Zelfcontrole SHO werkt niet

De Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) hebben hulpgeld voor Kosovo onzorgvuldig besteed. De controle deugt niet.

Een half miljard euro zamelden de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) sinds 1987 in. Voor slachtoffers van rampen en oorlogen overal ter wereld.

Zaterdag bleek uit een onderzoek van deze krant dat een deel van het geld dat de SHO in 1999 ophaalden voor Kosovo door onzorgvuldigheid en oneigenlijk gebruik niet goed terechtkwam. Het ministerie van Buitenlandse Zaken doet inmiddels onderzoek.

De samenwerking van de hulporganisaties begon achttien jaar geleden spontaan, met de nationale inzamelacties `Een voor Afrika' (1984) en `Afrika Nu' (1987). Nederland bleek gul te geven aan giro 555. De organisaties besloten in 1989 vaste afspraken te maken voor nationale inzamelingsacties. Zo ontstonden de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO): Artsen zonder Grenzen, Mensen in Nood/Cordaid, Nederlandse Rode Kruis, Novib, Stichting Vluchteling, Tear Fund, Terre des Hommes en Unicef Nederland.

Het samenwerkingsverband besteedt zelf geen hulpgelden. Dat doen de leden. Wel zijn er afspraken over de termijn waarbinnen het hulpgeld moet zijn uitgegeven, de financiële eindrapportages en het percentage toegestane overhead van het hoofdkantoor.

Vooral sinds de recordopbrengst van de actie voor de slachtoffers van de tsunami (207 miljoen euro) klinkt de roep om meer transparantie en verantwoording door de SHO luider. Want daar schort het aan. Wat de negen SHO-leden met de opbrengst doen, dat is hun eigen verantwoordelijkheid. De SHO controleren niet hoe het geld besteed wordt.

Externe controle op de SHO en de besteding van het ingezamelde geld is er eveneens niet of nauwelijks. Ontwikkelingssamenwerking, een onderdeel van ministerie van Buitenlandse Zaken, controleert alleen summier als subsidie aan een nationale actie gegeven is. De leden konden achttien jaar lang hun financiële gegevens aanleveren zonder accountantsverklaring. Pas vorige maand eiste het ministerie voor het eerst zo'n verklaring.

Het ministerie was ook niet alert. Uit een feitenoverzicht dat het ministerie heeft verstrekt aan de krant blijkt dat Ontwikkelingssamenwerking in maart 2003 (voor de tweede keer) constateerde dat de financiële verantwoording niet ,,voldeed''. Daarna bleef het dossier anderhalf jaar liggen vanwege onder meer ,,drukte rond de Irak-crisis en personele wisselingen''. Vervolgens bleek in december 2004 bij een interne controle dat het dossier nog ,,open'' stond.

Dan is er nog de donateursvereniging, een jong controle initiatief. De vereniging is opgericht in december 2003 uit zorg over de magere kwaliteit van verantwoording door `de goede doelen', waartoe de SHO-leden behoren. De vereniging probeert met een internetsite (www.donateursvereniging.nl) enig inzicht te geven in de werkwijze en de kosten. De informatie is echter beperkt, blijkt uit de internetsite.

Esther Jacobs, initiatiefneemster van de donateursvereniging: ,,Wij doen wat we kunnen, maar we hebben daar weinig middelen voor. In Nederland bestaan 30.000 goede doelen en die worden door niemand gecontroleerd. Volgens ons is transparantie het beste. Goede doelen moeten verplicht worden alle gegevens omtrent bestedingen te openbaren. Dan kunnen zestien miljoen Nederlanders zelf controleren wat met hun geld gebeurd is.''

Het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) werpt zichzelf op als controleur van de goede doelen. Het CBF verstrekt een keurmerk. Dat gebeurt op vrijwillige basis en de goede doelen moeten er voor betalen. Ondanks het feit dat met radiospotjes meldt dat het keurmerk garant staat voor een goede besteding, kan het CBF die garantie niet geven. Het CBF (www.cbf.nl) richt zich namelijk vooral op de limitering van de kosten voor fondsenwerving en stelt nauwelijks voorwaarden aan bestedingen en financiën.

De conclusie is dat de SHO zichzelf controleren. Volgens de SHO gebeurt dat steeds beter. Vooral het laatste jaar zou sprake zijn van een betere verantwoording en meer transparantie. Een woordvoerder van de SHO: ,,Meer dan voorheen vinden de SHO het gezamenlijk verantwoording afleggen over de gelden belangrijk. Bij de tsunami-actie is de SHO begonnen met regelmatig gezamenlijk verantwoording afleggen richting pers en publiek over de besteding van de gelden.''

Rond de tsunami-actie besloten de SHO om, naast een eindverslag, ieder kwartaal tussenrapportages te publiceren. Ook zou er een commissie van toezicht komen. De SHO weten nog niet of deze afspraken voor nieuwe acties gaan gelden.

Sinds dit jaar hebben de SHO ook een financieel reglement. Daar staan afspraken in over onder meer de apparaatskostenvergoeding (overhead) en de eindverantwoording. Het reglement staat op giro555.nl en giro800800.nl. Het is een verbetering ten opzichte van vroeger, toen was namelijk niets geregeld. Maar het reglement laat op belangrijke punten de leden vrij. Zo mogen ze zelf bepalen of en welke sancties ze treffen wanneer uitvoerende organisaties het geld niet goed gebruiken. Een accountantscontrole per project blijft vrijwillig. Ook blijft de mogelijkheid om kosten te `stapelen'. Er is wel een maximale overhead (zes procent van het ontvangen bedrag), maar die geldt alleen voor het hoofdkantoor. Overheadkosten van veldkantoren en uitvoerende organisaties worden beschouwd als projectkosten.

Tot slot is er niets door de SHO geregeld op het gebied van openbaarheid. Ondanks het feit dat met honderden miljoenen euro van het publiek gewerkt wordt, is er geen regeling die de publieke toegang tot documenten over de besteding regelt.

In Groot-Brittannië is het op een andere wijze geregeld. Daar bestaat de Disasters Emergency Committee (DEC). Dat is een onafhankelijke instelling die bij rampen coördineert en bestedingen controleert. De DEC wordt niet gefinancierd en bestuurd door de hulporganisaties die ze controleert.

Grootste probleem zijn dus de SHO zelf. Het is geen rechtspersoon, maar een ad hoc samenwerking die nu al achttien jaar duurt. De SHO controleren zichzelf en stellen eisen aan andere organisaties die willen meedoen aan de landelijke inzamelingsacties. Verschillende organisaties mogen geen lid worden. Officieel omdat ze niet voldoen aan de eisen van de SHO-leden. Maar in goede doelen-land klinkt het verwijt dat de SHO hun monopolie op nationale acties – een extra inkomstenbron – gewoon niet kwijt willen.

www.nrc.nl: Kosovo