Vuiltjes

Als ik een titel aan mijn afgelopen weekend in Amsterdam zou mogen geven: Spandoeken & Taxi's. Ondertitel: `Vuiltjes in het oog van een Amsterdammer'.

Laat ik met de spandoeken beginnen, want die springen het meest in het oog, daar zijn het spandoeken voor. Burgemeester Cohen heeft een aantal anti-Verdonk-spandoeken (,,Verdonk moordenaar'', ,,Elf mensen verbrand, Rita bedankt'') van de gevels laten verwijderen. Toch hingen er dit weekend op het kraakpand Vrankrijk in de Spuistraat nog altijd teksten als ,,Verdonk, nog steeds geen bloed aan je handen?'' Op een pand er schuin tegenover hing een affiche met een tekst die over een foto van een concentratiekamp was gedrukt: ,,Reisbureau Rita, arrestatie-deportatie-crematie, adequaat tot het bittere einde.''

Aan mijn gevel komen zulke teksten niet te hangen, maar toch: waarom mag de ene tekst wel en de andere niet? Ik vermoed dat Cohen zich hiermee in een juridisch mijnenveld heeft begeven.

Pech voor Cohen, want hij zou nooit tot zijn verbod zijn overgegaan als er niet onlangs een hinderlijk vuiltje op het raam van Verdonk was gevonden. De minister wordt bedreigd, moet hij gedacht hebben, stel je voor dat er iets gebeurt terwijl er in Amsterdam zulke teksten hangen. Hij hoorde het zijn groepje vaste tegenstanders al loeien: ,,Verdonk gedemoniseerd!''

Dan de taxi's voor het Centraal Station. Het lijkt een overzichtelijker probleem voor het gemeentebestuur, maar daarin vergissen we ons deerlijk. Ogenschijnlijk is de chaos van elkaar verdringende taxi's bezworen. Er worden nu nog maar vijftien taxi's tegelijkertijd toegelaten. Maar er is inmiddels een ander, veel onaangenamer probleem gegroeid: probeer maar eens één van die vijftien taxi's te krijgen.

De chauffeurs weigeren al een poosje ritten die zij te kort vinden. Naar de hoek van de straat? Dat zou nog te billijken zijn. Maar het gaat inmiddels ook om ritten die zich tot diep in Amsterdam uitstrekken.

Afgelopen zaterdagnacht, omstreeks een uur. De trams rijden niet meer. Een oudere dame wil naar de Valeriusstraat, helemaal in Amsterdam-Zuid. Een rit van minstens tien minuten.

De chauffeurs schuiven haar als een hete aardappel door naar een volgende collega, die óók weigert. Dat gaat met grote botheid gepaard. Chauffeurs wenden hun hoofd af, stappen uit hun taxi, zeggen niets en lopen weg. Uiteindelijk paait een bewaker – er zijn er zo'n drie, vier nodig voor die vijftien taxi's – een taxichauffeur die verderop staat te wachten tot hij tot `de vijftien' wordt toegelaten. Na veel gesoebat kan mevrouw (,,Ik ben moe, het is laat, ik wil zo graag naar huis'') vertrekken. Een groepje buitenlandse toeristen is dan al moedeloos de stad in gesjokt.

,,Die chauffeurs willen eigenlijk alleen maar naar Schiphol'', vertelt een bewaker. ,,Dan vangen ze met één rit waar ze anders drie ritten voor nodig hebben.''

Daarmee is Amsterdam de enige wereldstad geworden waar je bij het hoofdstation moet smeken om een taxi. Hier zou mijn spandoek luiden: ,,Reisbureau Job, niet de top''.