Rechts én links claimen erfenis Rabin

De herdenking van de moord op de Israëlische premier Yitzhak Rabin maakte gisteren vooral duidelijk dat diens politieke erfenis voor uiteenlopende uitleg vatbaar is.

,,Als ex-president kan je eindelijk zeggen wat je echt denkt. Maar het slechte nieuws is dat het niemand meer wat schelen wat je vindt'', grapte Bill Clinton zaterdagavond in Tel Aviv, vlak voor de massale herdenking op het plein waar tien jaar geleden premier Yitzhak Rabin werd vermoord. Maar dat deed de in Israël gevierde mister president bepaald niet.

Hij is immers de echtgenoot van een New-Yorkse senator met presidentiële ambities en een pro-Israël-achterban. Geen woord dus over afscheidingsmuur, die door senator Hillary Clinton werd geprezen, of de voortzetting, dit weekeinde, van de liquidaties van Palestijnse militanten in Nablus en Gazastad. Geen woord over de regering die doorgaat met de uitbreiding van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever.

,,Our Bill'', zoals hij werd geïntroduceerd, beperkte zich tot een gelegenheidstoespraakje, waarin hij, waarin hij Israël en de Palestijnen opriep ,,het werk van Rabin af te maken'' . Welk werk en hoe, liet hij in het midden. Daar waren de 200.000 deelnemers aan de herdenkingsmanifestatie niet voor naar het naargeestige, Oost-Berlijns ogende Kikar Rabin gekomen. Een kort applausje oogstte de in een kogelwerend pak geperste Clinton slechts voor zijn ,,Shalom haver'', vaarwel vriend, waarmee hij een decennium geleden aan het graf van Rabin heel Israël ontroerde.

Het was de nieuwe leider van de Arbeidspartij, Amir Peretz, die met een pleidooi voor een ,,morele routekaart'' om de bezetting van Palestijnse gebieden te beëindigen de menigte van overwegend jonge Israëliërs in vervoering bracht. Peretz, die Shimon Peres heeft verstoten als leider van het gedecimeerde linkse Israël, sprak over het voortdurende Israëlische en Palestijnse geweld en hoe de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever ,,een moeras'' is en heeft geleid tot ,,morele corruptie''.

De in Marokko geboren vakbondsleider, wiens verkiezing politiek Israël en vooral de gevestigde orde in de Arbeidspartij heeft geschokt, wierp zich op als de echte erfgenaam van de omgebrachte generaal/politicus en Nobelprijswinnaar (samen met Yasser Arafat en Shimon Peres). ,,De Oslo-route leeft nog altijd. De Oslo-route is de enige weg naar vrede'', oreerde Peretz, die met de verwijzing naar de Oslo-akkoorden een politiek taboe doorbrak. Bij een breed Israëlisch kiezerspubliek zijn de Oslo-akkoorden – de uit 1993 daterende verdragen over de terugtrekking van het Israëlische leger uit de bezette gebieden en het recht van de Palestijnen op zelfbestuur – omstreden, omdat Oslo een synoniem is geworden voor Palestijnse terreur.

Peretz kwam daarom meteen in eigen partij onder vuur te liggen van anonieme ministers en ambitieuze ex-generaals. Niet wegens zijn emotionele eerbetoon aan Rabin, maar wegens zijn poging de geest van de Oslo-akkoorden een nieuw leven te geven. ,,Politieke zelfmoord'', aldus een linkse minister in het dagblad Maariv.

Het herdenken van een politicus/generaal als Rabin blijkt naarmate de tijd vordert een steeds gecompliceerdere zaak te worden. Dat deze politieke moord voor de meeste Israëliërs nog altijd een traumatische ervaring is, laat zich raden. Maar als de talrijke weekendbijlages, de tv-documentaires, debatprogramma's en symposia iets duidelijk hebben gemaakt is, is dat de politieke erfenis van Rabin niet voor één uitleg vatbaar is. Hij sloot de Oslo-akkoorden, hij erkende de PLO en hij schudde Yasser Arafat in de Rozentuin van het Witte Huis de hand, maar hij sprak nooit over een zelfstandige Palestijnse staat. Hij verafschuwde de macht van de kolonisten (,,de joodse Hamas'') maar deed weinig tot niets om de groei van de nederzettingen tegen te houden. Confrontaties met de kolonistenbeweging Gush Emunim, het blok van de getrouwen, ging hij uit de weg. Hoe hij de grote verwachtingen in het tijdperk van de Oslo-akkoorden dacht waar te maken, was, zo blijkt uit de gesprekken met naaste medewerkers, hemzelf ook niet geheel duidelijk. De ingewikkelde onderwerpen – de status van Jeruzalem, de nederzettingen, de grenzen en de Palestijnse vluchtelingen – waren immers niet geregeld in de Oslo-akkoorden.

En daarom kon niet alleen Amir Peretz een claim leggen op de nagedachtenis van Rabin, maar meent ook premier Ariel Sharon in de geest van Rabin te handelen. ,,Veiligheid stond voor Yitzhak voorop, hij deed geen concessies als het om veiligheid ging'', zei Sharon gisteravond tijdens een diner met Amerikaanse politici, rechters en zakenlieden, onder wie miljardair Haim Saban. Dat Sharon Rabin ooit een ,,Oslo-crimineel'' heeft genoemd, was vergeten.

De ambivalentie over de politieke erfenis van Rabin strekt zich uit tot het miljoenen dollars kostende Rabin Centrum voor Onderwijs en Democratie aan de rand van Noord-Tel Aviv. Met belastinggeld en donaties van rijke Amerikanen wordt vlakbij de woonbuurt van Rabin een museum annex educatieve instelling neergezet. Bij de inwijding, gisteren, vertelde dochter Dahlia Rabin dat haar aardse, nuchtere vader dit on-Israëlische, maar zeer Amerikaanse aandoende, ,,presidentiële'' eerbetoon van Jeruzalemsteen en glas zwaar overdreven gevonden zou hebben. Dat het gebouw met naar de Jordaanse koning Hussein en Bill Clinton vernoemde tuinen en daken in de vorm van vleugels van witte duivenop de tiende jaardag van de moord op Rabin nog lang niet klaar blijkt te zijn, werd door Dahlia zonder een spoor van ironie beschouwd als passende symboliek voor de nagedachtenis van haar vader.