Rellen komen niet door wijk zelf

Grauwe buitenwijken zijn bijna overal in Europa. Of de bewoners tevreden zijn, hangt van subtiele zaken af. Dat blijkt uit een groot Europees onderzoek.

Bewoners van de Utrechtse buitenwijk Kanaleneiland geven hun wijk het laagste cijfer – een vijf – van hoogbouwwijken in Nederland. Slechts 45 procent van de bewoners heeft vertrouwen in de toekomst van de buurt. Dat blijkt uit een groot onderzoek naar de leefomstandigheden van bewoners van 29 hoogbouwwijken in tien Europese landen, dat toevallig vorige week is afgerond, tijdens de rellen in Franse banlieues.

Vrijwel elke grote Europese stad heeft dergelijke wijken. Grauwe flats en middel-hoogbouw, gebouwd na de oorlog, buiten de ringweg. Met werkeloosheid, criminaliteit en onvrede. Toch zijn bewoners in de ene slechte wijk tevredener dan in de andere. De oorzaak? Aandacht, zo constateren de onderzoekers. Aandacht van de overheid. Het gevoel dat er eindelijk in de wijk wordt geïnvesteerd.

Drie jaar lang spraken 35 onderzoekers met lokale ambtenaren en actieve buurtbewoners en vulden zo'n 4.500 bewoners van die wijken dezelfde uitgebreide enquête in. Daarnaast verzamelden de onderzoekers statistische gegevens over die wijken. Doel van het onderzoek was te kijken of er nog toekomst is voor zulke na-oorlogse wijken. In Nederland deden de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam mee. Parijse banlieues zijn niet onderzocht, wel de banlieues rond Lyon waar dit weekend nog steeds rellen waren.

Vier hoogbouwwijken in Nederland zijn onderzocht: Kanaleneiland en Nieuw-Hoograven in Utrecht, de Bijlmer en de `Kolenkit' in Amsterdam-West. In Kanaleneiland klaagt 77 procent van de bewoners over vuil op straat, 59 procent van de bewoners voelt zich onveilig, de helft vindt dat de huizen slecht worden onderhouden en ruim eenderde voelt zich racistisch bejegend. De bewoners geven de wijk gemiddeld een vijf. Bewoners van de `beste' na-oorlogse wijk, Orcasitas in Madrid, geven hun wijk een 7,8.

De minst tevreden bewoners van Europa wonen niet in Frankrijk maar in Engeland: de wijk Hodge Hill, een buitenwijk van Birmingham, die een 4,5 krijgt. De klachten van bewoners stoelen op perceptie – prof. dr. Ronald van Kempen, de onderzoeksleider, geeft het meteen toe. ,,Maar die perceptie moet je serieus nemen. Als de overheid dat níet doet, kan de vlam in de pan slaan zoals in Frankrijk.'' Neem het Britse Hodge Hill. ,,Ze zijn ongelukkig omdat ze vinden dat hun wijk aan zijn lot is overgelaten. Ze wonen elf kilometer van het stadscentrum, er zijn geen voorzieningen in de wijk en de overheid doet er niets aan.''

In zwakke wijken waar de overheid wel investeert, hebben bewoners de meeste hoop, zo blijkt. Investering varieert van grootschalige sloop en nieuwbouwprojecten tot het optreden van de politie, programma's voor kinderen of kleinschalige schoonmaakacties. In de Amsterdamse Bijlmer, waar veel flats worden gesloopt en vervangen, vertrouwt 85 procent van de bewoners op de toekomst. In Hodge Hill is dat 17 procent.

Opvallend is dat de helft van Hodge Hill bestaat uit koopwoningen. Dat is in vergelijkbare Nederlandse wijken niet zo. Van Kempen: ,,Het aantal koopwoningen blijkt niet maatgevend voor de tevredenheid. In Oost-Europese woonwijken hebben veel bewoners hun flat gekocht voor een lage prijs na de val van de muur. Maar ze hebben geen geld om hem te onderhouden. Dus het lekt, er is betonrot.'' Omgekeerd zijn er hoge flats in Zweedse buitenwijken waar iedereen huurt, maar waar de bewoners tevreden zijn.

De hoge concentratie allochtonen in de na-oorlogse flats is niet de oorzaak van buurtproblemen, maar het gevolg, zegt Van Kempen. ,,In arme wijken waar iedereen is weggetrokken die weg kon, zijn de laatste decennia de allochtonen gehuisvest. Zij komen dus terecht in sociaal-zwakke wijken. Als je armen ziet, zie je in veel Europese steden dus allochtonen. Maar in Engeland heb je nog grote groepen arme autochtonen in die wijken.''

Dat Nederlandse overheden sinds tien jaar proberen om hoogbouwwijken te verbeteren, houdt volgens Van Kempen niet per se in dat ,,de onvrede hier dus niet tot rellen zal leiden''. ,,Het belangrijkste is dat bewoners zíen dat dit gebeurt. Soms weten bewoners niet wat er met hun wijk gaat gebeuren. Dan komt een ingreep als een verrassing en leidt dat tot onvrede. Vaak weten bewoners niet dat er beleid wordt gevoerd: dan schort er iets aan de communicatie vanuit de beleidsmakers. Soms gebeuren er dingen die de bewoners helemaal niet willen: dan schort het misschien wel aan de wil van de beleidsmakers om samen met de bewoners iets te ondernemen.''

Volgens onderzoeker Van Kempen is er geen eendimensionaal verband tussen achterstandswijken en de kans op ernstige protesten van de bevolking. ,,Rellen hebben met massa-psychologie te maken en niet alleen met objectieve omstandigheden. Er bestaan in Europa veel slechtere wijken dan de Parijse banlieues en toch zijn daar geen rellen. Het is altijd een mix: omstandigheden, perceptie – één verkeerde opmerking van een minister en een klein aantal balorige jongeren kan al voldoende zijn.''