Verkiezingen vormen voorlopig sluitstuk van politieke wederopbouw Afghanistan

De verkiezing van de zogeheten Wolesi Jirga (het Lagerhuis met 249 zetels) is het voorlopige sluitstuk van het politieke wederopbouwproces in Afghanistan. Dat begon bijna vier jaar geleden na de verdrijving van de Talibaan, de extreemfundamentalistische `koranstudenten' die Osama bin Laden en zijn strijders onderdak hadden gegeven. De routekaart naar Afghaanse democratie werd in december 2001 vastgelegd op een internationale conferentie in Bonn. Op die top werd ook de door de VS gesteunde Pathaanse aristocraat Hamid Karzai aangewezen als de voorlopige leider van het `bevrijde' land.

Na de vaststelling van een nieuwe grondwet in januari 2004 op een zogeheten loya jirga (grote vergadering van stamoudsten) volgden in oktober presidentsverkiezingen. Karzai won met overmacht en verwierf voor het eerst een rechtstreeks mandaat van de bevolking.

Bij de verkiezingen voor parlement en provinciale raden van 18 september lag de opkomst rond 50 procent. Vooral in de zuidelijke Pathaanse provincies was de opkomst van vrouwen erg laag. Grondwettelijk is vastgelegd dat elk van de 34 provincies ten minste twee vrouwen afvaardigt naar het lagerhuis.

Net als de mannelijke kandidaten voerden zij campagne voor zichzelf en niet namens een politieke partij. Democratische partijvorming moet in Afghanistan nog helemaal van de grond komen, maar president Karzai heeft er geen haast mee. Verwijzend naar decennia van burgeroorlog tussen verschillende gewapende partijen zegt hij dat Afghanistan voorlopig baat heeft bij een sterk presidentieel systeem, zonder premier en met beperkte macht voor het parlement.