppositie meer ruimte voor een campagne heeft. Maar president Mubarak is herkozen, en zijn partij zal het parlement blijven domineren.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice, zei zondag tijdens haar rondreis door het Midden-Oosten niet de illusie te hebben dat democratische hervorming in het gebied snel of gemakkelijk zal zijn. Maar, zo zei ze, ,,de overeenstemming groeit dat dat democratie het enige pad is naar werkelijke stabiliteit''. Immers, zei ze in een verwijzing naar de zelfmoordaanslagen van woensdag in Jordanië, ,,we hebben gezien dat wanneer mensen de vrijheid wordt onthouden om zichzelf te uiten, wanneer ze hun belangen niet kunnen behartigen en hun problemen oplossen door middel van een open politiek proces, ze terugtreden in de schaduwen van vervreemding waar ze de prooi zijn van fanatieke mannen met gewelddadige bedoelingen''.

Diverse Arabische regimes grijpen het terrorisme juist aan om niets te veranderen of hun greep op de bevolking verder te verstevigen. Egypte wil daarom niets weten van opheffing van de noodtoestand, waaronder gedetineerden haast onbeperkt zonder vorm van proces kunnen worden vastgehouden. Na de aanslagen van oktober 2004 en afgelopen juli zijn honderden mensen opgepakt. Mensenrechtenorganisaties melden systematische folterpraktijken.

De Libanese krant Daily Star suggereerde deze week een stilzwijgend pact in Jordanië tussen volk en veiligheidsdiensten: veiligheid tegen vrijheid. ,,De Jordaniërs hebben altijd het werk van hun veiligheidsdiensten gesteund, ook al betaalden ze de prijs in de vorm van belemmerde politieke vrijheden en participatie en van culturele expressie'', aldus de Daily Star (waar de gezaghebbende Jordaanse journalist Rami Khoury commentator is). Het jaarlijkse mensenrechtenrapport van Rices ministerie spreekt van ,,een klimaat van straffeloosheid'' waarin de Jordaanse geheime diensten en politie opereren. Ook meldt het rapport ,,beduidende beperkingen'' van de vrijheid van meningsuiting. Het staat vast dat de autoriteiten op de aanslagen van woensdag niet met een liberalisering zulen reageren.

En waarom zouden ze? Een van de meest genadeloze heersers in de Arabische wereld is de Tunesische leider Zine Abedine ben Ali, die elke afwijkende mening rigoureus de kop indrukt. Toch is Tunesië deze week gastheer van de grote VN-conferentie over internet, met de ter plaatse niet bestaande vrijheid online als een van de agendapunten. Gisteren werd een Belgische televisieploeg gemolesteerd die in Tunis werkte aan een reportage over de vrijheid van meningsuiting. Vrijdag werd een Franse journalist aangevallen die het molesteren van mensenrechtenactivisten onderzocht. De Tunesische autoriteiten ontkenden vandaag het eerstgenoemde incident, en bagatelliseerden gisteren het tweede.